Mama heeft een beetje een … euh … dwangstoornis

Nou ja. Dat klinkt een beetje zwaar. Mama heeft een dwangstoornis. Misschien is het eerder een zogenaamde dwangmatige persoonlijkheid. Het is dus niet zo dat ik elke tegel tel waarover ik stap, zo erg is het nu ook weer niet. Maar wat is het dan wel?

Elk potje zijn vaste plek

Zeker als de poetsvrouw is geweest, kan ik het niet laten. Alles moet exact op de juiste plaats terug worden gezet. Niet daar. Maar dáár. Ook al staat iets misschien maar 5 centimeter verder, het stoort mij. Want alles heeft hier zijn vaste plaats. Dat was op kantoor ook al zo: ik zag het meteen wanneer iemand anders aan mijn bureau had gezeten. En eerst moest alles weer op zijn vaste plek staan. Pas dan kon ik weer aan de slag.

Showroom of kijkwoning?

Veel mensen hebben het me al gezegd. “Jouw woning lijkt wel een kijkwoning!” En het is heus niet zo dat er bij ons niet wordt geleefd hoor. Soms is onze woonkamer ook een stortplaats van Legoblokken, verkleedkledij en speelgoedautootjes geworden. Of een complete chaos van kussens en dekens. Maar zodra het opgeruimd is, is het ook werkelijk opgeruimd.

Dat is in mijn kasten net zo. Zodra je een kledingkast opent, zie je het al. Het lijkt wel een showroom van de IKEA. Sokjes netjes in aparte bakjes. Volgens kleur. Lichtblauw vooraan, dan groen, dan bruin, dan zwart. Met de kleertjes hetzelfde. Wit vooraan, dan lichtgeel, oranje, rood, lichtblauw, donkerblauw, lichtgroen, donkergroen, grijs, bruin en ten slotte zwart. Het lijkt wel een regenboog. Heel makkelijk als je iets in die bepaalde kleur zoekt. Oké, ik moet het toegeven, soms ben ik ook een tijdje bezig met uitzoeken of dat hemdje nu voor die of die kleur moet komen. Beetje gênant feitelijk. Maar ik kan het niet laten. Het oogt zo mooi als je die kastdeuren opentrekt.

Perfecte stapels

Elke T-shirt wordt op dezelfde manier gevouwen. Één T-shirt die breder is dan de andere in de stapel? Neen, dat zie je niet in mijn kasten. Het is een beetje als de stapels kledij die je vindt in de betere (kinder)boetiek. Zo stapel ik de kledingstukken. Niet dat ik denk dat het ongeluk zal brengen als ik het een keertje niet doe he. En het is ook niet zo dat ik 3 keer de kastdeur moet openschuiven om te checken of alles perfect volgens kleur ligt. Zó erg is het nu ook weer niet. Maar wel erg genoeg ;-).

Ook in de badkamer is het zo. Ik heb zowel lichtbruine als donkerbruine handdoeken. En die worden netjes afgewisseld. Lichtbruin. Donkerbruin. Lichtbruin. Donkerbruin. En dat in kaarsrechte stapels. Bijna zoals in de showroom van de badkamerspecialist.

Netjes op het schoenenrek of aan de kapstok

Zodra je de voordeur opent, zie je het al. De kinderschoenen staan netjes op het schoenenrek. Met de klittenbandsluitingen weer netjes gesloten. En die jassen hangen ook perfect recht aan de kapstok.

Ik besef het. Het is al vrij ernstig. Maar niet ernstig genoeg dat ik het gevoel heb dat ik er per se “van af” wil. Ik vind het gewoon netjes. Het geeft rust in mijn hoofd. Meer is het niet. Als kind al stofzuigde ik niet gewoon rondom en onder de mat, neen, ik kamde meteen ook de franjes van de mat achteraf. Dát was pas netjes ;-).

Mensen die het weten, vragen me steevast: “Ben je dan niet ontzettend lang bezig met alles?” Goh… Ik weet het niet, wellicht langer dan een mama die niet zo’n dwangmatige trekjes heeft. Maar het is eerder een automatisme geworden voor mij. Een deel van mijn dagelijkse routine. En het lukt best wel snel, eerlijk gezegd.