‘En, slaapt de baby al door?’ - over slaap bij baby’s

En … slaapt ze al door? Een vraag waarmee ik te pas en te onpas om mijn oren werd geslagen toen mijn kinderen werden geboren. Een vraag waarvan mijn haren ten berge rezen, vooral bij mijn jongste dochter, want zij sliep niet door en ik vroeg me af waarom er al meteen zulke hoge verwachtingen werden gesteld aan die pasgeboren kleintjes. Net alsof ze versgeperst, hup meteen vanaf dag één zouden moeten doorslapen. Daar zal je dan maar zitten (zoals wij dus) met een kind dat totaal niet slaapt …

Maar zijn kindjes eigenlijk wel gemaakt om door te slapen?

Nee, zeker onze pasgeboren kleintjes niet. Sommige kindjes hebben echt een wegwijzer naar dromenland nodig, andere kleintjes vinden de weg als het ware vanzelf.

Tot een week of zeven heeft een baby’tje (meestal) een omgekeerd dag-en-nachtritme. Toen je kleintje nog veilig bij jou in je buik zat, vond hij het heerlijk om te slapen wanneer jij in beweging was. Zachtjes worden gewiegd door jouw bewegingen, met een beetje geruis op de achtergrond die geruststellend klonk. En ’s nachts, wanneer jij dan wilde slapen, dan was het meestal feest in de buik. Dat is meestal het moment waarop die kleintjes actief worden.

En wanneer je kindje wordt geboren, dan houdt hij nog een week of zeven dat ritme aan. Later begint dat ritme onder invloed van allerlei slaapradartjes en hormonen meer op een dag-en-nachtritme te lijken.

Ah, het moment om door te slapen dan? Nee, helaas niet. Want ook na zeven weken kan je kleintje je ’s nachts nog uit je slaap houden. Op die leeftijd hebben ze immers nog nachtvoedingen nodig. Om hun suikerspiegel op peil te houden, is het nodig dat ze ’s nachts nog drinken. Dat is nodig voor de ontwikkeling van de hersenen.

Baby’tjes slapen ook in blokjes van 45 min. Wij als volwassenen slapen ook in blokjes (bij ons is dat meestal zo’n 90 min), maar wij zijn in staat om die blokjes mooi aan elkaar te breien zodat het ons (meestal) wel lukt om een hele nacht door te slapen. Dat kunnen onze kleintjes nog niet. Wanneer ze dus minder diep slapen is het kleinste zuchtje, het kleinste prikkeltje (denk b.v. aan het maaien met de armen) genoeg om hen terug te roepen uit dromenland.

Een baby’tje heeft ook heel veel nood aan huid-op-huid contact. Daarvan gaat hij groeien en bloeien en het helpt hem ook bij het reguleren van zijn emoties. Mama voelen, haar geur, de blote huid, lekker snuffelen .. het is zo belangrijk en dat is een behoefte die ook ’s nachts aangehouden wordt. Zeker bij kleintjes bij wie de bevalling pittig was (denk aan een keizersnede, vacuümpomp, inleiding…) kan die nood groot zijn.

Je kan je kindje zeker ondersteunen bij het slapen en inslapen. Rust en regelmaat zijn hierbij ontzettend van belang.

Een ritueel voor het slapengaan waarbij voorspelbaarheid op de voorgrond staat wil ook zeker helpen.

Leer ook de slaapsignalen van je baby goed kennen. Wanneer je kindje aangeeft dat hij moe is (denk aan het wrijven in de oogjes, een beetje zeuren, jammeren, wegkijken) leg hem dan in zijn bedje,want een kindje dat te moe is, heeft ook moeite om in te slapen.

Blijf je ondanks deze tips met vragen zitten en heb je het gevoel dat je extra ondersteuning kan gebruiken, dan kan een slaapcoach je zeker op de goeie weg naar dromenland helpen.