Bedplassen: wanneer moet je je zorgen maken?

Bedplassen is het ongewild en onbewust urineverlies tijdens de slaap op een leeftijd dat het kind ‘al droog’ zou moeten zijn, d.w.z. vanaf de leeftijd van 6 jaar. Onderschat de schaamte en psychologische impact niet bij lagereschoolkinderen die eens bij een vriendje willen gaan slapen... Kinderen kunnen heel hard zijn voor elkaar.

4 weetjes over bedplassen

  • Bedplassen is erfelijk. Het is zelfs bekend welke genen daarvoor verantwoordelijk zijn. Was jij of je partner een bedplasser, dan heeft je kind 44% kans om zelf bedplasser te worden. Waren jullie beide fervente bedplassers, dan heeft je kind zelfs 70% kans. Dus werp geen verwijtende blikken naar je kind, want het kan er niets aan doen!
  • 10% van de 6- tot 7-jarigen plast nog in bed. Dat percentage zakt naar 5% op 10-jarige leeftijd.
  • Als 7-jarige bedplasser heb je 5% kans om, als dit niet wordt behandeld, levenslang bedplasser te blijven.
  • Als je wacht tot het vanzelf overgaat, belast je het kind met een vervelend probleem dat tot vernedering, een laag zelfbeeld en andere psychologische stoornissen kan leiden.

Aan de slag dus! Geen tijd te verliezen!

3 belangrijke factoren voor bedplassen

  1. Verminderde capaciteit tot ontwaken

Het kind wordt niet wakker als de blaas vol is of als de blaas zich ongewild samentrekt. Hij slaapt er lekker doorheen, als een schattig marmotje. 

  1. Instabiliteit van de blaas

Er is een gebrek aan controle over de activiteit van de blaasspier, waardoor de blaas ongewild en onbewust zal samentrekken, ook al is deze nog niet helemaal gevuld. Dit is het geval bij kinderen die overdag ook vaak ongelukjes hebben, alsof ze te lang gewacht hebben. Dit is niet de schuld van het kind, bestraf dit dus niet!

  1. Te hoge urineproductie tijdens de slaap

Een hormoon, het antidiuretisch hormoon (ADH), is verantwoordelijk voor het concentreren van de urine tijdens de nacht. Dit hormoon stijgt met de jaren en bereikt normaal zijn maximum rond de leeftijd van 5 à 6 jaar. Wanneer dit hormoon nog tekortschiet en de hoge urineproductie het blaasvolume op die leeftijd overschrijdt, zal het kind gaan bedplassen. Dit zijn de kinderen die ’s morgens wakker worden met een overvolle luier (of in bed geplast hebben).
De combinatie van een schattig marmotje met een of beide van de andere factoren, verklaart het bedplassen bij het merendeel van de kinderen.

Naar de huisarts of niet?

Plast je kind van 5 jaar nog regelmatig in zijn bed? Dan raakt hij er zonder behandeling waarschijnlijk niet vanaf en raadpleeg je het best de huisarts.

Merk je al enige ‘schaamte’ bij je kind voor de nachtelijke ongelukjes of overvolle luiers? Aarzel dan niet om een doktersbezoek in te plannen. Onderneem stappen voordat het zelfbeeld van je kind te laag wordt.
Ga eveneens naar de dokter wanneer je je ongerust maakt (om wat voor reden dan ook), je kind ook last heeft van verstopping, klaagt van een branderig, pijnlijk gevoel bij het plassen (’s nachts en overdag) of ook overdag plasongelukjes heeft.

Wat doet een arts aan bedplassen?

