‘Volgende woensdag ga ik mijn geduld eens níet verliezen. Hoop ik.’

  • door Mama

Mijn keel is een beetje schor als we naar de speeltuin rijden. Ondanks het feit dat ik mezelf vorige week beloofd heb om het beter te doen, is mijn stem toch weer een paar niveaus hoger gegaan dan ik wou daarnet. De dag begon nochtans veelbelovend, een brunch bij een vriendin die mij complimenteerde met mijn brave kinderen en meteen enkele verhalen erbij dropte van hoe het anders kon zijn. *fier als een gieter* Een vredige terugrit naar huis, klaarmaken voor de middagdutjes en hops, op mijn gemakje met een tas koffie erbij lekkere quiche maken voor ’s avonds.

Terwijl ik stond te koken en een beetje te whatsappen tegelijk, ging plots de klink van de living naar beneden. De oudste kon niet slapen, of ze mij mocht helpen koken in de plaats. Ik glimlachte, prima hoor lieve meid. Ze start binnenkort met school, dus af en toe een dutje overslaan leek me wel aangewezen in deze fase.

Al snel was ze het koken beu en wou ze puzzelen. “Jij mij helpen mama? Ik kan dat niet alleen.” Cute! “Maar dat gaat nog even niet liefje, mama moet nog snel het eten afwerken en de keuken opruimen. Daarna ga ik je helpen, beloofd.” *woedeaanval uit het niets*

Ze was toch moe

Het meisje bleek gelogen te hebben, ze was wèl moe en ze had wèl nood aan een dutje. Maar mijn beslissing dat ze wakker mocht blijven was jammergenoeg onomkeerbaar, dus ik zou het hiermee moeten doen. Intussen kreeg ik al een beetje kriebels hier en daar van het aanhoudende gejengel om intensieve aandacht. Ik besloot haar een rijstballetje (onigiri in grote mensentaal) te geven om de rust te herstellen.

Gelukt, het was stil. Oei, al vijf minuten, dat was verdacht. Ik keek naast het keukenblok en zag daar een klein meisje dat heel precies elk rijstkorreltje van het balletje plukte en op de vloer van de keuken plakte. *irritatiegolf*

Ik zei, iets strenger dan ik bedoelde, dat ze zelf haar rommeltje mocht opruimen. Dat kon ze natuurlijk niet, want die rijstkorrels plakten aan haar handjes en ze kreeg ze er niet zo goed af. Ik zuchtte, nam het vuilblik, en zei, iets geïrriteerder dan ik zou moeten zijn, dat ik het beu was dat ik altijd rommel moest opruimen. Ik voegde er nog aan toe dat ze het echt wel zonder dutje mocht doen op woensdag, maar dat ze dan wel flink moest zijn.

Met mijn laatste beetje geduld kalmeerde ik haar

Ze is nogal gevoelig aan stemtonen, een beetje zoals haar vader. *woedeaanval* inclusief schoppen in de lucht.

Oké, ze was echt moe. Met mijn laatste beetje geduld zorgde ik dat ze kalmeerde. Ik knuffelde haar en zei dat ik nu klaar was met opruimen en dat we samen konden spelen. Mijn energie ging volledig naar haar. We puzzelden, we speelden met het balanceerspelletje, we lazen boekjes (nog altijd die van Sinterklaas). Het was echt fijn om zo met haar bezig te zijn, maar ik wist op dat punt dat ze een tikkende tijdbom was.

Twee kleintjes met een rothumeur

Een uur later was de jongste wakker, en ze liepen beiden rond met een gigantisch rothumeur. Ik probeerde hen klaar te maken om naar de speeltuin te gaan, want oma zat daar met onze twee nichtjes. Ze werkten allebei tegen, mijn stem begon geduldig, ging over naar geïrriteerd en voor ik het wist gilde ik als een gek dat we dan helemaal niet naar de speeltuin gingen en dat het hun eigen schuld was, dat ik niet met zulke kinderen naar buiten wilde gaan.

We belden oma om te laten weten dat het plan niet doorging, en ik zag de teleurstelling op haar kleine gezichtje. Stilletjes ging ze haar jasje en haar laarsjes aandoen. “Mama, wij naar oma gaan mama? Ikke flink zijn. Ikke zelf mijn jasje en mijn schoentjes aandaan.”

Krak, zei mijn hart

Krak, zei mijn hart. Ik voelde een krop in mijn keel en staarde uit het raam. Het enige wat ik kon doen om deze woensdag nog oké te maken was toch naar die speeltuin gaan. Was het fout dat ik niet consequent was? Waarschijnlijk wel. Had ik moeten doorzetten en thuisblijven zodat ze begreep dat een straf onomkeerbaar was? Kan goed zijn. Maar onder aanhoudend protest van de jongste trok ik zijn schoenen aan, deed ik hem een warme sjaal om die ik goed in z’n jasje stopte, en knoopte ik zijn mutsje goed vast rond zijn kin zodat z’n oortjes het niet koud zouden krijgen. Ik zette de spullen in de auto, terwijl ons meisje zelf in haar stoel klom. Ik maakte hun riempjes vast, en met een zere keel van het gillen daarnet rijd ik nu ik naar de speeltuin, waar we alledrie alles wat daarnet moeilijk ging laten wegwaaien door de wind.

Volgende woensdag, dan ga ik het echt helemaal goed doen. Hoop ik.