10 dingen waar kersverse mama’s (en papa’s) zich weleens aan ergeren

  • door Gastmama

Waarom ik dit schrijf? Misschien voor alle (aanstaande) mama’s, die zich mogelijk zullen herkennen in mijn ervaringen. Misschien voor familie en vrienden van die (aanstaande) mama’s, want een gewaarschuwd man is er twee waard. Of misschien gewoon voor mijzelf, als in een dagboek, om even neer te schrijven wat er in mijn hoofd en hart zit …

1. Te veel of te lang (kraam)bezoek

Na 9 maanden aftellen en uitkijken naar de geboorte is dat kleine wondertje er eindelijk! Als kersverse mama ben je trots en wil je die mooie baby snel tonen aan de rest van de wereld, aan iedereen die samen met jou heeft afgeteld. Tegelijkertijd ben je uitgeput van de bevalling en heb je tijd nodig om te recupereren. Wij kozen er (vooraf) bewust voor om enkel dichte familie uit te nodigen op de materniteit en dat bleek achteraf geen overbodige luxe. Ik ben nog nooit zo moe geweest. Op dag 2 vond ik nog amper de energie om te praten tegen mijn bezoek. Gelukkig ging mijn dochter met alle aandacht lopen en kon ik stilletjes mee smelten van het geluk dat van de kersverse grootouders, tantes en nonkels afstraalde.

Eens thuisgekomen kwam geleidelijk aan meer volk over de vloer om onze kleine meid te bewonderen. Persoonlijk begon ik pas na anderhalve maand te genieten van het bezoek, dat voor aangename babbels en variatie in mijn dagritme zorgde. Daarvoor vond ik bezoek in de eerste plaats vermoeiend. Ik wou liefst elk moment dat dochterlief haar ogen even toedeed, met haar mee slapen. Als ik had geweten hoe weinig slaap ik nog zou krijgen en hoe hard ik nog naar die dutjes zou verlangen, zou ik veel sneller met haar naar boven zijn gegaan: het bezoek even achterlaten en de rust opzoeken.

2. “Mag ik ze eens vastpakken?”

Niet iedereen durft de vraag te stellen, maar soms kan je ze zo in hun ogen lezen. Iedereen zou dat lieve, schattige mensje wel willen vastnemen, knuffelen en kusjes geven. (Dat laatste is naar mijn mening trouwens altijd ongepast bij jonge baby’s. Zeker in de eerste levensweken, toen de overbeschermende moeder in mij steeds bang was dat mijn kleine meisje een of andere ziekte zou overkrijgen en ik alle bezoek meteen een fles ontsmettende handgel toestopte - als ik het door alle vermoeidheid niet vergat.) Wij stonden echter volledig achter de raad die de vroedvrouw-aan-huis ons gaf: laat een jonge baby niet onnodig van arm tot arm gaan, want zowel mama als baby kan er stress van krijgen.

Het verbaasde mij bovendien hoe weinig mensen lijken te weten dat je een jonge baby beter niet onder de armpjes optilt. Eenmaal ik er meer voor openstond om mijn baby even door te geven (als er niet te veel volk was), moest ik dus ook nog eens tien keer dezelfde instructie herhalen: één hand onder de poep, één hand onder het hoofdje!

En neem alsjeblieft nooit een baby uit zijn park, wippertje of Maxi-Cosi zonder het te vragen aan de moeder. (Ja, dat gebeurt.) Een mama kent haar baby het best en heeft soms een goede reden om te antwoorden: “Nu liever niet.” Baby heeft nood aan rust, baby heeft pas gegeten en blijft beter nog even in dezelfde positie voor hij gaat spelen of - in mindere mate, maar ook meegemaakt - de vraagsteller heeft te veel parfum op. Niets zo ergerlijk als ’s avonds je baby knuffelen en de geur van een andere volwassene ruiken in plaats van die heerlijke ‘babygeur’ (volle pampers buiten beschouwing gelaten).

3. “Moet ze nu weeral drinken?”

Ik moet toegeven dat ik er zelf ook van ben geschrokken: een baby die borstvoeding krijgt, vraagt écht veel drinken (en energie). Die eerste weken leek ik niets anders te doen dan aanleggen, aanleggen, aanleggen. Plus mezelf af en toe eens verplaatsen van zetel naar bed of omgekeerd. In mijn omgeving kreeg ik dan wel eens verbaasde reacties of opmerkingen, die je soms kunnen laten twijfelen aan jezelf. Wat was ik blij dat ik toen de Facebookgroep van La Leche League Vlaanderen leerde kennen en verhalen van collega-mama’s kon meelezen. Oef, mijn dochter was niet abnormaal en mijn gevoel om te voeden op (haar) vraag zat dus toch goed.

