8 redenen waarom ik officieel een 'slechte mama' ben…

  • door Gastmama

Ons meisje is intussen bijna tien maanden oud. Al bij al durf ik van mezelf te zeggen dat ik geen slechte moeder ben. Als ik echter kijk naar de algemene richtlijnen die worden meegegeven aan jonge ouders, zou ik het tegendeel moeten beweren. En dat om volgende redenen:

Ik ben een 'slechte mama' omdat ...

  1. Eerste ‘faal’moment: ik heb beslist om flesvoeding te geven in plaats van borstvoeding. Ja, ik heb er dus voor gekozen om mijn kind een slechter immuunsysteem te bezorgen. Shame on me.
  2. De eerste weken had ons dochtertje last van (verborgen) reflux. De enige manier om ze rustig te laten slapen, was om ze op haar buik te leggen. Not done!
  3. Na ongeveer 2 maanden hebben we ons meisje al op haar eigen kamer gelegd. Ze sliep goed in haar wiegje, maar was door de reflux in haar slaap vaak aan het kuchen, slikken, … Met als resultaat een slapende baby maar een mama en papa die constant lagen te luisteren of alles ok was. Sinds ze op haar eigen kamer slaapt, is de rust wat teruggekeerd. Officiële richtlijn: laat je kind minstens 6 maanden (of liever nog een jaar) bij de ouders op de kamer slapen… Oeps.
  4. Na een vruchteloze poging om met vaste voeding te starten op 4 maanden, hebben we gewacht tot na 6 maanden om ons meisje vaste voeding te geven. Na de ‘gevoelige periode’ dus, en officieel iets te laat om te voorkomen dat ons meisje een ijzertekort zou gaan opbouwen…
  5. Met de (moeizame) start van vaste voeding, hebben we beslist om ons dochtertje eerst fruitpap te geven, en dan pas groenten te introduceren. En dus hadden we een grote kans dat ze aan de zoete smaak gewend zou geraken en geen groentjes meer zou willen…. Oeps again!
  6. Af en toe heeft ons meisje ’s nachts nog honger. En dan krijgt ze van ons een flesje. Weliswaar niet zo vaak, en er komt amper licht aan te pas zodat de voeding voor haar saai blijft. Maar we geven het ze wel, ook al is ze intussen bijna 10 maanden en heeft ze dat theoretisch gezien niet meer nodig. Kweken we nu een dikke baby?
  7. Ik let er weliswaar op dat ons dochtertje niet te veel nitraatrijke groenten krijgt (afwisseling troef, mede dankzij de crèche en grootouders die elke keer verse andere groentjes voorzien), maar venkel en spinazie gooi ik gewoon in de stomer. Opnieuw: not done!
  8. Nu, in de winter, slaapt ons meisje onder een donsdeken. Officieel mag dit pas vanaf 1 jaar, wegens te warm en dus risico dat de baby oververhit geraakt. Oeps!

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar er is ook goed nieuws! Ik ben er namelijk van overtuigd dat ik een betere mama ben dan de bovenstaande punten doen uitschijnen, en wel om volgende redenen:

Maar ...

  1. Ik koos er bewust voor om geen borstvoeding te geven, omdat ik ervan overtuigd ben dat dit mij teveel stress zou bezorgd hebben. En een gestresseerde mama die borstvoeding geeft, lijkt mij niet beter dan een ontspannen mama die flesvoeding geeft. Bovendien was ik in de heftigste refluxperiode zeer blij dat ik het voeden af en toe aan iemand anders kon overlaten. Pas op: ik heb veel respect voor borstvoedende mama’s. Het is per slot van rekening natuurlijk, en ik kan mij voorstellen dat geen enkele flesvoeding de samenstelling van borstvoeding perfect benadert. Maar voor mij wogen die voordelen niet op tegen de (mogelijke) nadelen. Voilà.
  2. Ons meisje is een supervrolijke baby die goed groeit en goed ontwikkelt. Volgens mij nog steeds de belangrijkste maatstaf om te weten of je als mama goed bezig bent.
  3. Ik ben nogal intuïtief, maar mijn gevoel heeft mij nog niet vaak bedrogen. Als ik merk dat mijn kind honger heeft, ben ik er van overtuigd dat het het best is om haar eten te geven. Ook al is dat uitzonderlijk om 2u ’s nachts. Uiteraard let ik er op dat het wel effectief om honger gaat, en niet om aandacht die ze nodig heeft. In het laatste geval blijkt het tutje in combinatie met een muziekknuffel wonderen te doen. Als dat niet werk, is het meestal duidelijk dat het echt wel een hongerprobleem is. En dan krijgt ze eten, om vervolgens een aantal uren nog ongestoord verder te slapen in haar eigen bedje.
  4. Eenvoudig gesteld: ik merk aan alles bij mijn dochtertje dat zij gelukkig is en goed gehecht is aan mama en papa. Tegelijkertijd is ze ook contact bij anderen en voelt ze zich blijkbaar veilig genoeg om ergens anders te blijven zonder mama en papa. Kan toch niet slecht zijn?

Conclusie: ik besef dat de richtlijnen er niet voor niks zijn en zeker hun bestaansreden hebben. Ongetwijfeld is uit onderzoek en uit praktijkervaring nu eenmaal gebleken dat dat algemeen de beste manieren zijn om een kind groot te brengen. Maar elk kind is anders en niemand kent haar eigen kind zo goed als de moeder. Vertrouw dus op je gevoel. Weet wat de regels en richtlijnen zijn, maar als je gevoel schreeuwt dat je iets anders moet doen, durf daar dan ook voor te gaan. En vooral: laat je dan daarna niet aan het twijfelen brengen omdat je iets anders doet. Stel jezelf de vraag of je kind gezond en gelukkig is, en of jij als mama ook gezond en gelukkig bent. Als dat allebei waar is, kan er volgens mij geen enkel probleem zijn.