Meisjes socialer dan jongens? Zelfs pasgeboren baby’s lijken al kleine voorkeuren te hebben

Baby’s zijn van bij het begin geïnteresseerd in gezichten, stemmen en menselijke interactie. Maar kijken jongens en meisjes daar even graag naar? Onderzoekers van de Universiteit van Cambridge wilden dat uitzoeken. En daarvoor hoefden ze geen peuters om te kopen met stickers of kleuters uit te horen over hun beste vriend. Ze gingen naar de allerkleinsten: 130 baby’s die gemiddeld amper 33 uur oud waren.
Een gezicht of een Newtonpendel?
De baby’s kregen twee filmpjes naast elkaar te zien. Aan de ene kant verscheen een menselijk gezicht dat natuurlijk bewoog. Aan de andere kant stond een zogenoemde Newtonpendel: zo’n rijtje metalen balletjes dat tegen elkaar tikt en heen en weer beweegt.
En ja hoor: zowel meisjes als jongens keken gemiddeld meer naar het gezicht dan naar de bewegende balletjes.
Maar er was wel een verschil. Meisjes besteedden gemiddeld een groter deel van hun kijktijd aan het gezicht dan jongens. Jongens verdeelden hun aandacht relatief wat meer over het niet-sociale object. Het verschil zat dus vooral in de verhouding van hun kijktijd, niet in het feit dat jongens helemaal niet naar gezichten zouden kijken.
Met andere woorden: nee, je pasgeboren zoon ligt niet noodzakelijk te denken: 'mensen? Meh, geef mij maar die pendel!' Het gaat om kleine verschillen die zichtbaar werden wanneer de onderzoekers de twee groepen gemiddeld met elkaar vergeleken.
Zijn meisjes dan van bij de geboorte socialer?
Ho, wacht even.
De studie toont niet aan dat meisjes socialer zijn dan jongens. De onderzoekers onderzochten namelijk één heel specifiek stukje gedrag: waar pasgeboren baby’s naar kijken wanneer ze een gezicht en een object tegelijk aangeboden krijgen. Dat is iets anders dan sociale vaardigheden, empathie, taalontwikkeling of “graag met andere mensen bezig zijn”.
De onderzoekers vermoeden wel dat biologische factoren vóór de geboorte een rol kunnen spelen. Omdat de baby’s nog maar enkele uren of dagen oud waren, hadden ze uiteraard nog maar weinig tijd gehad om beïnvloed te worden door opvoeding, verwachtingen of de omgeving. Genetische factoren en hormonen tijdens de zwangerschap zijn mogelijke verklaringen. Maar ook andere verklaringen zijn mogelijk, zoals verschillen in ontwikkelingsrijpheid.
En vooral: het gaat om gemiddelden, niet om voorschriften voor individuele baby’s.
Er is heel wat overlap tussen jongens en meisjes. Het ene meisje kan dus dol zijn op bewegende dingen, terwijl haar buurjongen vanaf dag één naar iedereen in de kamer ligt te staren alsof hij de sociale kalender al aan het plannen is.
Nature óf nurture? Waarschijnlijk allebei
Dat maakt dit onderzoek net zo interessant. Want de vraag is al eeuwen dezelfde: worden jongens en meisjes anders door wat er met hen gebeurt, of zit een deel van die verschillen er al van bij het begin in? Het antwoord lijkt steeds minder op een simpele keuze tussen twee vakjes.
De Cambridge-onderzoekers benadrukken zelf dat biologische en sociale factoren voortdurend op elkaar inspelen. Een klein verschil in aandacht bij de geboorte bepaalt dus niet hoe een kind later zal worden. Het kan hoogstens één van de vele startpunten zijn waarop verdere ontwikkeling voortbouwt.
En daar zit meteen een belangrijke nuance, want de wetenschap is het hier niet zomaar over eens. Het nieuwe onderzoek is interessant, maar het is niet het eerste of enige onderzoek naar dit onderwerp. Een systematische review en meta-analyse uit 2025 bundelde maar liefst 31 studies met samen 1936 pasgeborenen. Die onderzoekers vonden geen betrouwbaar algemeen verschil tussen jongens en meisjes in sociale waarneming vlak na de geboorte. De meeste studies naar het kijken naar gezichten vonden helemaal geen significant verschil.
Dat betekent niet dat het nieuwe Cambridge-onderzoek “fout” is. Het betekent vooral dat één studie niet plots het hele nature-nurture-debat beslist. Wetenschap is nu eenmaal minder netjes dan een titel boven een krantenartikel. Soms zegt onderzoek: dit lijkt interessant. Daarna volgt ander onderzoek dat zegt: wacht eens even, zo eenvoudig ligt het misschien niet. En dat is eigenlijk goed nieuws.
Dus: moet je anders omgaan met je zoon of dochter?
Nee.
Je hoeft je pasgeboren dochter niet meteen een babypop te geven omdat ze blijkbaar graag naar gezichten kijkt. En je hoeft je zoon ook geen doos vol bouwblokken cadeau te doen omdat hij toevallig iets langer naar bewegende balletjes kijkt.
Een gemiddelde is geen handleiding voor jouw kind.
Wat dit soort onderzoek wél mooi laat zien, is hoe ongelooflijk interessant de ontwikkeling van kinderen is. Baby’s komen niet als een blanco blad ter wereld, maar wat er daarna gebeurt, doet er enorm toe. Biologie, temperament, ervaringen, relaties, omgeving en opvoeding grijpen voortdurend in elkaar.
Dus als jouw dochter urenlang mensen bestudeert: gezellig.
En als je zoon liever naar de wasmachine kijkt: ook goed.
Misschien is die wasmachine gewoon écht interessanter.