  • Door een eenvoudige bevraging en een klinisch onderzoek proberen te achterhalen welke factoren juist aangepakt moeten worden.
  • Vragen om gedurende twee weken een plas- en drankkalender bij te houden.
  • Vragen om met je kind een paar keer een ‘superplas’ te verzamelen (zie onderaan).
  • Checken of er geassocieerde problemen aanwezig zijn die het bedplassen kunnen verergeren. Bijvoorbeeld obstipatie, ADHD of een urineweginfectie. In dat geval moet eerst het geassocieerde probleem behandeld worden, voordat het bedplassen zelf kan worden aangepakt. Vaak stopt het bedplassen dan trouwens vanzelf.
  • Je kind doorverwijzen naar een uroloog wanneer verder onderzoek nodig is. Dit is echter zelden het geval bij gewoon bedplassen.
  • Een therapie aanraden, afhankelijk van de leeftijd van het kind en de achterliggende oorzaak. De plaswekker is het meest effectief op lange termijn. Soms zijn bijkomende medicijnen nodig om de blaas te ondersteunen (wanneer de blaas te klein is of het kind 's nachts nog te veel urine aanmaakt).
  • Hameren op voldoende vochtinname en een juiste plastechniek (voetjes op de grond, juiste houding, niet persen tijdens het plassen!) bij het kind.
  • Je kind nauwgezet opvolgen tot je kind 3 à 6 maanden droog is en erop toezien dat de richtlijnen goed gevolgd worden. De arts blijft je motiveren en stelt jou en je kind gerust dat het probleem zeker opgelost zal worden, maar dat jullie geduld moeten hebben. 
meisje op plaspot dotpot

Wat kun je zelf beter doen?

Mama of papa als coach, steun en toeverlaat

  • Stel een behandeling niet uit! Denk eraan wat bedplassen met je kind doet.
  • Houd vol! Het slagen van een behandeling of therapie staat of valt met de motivatie en de therapietrouw van het kind en de ouders.
  • Geef je kind zoveel mogelijk positieve aandacht. Wees een steun en blijf aanmoedigen. Bevrijd je kind van eventuele schuldgevoelens. Verwijt je kind bijvoorbeeld niet dat het je nachtrust verstoort, ook al ben je doodop. 
  • Zorg voor gedeelde verantwoordelijkheid. Laat je kind helpen met het bed te verschonen ’s nachts na een ongelukje.
  • Vermijd praktische ongemakken en koop luierbroekjes. Ze lijken net op echte onderbroekjes!

Regelmaat in toiletbezoek

  • Herinner je kind er regelmatig aan om te gaan plassen. Doe dit niet dwingend of te strikt, anders gaat je kind misschien persgedrag vertonen. Laat je kind zeker voor bedtijd nog eens plassen.
  • Let erop dat je kind niet perst tijdens het plassen, maar zich volledig ontspant; zorg voor een goede ‘toilethouding’ bij je kind. 
  • Leer je kind, vooral als het een meisje is, niet te veel te wrijven of te vegen met papier na het toiletbezoek. Leer om met het papier zachtjes van voren naar achteren te wrijven. Overdreven hygiëne zorgt bij meisjes namelijk ook voor ophoudgedrag, wat uiteraard ongewenst is.
  • Waak over een regelmatige stoelgang. Laat je kind na de maaltijden ‘toiletzitten’.

Eten en drinken

  • Zorg voor evenwichtige voeding met voldoende vezels. Geef geen hoofdmaaltijd vlak voor het slapen gaan en vermijd te veel zout en eiwitten.
  • Laat je kind voldoende drinken overdag, vooral ’s ochtends en tijdens de middag. Matig het drinken ’s avonds, beperk het drinken vooral vanaf 1 uur voor het slapengaan. Een algemeen drinkverbod ’s avonds is niet nodig.
  • Let erop dat de drinkbus leeg weer mee naar huis komt na schooltijd. Licht eventueel de juf in. 
  • Geef water te drinken!
  • Een kind tussen de 20 en 40 kg heeft behoefte aan 50 ml/kg vocht per dag. Vanaf de leeftijd van 7 à 8 jaar wordt 1,5 liter vocht per dag aangeraden. Dit komt overeen met zes grote glazen per dag.

