Waarom hebben zoveel pasgeboren baby's blauwe ogen? En wanneer is hun oogkleur definitief?

Vaak wordt gezegd dat alle baby's met blauwe ogen geboren worden, maar dat klopt niet. Heel wat baby's hebben vanaf de geboorte al bruine ogen. Vooral bij baby's met een lichte huidskleur zien we vaak die typische blauwgrijze ogen die in de maanden daarna nog van kleur kunnen veranderen.
Waarom hebben zoveel baby's eerst blauwe ogen?
De kleur van onze ogen wordt bepaald door de iris, het gekleurde gedeelte rond de pupil. Daarbij speelt melanine – hetzelfde pigment dat ook mee onze huid- en haarkleur bepaalt – een belangrijke rol.
Hoe meer melanine er in de iris aanwezig is, hoe donkerder de ogen doorgaans zijn. Bruine ogen bevatten relatief veel melanine, blauwe ogen veel minder. Bij blauwe ogen zit er trouwens geen blauw pigment in de iris: doordat er weinig melanine aanwezig is, wordt het invallende licht zo verstrooid dat wij de ogen als blauw zien.
Maar bij de geboorte is de pigmentatie van de iris nog niet altijd volledig ontwikkeld, waardoor de ogen van een baby aanvankelijk lichter kunnen lijken. Naarmate er meer melanine aanwezig is, kunnen blauwe of grijze ogen bijvoorbeeld groen, hazelnootkleurig of bruin worden.
Dat betekent trouwens niet dat alle baby's blauwe ogen hebben. Bij baby's met een donkerdere huidskleur zijn de ogen bij de geboorte veel vaker al bruin of donker.
Hoe vaak komen de verschillende oogkleuren voor?
Wereldwijd is bruin met grote voorsprong de meest voorkomende oogkleur. Volgens een wetenschappelijke review naar de genetische en biochemische mechanismen achter oogkleur ziet de verdeling er ongeveer zo uit:
- bruin: ongeveer 79%
- blauw: ongeveer 8 à 10%
- hazelnoot: ongeveer 5%
- grijs: ongeveer 3%
- groen: ongeveer 2%
De precieze percentages verschillen uiteraard sterk per regio en afkomst. In Noord-Europa komen blauwe en andere lichte ogen bijvoorbeeld veel vaker voor dan het wereldwijde gemiddelde.
Wanneer heeft je baby zijn definitieve oogkleur?
Dat kan variëren, maar de grootste veranderingen gebeuren doorgaans tijdens de eerste levensmaanden en het eerste levensjaar. Daarna wordt de kans op een grote verandering steeds kleiner. Toch kan de oogkleur ook daarna nog wat evolueren.
Een blauwogige baby van drie maanden kan dus nog perfect bruine, groene of hazelnootkleurige ogen krijgen. En ook bij een peuter kan de precieze tint nog wat veranderen.
Kun je aan de ogen van mama en papa voorspellen welke kleur je baby krijgt?
Misschien herinner je je nog de eenvoudige erfelijkheidsregels uit de biologieles: bruin is dominant en blauw is recessief.
Volgens dat klassieke model geldt:
- twee ouders met blauwe ogen → een kind met blauwe ogen
- twee ouders met bruine ogen → een kind kan bruine, maar ook blauwe ogen hebben
- een ouder met bruine en een ouder met blauwe ogen → beide zijn mogelijk
Maar… ondertussen weten wetenschappers dat het een pak ingewikkelder is. Oogkleur wordt namelijk niet door één gen bepaald, maar door meerdere genen die samenwerken. Vooral de genen OCA2 en HERC2 spelen een belangrijke rol, maar ook andere genen beïnvloeden hoeveel pigment er uiteindelijk in de iris terechtkomt.
Daarom kun je de oogkleur van een baby nooit met 100% zekerheid voorspellen op basis van de ogen van de ouders alleen. Twee ouders met blauwe ogen kunnen bijvoorbeeld een baby met bruine ogen krijgen, al is dat uitzonderlijk.
