Hoe ik heel soms de waarheid een beetje verdoezel voor mijn kinderen

  • door Mama

Wij proberen altijd zo eerlijk mogelijk te zijn tegen onze kinderen. Als de oudste moeilijke vragen stelt, geven we een zo goed mogelijk, écht antwoord.  Maar soms is het gemakkelijker om de echte waarheid nog een beetje te verdoezelen...

Over doodgaan en doodskisten

Toen mijn opa een tijdje geleden doodging, hebben we dat aan de toen driejarige zonder omwegen uitgelegd. Geen sterretjes aan de hemel, geen ‘hij slaapt voor altijd’. Gewoon zoals het was. En dat leek ze gelukkig prima te vinden. Een beproefde techniek, want een mondige driejarige de waarheid over de dood vertellen kan wel wat reality checks opleveren. Maar dat gebeurde dus niet echt.

Meer zelfs, ze vond een doodskist een erg slim iets, 'want met dat deksel erop kan niemand dode mensen nog storen, mama!'. Een opmerking die serieus confronterend kan zijn als ze luid genoeg wordt gezegd, zeker te midden van rouwende families op een kerkhof.

Maar wat als moeders kennis faalt?

Met die realistische aanpak maken we het voor onszelf niet altijd gemakkelijk, want de vragen die ze stelt zijn heel vaak van praktische aard.

'Waarvoor dienen die windmolens langs de autostrade?', bijvoorbeeld. Met alle wil van de wereld, dat kreeg ik niet echt uitgelegd. Ik heb geprobeerd, en ik heb gigantisch gefaald. Het antwoord dat ‘m het deed uiteindelijk: 'Vraag dat maar aan papa straks!'

En zo zijn er nog wel een paar dingetjes die ik ofwel niet uitgelegd krijg, of die Mille en Merlijn eigenlijk nog niet hoeven te weten.

Is het dan automatisch liegen tegen mijn kinderen? Bwa... Ik noem het eerder verdoezelen. Zoals in de volgende gevallen:

  • Ik ga nooit écht weg zonder hen. Ook niet na zware dreigementen op openbare plaatsen. Ook niet na ‘ik ben dan weg zonder jullie hé, dadaaaaa!’ Ik verdwijn hoogstens achter een hoekje, waar ik dan badend in het angstzweet met nachtmerries over ontvoerders de volle 13 seconden wacht tot er een nieuwsgierige snoet opduikt.
  • Nee, ik kan niet precies uitleggen hoe onweer werkt. Dat ligt aan mijn eigen beperkte kennis van natuurkunde. Maar ik weet wel vrij zeker dat de wolken niet écht ruzie maken en dan tegen elkaar knotsen. Maar dat weet dochterlief nog niet. En dus vertel ik dat verhaaltje maar.
  • Van de hik groei je niet. Maar als ik zie hoe blij Mille door de kamer stuitert als ze eens de hik heeft, dan ga ik dat niet doorprikken.
  • Je moet niet per se àltijd naar het ziekenhuis ('met-veel-bloed!') als je op de radiator klimt en eraf valt. Maar dat de uitspraak maakt indruk en dus is dat wat ik tegen Merlijn zeg. (Die er dan meteen terug op klimt, want ja, 'waaauw, tuutaa!')
  • Als je aan de klink van de autodeur komt terwijl hij rijdt, gaat de deur open en val je eruit. Punt. Ze zullen ooit wel eens vanzelf beseffen dat ze eigenlijk keigoed vastzitten in autostoelen, zeker? 

En tot slot: Ik weet niet wat er na 3 komt als ik dreig om tot drie te tellen. ‘Ik tel tot 3 en dan moet het gedaan zijn, hé!’ Ik tel dan wel dreigend tot 3, maar eigenlijk weet ik niet wat er zou gebeuren bij 4. Gelukkig kan ik erg kwaad tellen, en maakt dat voorlopig voldoende indruk.

Iemand wel een idee?