Ik sta er altijd alleen voor, ook al zijn we met twee

  • door Gastmama

Ik sta in het onderwijs en werk nu een periode halftijds. Of dat is toch hoe andere mensen over mijn leven oordelen. Ze beseffen niet dat ik het enorm zwaar heb de laatste maanden.

Papa harde werker

Niemand ziet of wil zien hoe hard ik me geef voor mijn gezin en hoe uitputtend dat voor mezelf is. Er zijn dagen dat ik me levenloos en leeg voel omdat ik alweer de nacht doorgebracht heb met slapeloze kinderen, omdat ik alweer het huishouden in goede banen geleid heb, omdat ik alweer geen seconde van rust gekend heb die dag.

Ik heb een zoontje van twee jaar oud en een dochtertje van zes maanden oud. Best druk zou ik het noemen. Ik had op voorhand niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn, maar de overgang van één kindje naar twee weegt hier enorm door.

Mijn man is een hele harde werker. Hij werkt overdag voltijds en heeft daarbij nog drie horecazaken waar hij ’s avonds en ’s nachts in het weekend aan de slag is. Veel tijd schiet er dus niet meer over om door te brengen met het gezin. Dat maakt mijn taak als moeder des te zwaarder. Ik neem alle zorg op mij wat de kinderen betreft. Ik doe het huishouden volledig op mijn eentje en ga daarbij (nu halftijds) werken. Eigenlijk kan je me een alleenstaande moeder met partner noemen.

Hij is de speelpapa voor onze kinderen en ik ben de zorgmama voor hen. Hij doet leuke dingen met hen: in bad gaan, rollenbollen over de vloer, gekke bekken trekken …  Ik doe de dingen die nu eenmaal moeten: luiers verversen, eten maken, de boel opkuisen, speelgoed opruimen, kleertjes aandoen, medicatie toedienen, opstaan tijdens de nacht, zorgen dat hun kleertjes gewassen zijn, …

Er schiet weinig tijd over om leuke dingen met hen te doen. Vaak voel ik me daar schuldig over.

Alleen tussen mijn vier muren

Moeder zijn is het mooiste wat er is. Dat beaam ik, maar het is tevens ook het zwaarste. Moeder zijn is een voltijdse job, met overuren en heel veel stress.
Ik wil het ook allemaal zo perfect doen, dat ik mezelf voorbijloop. Als ik hierover durf te klagen krijg ik steevast het antwoord: ‘Doe ze eens een dagje/nachtje bij de grootouders!’. Opgelost! Maar zo werkt het niet voor mij. Ik heb het heel moeilijk om mijn kinderen ergens achter te laten. Het is een innerlijke strijd die ik voer met mezelf. Waarom moeten ze weg? Ze kunnen toch evengoed bij mij zijn? Terwijl ik best wel aanvoel dat het soms beter zou zijn voor mezelf.

Ik sta er altijd alleen voor, ook al zijn we met twee. Er is niemand in mijn omgeving die dat begrijpt. Het is een rot gevoel, om alleen te zijn, terwijl je eigenlijk met twee bent. Ik kan nooit vragen aan mijn man om een taakje op zich te nemen, want hij is er gewoon niet. En als hij er is wil hij liefst wat rusten of met de kinderen spelen.

Dat zorgt voor heel wat spanningen sinds de komst van ons dochtertje. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal niet meer dragen kan, met de nodige uitbarstingen en tranen tot gevolg. Ik krijg mijn dagen niet rond wanneer ik thuis ben en dat zogezegde mooie leven leid.

Anderen zien niet dat ik om half twaalf ‘s avonds nog was sta op te plooien, terwijl ik mezelf had voorgenomen eens extra vroeg te gaan slapen. Dat ik er twee uur later weer uit moet omdat mijn zoon weer eens de slaap niet kan vatten. Dat ik nadien met een baby rondloop die wakker geworden is van het gehuil van haar broer. Dat wanneer alles weer stil is, ik de slaap niet kan vatten omdat ik lig te piekeren en de volgende dag in mijn hoofd aan het plannen ben. Dat wanneer ik de rust gevonden heb om te slapen, mijn man thuiskomt en begint te snurken, waarop ik mezelf verwijder van het bed en in de zetel ga liggen. Dat ik nadien om half zes weer gewekt word door een klaarwakkere zoon die aan zijn dag wil beginnen. Dat ik nooit een moment alleen in de badkamer ben en ik samen met mijn zoon in bad moet kruipen wanneer ik mezelf wil wassen. Dat ik niet een keer gauw naar de winkel kan, want dat mijn dochtertje dan juist haar flesje moet krijgen. Dat ik een hele dag tussen mijn vier muren zit, want ze doen hun dutjes afwisselend…

Je wou toch kinderen?

‘Jij wou toch twee kinderen? Wel, je hebt ze nu!’

Ik zou ze voor geen geld van de wereld willen missen en ik heb er ook geen spijt van, maar dat wil niet zeggen dat ik het allemaal maar met de glimlach moet aankunnen. Ik wou twee kinderen, maar zolang je er geen twee (of drie of vier…) hebt, weet je nog niet hoe het zal zijn.

Ik probeer me elke dag opnieuw op te laden om er weer tegenaan te gaan. Om het beste uit de dag en mijn kinderen te halen. Misschien vind ik vandaag wel een half uurtje de tijd om eens te schilderen met mijn zoontje? Maar als de avond valt en ik tot de conclusie kom dat ik weer eens veel te weinig tijd heb gehad - omdat er nog zoveel andere dingen dienden te gebeuren - breekt mijn moederhart en voelt het alsof ik gefaald heb. Het slapen lukt me niet omdat ik lig te piekeren en iets later herhaalt zich het patroon van de nacht.

‘Je bent zeker uitgerust nu? Na je bevallingsverlof en dan nu halftijds werken?’

Zucht...