Logisch toch ook dat zo’n kleine baby veel moet drinken om te kunnen groeien en om zijn dorst te lessen - zeker in die warme zomerdagen? Borstvoeding is bovendien zoveel meer dan voeding alleen: het is een vorm van troost, een terugkeer naar de veilige haven bij mama, die ik mijn dochter maar al te graag wil bieden. Ik weet nu al dat afbouwen mij een heel dubbel gevoel zal geven: ergens zal ik mij vrijer voelen als ik gestopt ben, maar ik ga die knusse momentjes toch ook echt wel missen.

4. Pottenkijkers tijdens de borstvoeding

Ik zou bezoekers in het ziekenhuis vragen om de kamer even te verlaten en zou thuis telkens naar boven gaan om in alle rust en privacy te kunnen voeden. Zo had ik het vooraf in mijn hoofd. Draaide dat even anders uit! Vanaf dag 1 haalde ik zonder problemen mijn borst boven zodra mijn dochter hongersignalen vertoonde. Veel schaamte ken je blijkbaar toch niet meer na zo’n bevalling. En - zie puntje 3 - een jonge baby moet nu eenmaal heel veel drinken. Al snel gaf ik dus borstvoeding op eender welke openbare plaats als het nodig was (tot rechtstaand buiten in een schaduwplekje toe, want de auto was geen optie meer tijdens de hittegolf van afgelopen zomer).

Maar er zijn grenzen. Ik ergerde me mateloos aan mensen - bekenden en minder bekenden - die zonder blikken of blozen boven mijn boezem kwamen hangen om mijn dochter te bewonderen (waardoor zij tot overmaat van ramp natuurlijk ook afgeleid werd en niet goed meer dronk). Even geduld, kan het? Ik toon met plezier haar lieve snoetje zodra ze klaar is met drinken.

5. Slaap kindje, slaap?

Over baby’s en slapen bestaan veel (voor)oordelen en adviezen. Ik heb ze allemaal gehoord. Aanvankelijk zijn bezoekers teleurgesteld als de baby slaapt tijdens hun babybezoek, want ze hadden natuurlijk liever die mooie grote kijkers bewonderd of wat meer interactie gehad. Enkele weken later bleek onze baby toch niet zo’n fan van dagdutjes en kreeg ik in de namiddag vaak de reactie “Moet ze niet eens een beetje slapen?”. Tja, in mijn hoofd sliepen pasgeborenen ook veel meer, maar dat geldt duidelijk niet voor alle baby’s. Blijkbaar kan het aantal uren slaap dat een baby nodig heeft, variëren van 10 tot 23 uur per dag. En die van ons leunt nu eenmaal veel dichter naar dat eerste cijfer. Elk kind is anders en als ouder ken je je eigen kind (al snel) het best.

Al lijkt niet iedereen dat te geloven. Ik kreeg immers ook al de opmerking “Maar nee, die wilt nog niet slapen, kijk toch hoe actief ze nog is!”, op momenten dat het voor mij overduidelijk was dat mijn dochter nood had aan een beetje rust en slaap. Schoppen met de beentjes en zwaaien met de armpjes wil heus niet altijd zeggen dat onze kleine kapoen wil spelen, het kunnen evenzeer vermoeidheidssignalen zijn.

6. Onaangepaste openbare plaatsen

Pas als je zelf een kindje hebt, merk je hoe weinig sommige openbare plaatsen voorzien zijn op baby’s en toebehoren. De trein nemen: bijna onmogelijk zonder hulp. Een te hoge opstap, een ondergrondse trap om naar het juiste perron te geraken … wat een hindernissenparcours! Een proper bankje vinden om even rustig te voeden? Vaak een hele uitdaging met een ongeduldige, hongerige baby. En plots moet je op zoek naar kindvriendelijke cafés of restaurantjes die over een verschoningskussen beschikken in de toiletten. Iets waar ik vroeger natuurlijk nooit op had gelet.

