De loedermoederleague: join the club!

  • door Mama

Het fenomeen van de ploetermoeders is gekend: 23 bordjes in de lucht, en probeer ze maar allemaal draaiende te houden. Met bijzonder veel vallen en in verhouding relatief weinig weer opstaan. En als er aan het einde van de dag nog vier van de 23 bordjes draaien, is er ergens halverwege een mirakel gebeurd. Tonnen respect voor die mama's, want ze doen het verdorie toch maar. Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Diepe buiging, ploetermoeders!

Je hebt ploetermoeders en mevrouwenmama’s

De tegenhangers? Ik noem ze mevrouwenmama’s. Ook tonnen respect voor hén, want zij kunnen sporten, elke dag vers eten maken, perfect geschminkt en gekapt aan de schoolpoort staan (’s morgens én ’s avonds - hoe kan dat in godsnaam?), wekelijkse dinnerdates met vriendinnen hebben, en welopgevoede, beleefde kinderen grootbrengen. Ik neem er mijn spreekwoordelijke hoed voor af: ik hoor zelf absoluut ook niet bij de mevrouwenmama’s-club.

Ik ben eerder een loedermoeder

In nog geen duizend jaar maak ik ook maar kans op een lidkaart van de mevrouwenmama’s-gilde of de ploetermoeders-vereniging, want ik speel ergens in een totaal andere divisie: aan het einde van de dag liggen namelijk ál mijn bordjes op de grond (als ik er überhaupt ooit al vijf tegelijk in de lucht had), en perfect geschminkt en gekapt … ik!? Ha ha ha ha ha.

Nee, je moet een kat een kat durven noemen, en we kunnen niet allemaal zo eentje van Sheba zijn. Ik zit dus in een compleet andere club: de loedermoeder-league. En ik vrees zelfs dat ik, met onderstaand palmares, de voorzitter ben.

Loedermoeder = me

  1. Ik roep soms tegen/naar mijn kinderen. Elke morgen ben ik vast van plan het niet te doen. En toch gebeurt het. Soms een keer per dag. Soms vijf keer per dag. Soms een paar dagen niet (maar dan heb ik ze vast nog voor het ontbijt al omgekocht met iets).
  2. Mijn zoon zijn haren zijn nog nooit gekamd geweest, denk ik. Hij is drie.
  3. De inhoud van de brooddozen die ze mee naar school krijgen, is totaal ongeïnspireerd: boterhammen met hespenworst (want dan hebben ze toch een ‘vlezeke’ binnen), confituur (want, ah ja, fruit) of choco (want da’s scoren), en als dessertje een Babybel (want zuivel is goed, daar krijgen ze sterke botten van).
  4. Ik heb al twee keer het Antigifcentrum moeten bellen voor hetzelfde kind. (De tweede keer heb ik zelf óók ontstopper geproefd, om te kunnen inschatten hoe erg de mogelijke schade was.)
  5. Mijn oudste dochter was tien dagen oud toen ik in haar vingertje knipte. We zijn zes jaar en nog twee extra kinderen later, maar ik heb sinds die 18de juni 2011 nooit meer kindernagels geknipt. (Mijn man doet dat wel. Hij is geen lid van de loedermoeder-league.)
  6. Ik heb een hashtag moeten bedenken voor al mijn flaters: #nietaankindengezinverklappen, want anders komen ze mijn kinderen zeker afpakken.
  7. Soms zoek ik met mijn kinderen mee naar een verdwenen koek of snoepje, waarvan ik zeker weet dat ik het zelf al heb opgegeten.
  8. En gisteren nog was mijn middelste kind een levende marketingcampagne voor gedragstherapeuten (op de buik - in het openbaar - 4 miljoen decibel).

Join the club!

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik ben er niet fier op, op mijn en hun geroep. Of op de dreigementen. Of op de flaters. Zo’n mama zou ik niet worden, hè! En toch. De loedermoeder-league it is. Maar gezellig is het wel, hoor, in onze club!

De verwachtingen zijn er relatief laag en schuldgevoel is er met bakken te vinden. Maar relativeringsvermogen, humor en wijn ook. Kom dus gerust eens langs, iedereen is altijd welkom. Ploetermoeder, mevrouwenmama en alles daartussenin: join the club. De post van voorzitter is al ingenomen, maar de loedermoeder-league-ledenwerving stopt nooit!

#momsunited