Wat je beter niet doet bij bedplassers

  • Gebruik geen negatieve termen zoals ‘lui’ en ‘baby’ en doe geen uitspraken zoals “Iedereen is al zindelijk en jij nog niet” of “Doe eens wat moeite”. Vernederen, kleineren, beschuldigen en bestraffen horen hier niet thuis.
  • Komt je kind met een volle drinkbus terug van school, laat hem dan geen inhaalmanoeuvre doen ’s avonds. Je kind mag wel drinken ’s avonds, maar met mate.
  • Stap tijdens de blaastraining af van een glas melk voor het slapengaan. Melk belast de nieren zodanig, dat het de urineproductie sterk verhoogt. Dit geldt ook voor kaas, yoghurt en andere zuivelproducten.
  • Laat je kind geen cafeïne- of theïnehoudende dranken drinken. Cafeïne prikkelt de nieren om meer urine aan te maken, waardoor je kind meer zal moeten plassen. Vermijd dus cola (alle soorten), ice-tea, koffie, thee... zeker ’s middags of ’s avonds. Opgelet: een reep pure chocolade bevat evenveel cafeïne als een blikje cola!
  • Vermijd ’s avonds groenten zoals selderij, ui, peterselie, aubergine en knoflook en geef vlak voor het slapengaan geen fruit zoals watermeloen, druiven of citrusvruchten, omdat die 90 à 95% water bevatten.
  • Verjaarde (en dus af te raden) methodes: je kind ’s nachts wakker maken om te gaan plassen (dit helpt niet om controle over de blaas te krijgen) of werken met beloningssystemen (bij een mislukking zal het kind zich weer schuldig en slecht voelen en beloningen lijden in dit geval zelden tot droge nachten). 

De plas- en drankkalender

Dagkalender

Vul dit tweemaal gedurende 24 uur in en neem dit mee naar je arts. Een schooldag is ideaal.

 

Hoeveel gedronken?

Geplast?

 

Ongelukje?

Ochtend

… x …

 

 

Speeltijd

… x …

 

 

Middagpauze

… x …

 

 

Speeltijd

… x …

 

 

Avond

… x …

 

 

Voor het slapengaan

… x …

 

 

Nacht

… x …

 

 

 

  Hoeveel gedronken? Geplast? Ongelukje?
Ochtend      
Speeltijd      
Middagpauze      
Speeltijd      
Avond      
Voor het slapengaan      
Nacht      

 

Weekkalender

Registreer dit gedurende 2 weken en neem dit mee naar je arts.

WEEK …

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

Tijdstip slapen

 

 

 

 

 

 

 

Tijdstip opstaan

 

 

 

 

 

 

 

Droog

 

 

 

 

 

 

 

Ongelukje

 

 

 

 

 

 

 

Opstaan ’s nachts

 

 

 

 

 

 

 

NACHTELIJKE URINEPRODUCTIE

Gewicht natte luier (gram)

 

 

 

 

 

 

 

Ochtendplas (ml)

 

 

 

 

 

 

 

Totaal * (ml)

 

 

 

 

 

 

 

STOELGANG

Grote boodschap

 

 

 

 

 

 

 

Bruin streepje

 

 

 

 

 

 

 

Doe eens een superplas!

Wat is het doel?

Wanneer het blaasvolume veel lager ligt dan normaal is voor de leeftijd van je kind, moet hier extra aandacht aan besteed worden. Voldoende drinken is een goede basis. Met een ‘superplas’ krijg je een idee van het blaasvolume van je kind.

Hoe ga je te werk?

Kies een weekenddag uit. Laat je kind een aantal glazen water achter elkaar drinken. Motiveer je kind om zolang mogelijk de plas op te houden. Pas als de blaas op ontploffen staat, mag de plaskampioen ontspannen plassen (in een potje of grote maatbeker).

Lees het volume van de superplas af in de maatbeker. Vergelijk dit met het normale blaasvolume op de leeftijd van je kind met volgende berekening (bruikbaar tot de leeftijd van 14 jaar):

volume = (leeftijd in jaren + 1) x 30 ml

Een kind van 7 jaar zou bijvoorbeeld een blaascapaciteit van ca. 240 ml moeten hebben. Meet je na de superplas maar 150 ml, dan is er zeker nog wat training nodig. Bespreek dit met je arts. Bevat de pamper ’s nachts 300 ml en is het blaasvolume van je kind op die leeftijd normaal slechts 180, dan zegt dit ook genoeg.

Meer info vind je op www.drogenachten.be. Je kunt hier ook kalenders downloaden.

boek EHBK

Meer info over het boek EHBK

Lees hier alle info.