7. Aanrakingen in de supermarkt

Boodschappen doen: een avontuur voor zowel baby als mama. Mijn angst voor een babysirene die door de hele supermarkt zou weerklinken, bleek - op de eerste keer met een kleine huilbui na - gelukkig overbodig. Mijn lieve schat keek met grote ogen naar alle rekken en lachte zelfs af en toe naar voorbijgangers. Haar blik was ook voor de andere klanten onweerstaanbaar: “Oh, wat een schatje! Hoe oud is ze?”, “Och zie, die haartjes, wat mooi!”, “Wat een knappe baby, daar mag je trots op zijn!” …

Ik nam de complimenten met plezier in ontvangst, maar leerde al snel om mijn winkelkar daarna weer snelsnel voort te duwen om ongewenste aanrakingen te vermijden. Allemaal wilden ze wel een handje geven, haar kaakjes strelen of door haar haartjes aaien. Maar dat wilde ik dus niet! Soms had ik zin om net hetzelfde terug te doen bij de vrouw of man in kwestie, om duidelijk te maken hoe gek het wel is om dit plots te doen bij een volslagen vreemde. Of misschien toch maar een plakkaatje aan de Maxi-Cosi hangen? “Kijken mag, aankomen niet!”

8. Boos op jezelf

Een kersverse mama ergert zich niet alleen aan mensen of dingen in haar omgeving, maar helaas ook weleens aan zichzelf. Waarom heb ik weer zo ongezond gegeten vandaag? Waarom ben ik weer vergeten mijn tanden te poetsen in alle ochtenddrukte? Waarom heb ik die kiné-oefeningen weer niet (of te weinig) gedaan? Waarom ben ik weer zo kortaf geweest tegen manlief die zo zijn best doet? Waarom heb ik het huishouden zo lang laten liggen? Waarom heb ik mezelf een beetje verwaarloosd? Duizend vragen op het einde van een dag. Maar wees niet te streng voor jezelf. Een baby in huis vraagt nu eenmaal veel tijd en energie.

9. “Je moet ze leren loslaten.”

Misschien verwacht je deze uitspraak eerder als je kinderen uit huis gaan, maar ook in de babyfase zijn er veel mensen die erop hameren hoe belangrijk het is om tijd te maken voor jezelf (en je relatie) door regelmatig eens op stap te gaan met vriendinnen (of je partner) en je eigen hobby’s terug op te nemen. Kandidaat-babysitters genoeg: grootouders, meter, peter …  Ze staan vast allemaal te springen om op te passen of een logeerbedje klaar te zetten. Ik weet dat dat klopt, maar toch: ik kan en wil mijn dochter helemaal niet loslaten! Zeker mensen die zelf nog geen kinderen hebben, onderschatten de band tussen moeder en dochter en beseffen niet hoe moeilijk het wel is om haar bij iemand anders achter te laten.

Het is geen gebrek aan vertrouwen in die anderen (al moet ik stilletjes toegeven dat ik enkel echt gerust ben als mijn dochter bij haar papa - mijn vriend dus - of mijn eigen mama is) maar het gevoel is sterker dan jezelf. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar mama worden maakt je ergens heel sterk (van “Na die bevalling kan ik alles aan.” over “Ik zou alles doen voor mijn dochter.” tot “Ik begrijp zelf niet hoe ik het doe met zo weinig slaap, maar ik doe het toch maar allemaal.”) en ergens ook heel kwetsbaar (“Je eigen hart lijkt plots in een ander lichaam(pje) te kloppen”, las ik ooit over het moederschap, en ik begreep het meteen).

10. Competitie en verwachtingen

Afgezien van de gebroken nachten vind ik dit misschien wel het vermoeiendst aan het ouderschap: ik voel soms letterlijk de ‘druk’ vanuit mijn omgeving. Voor eens en voor altijd: een baby graag zien is géén competitie. Niet om het meest bezoekjes. Niet om het meest of om het eerst babysitten. Niet om het meest foto’s. Niet om het meest of om het eerst flesjes geven. Niet om het meest knuffelen of op de schoot nemen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij met alle liefde die onze kleine schat krijgt van familie en vrienden! Maar soms is het gewoon zo vermoeiend dat je nooit voor iedereen goed kunt doen. En soms zou ik heel even willen ontsnappen aan alle druk(te) en goedbedoelde adviezen, en gewoon met ons drietjes in een coconnetje willen genieten. Genieten van ons eigen gezinnetje.

En dat was meteen de tiende en laatste ergernis van mijn lijstje. Gelukkig zijn er ook zo veel hartverwarmende gebeurtenissen, zo veel kleine mooie momenten, zo veel onvergetelijke mijlpalen, waarvan ik nog veel langere lijstjes zou kunnen maken. Lieve mama’s, erger je dus niet te veel aan je ergernissen, want - waarschuwing: cliché op komst! - ze worden toch zo snel groot …

 

Karen