Wat vermoeidheid doet met een mama

‘Hoe gaat het daar? Alles goed?’ ‘Goed, goed! Alles tiptop, hier! Alleen… een klein beetje moe, da’s al… ’

Nacht = rust?!

Ik loop de voorbije 5 jaar toch wel meestal een beetje vermoeid rond. Sinds de komst van de kindjes, is mijn nachtrust er nu niet meteen op verbeterd:

  • De meisjes zetten allebei regelmatig het kot op stelten, liefst in het midden van de nacht. Soms heeft er eentje in bed geplast. Of hebben ze een plotse en onweerstaanbare dorst. Het kan ook zijn dat ze gewoon 'niet kunnen slapen'. En dat even aan mama moeten komen vertellen. Mijn jongste is ook regelmatig nog eens ziek - ze heeft ondertussen al een indrukwekkend arsenaal virussen verzameld. Antistoffen kweken, heet dat dan.  
     
  • Ze zijn ook zo ongelofelijk vroeg wakker, echt wel. En zo jammer: ze maken nog geen onderscheid tussen weekdagen en weekends: als de zon wakker is, zijn zij dat ook!
     
  • En als de meisjes 's avonds vredig liggen te slapen, dan lijkt de tijd wel te vliegen. Nog wat werk inhalen, het huishouden min of meer op orde zetten, een beetje ontspannen ... en het is middernacht voordat je het weet. Met als gevolg: weer eens veel te laat in bed... om de dag fris en monter - kuch - te beginnen. 

Echt waar. Het wordt zwaar onderschat, het effect van dat chronisch slaaptekort

Te weinig slaap

En als het echt eens erg geweest is - lange werkdagen, vermoeiende nachten enzovoort - dan is het overleven geblazen. Voor mezelf, en voor – dat beweren ze toch – man en kids.

Dan zijn er precies toch een paar vijsjes los …

  • Als ik moe ben, dan heb ik geen geduld meer. Nul.

Ken je dat? Je bent eigenlijk veel te laat opgestaan, je alarm bleef maar op snooze, want je geraakte er gewoon niét uit. Maar je probeert de situatie recht te trekken door het tempo op te drijven bij man en kids. Maar je boodschap lijkt maar niet aan te komen, integendeel. Ze lijken gewoonweg zelfs expres trager te gaan … En dan gebeurt het: je geduld is wég. Je hoort jezelf zeuren (‘Jas aan. Jas aan. JAS AAAAAAAN!!’ ‘Ben je nu nog niet klaar?’ Het is TIIIIJJJJD!’).

  • Ik snak naar cafeïne en suikers. Nu!

Op zo’n dagen kan er trouwens nooit genoeg koffie in huis zijn. Eigenlijk functioneer ik gewoon niet vooraleer ik op zijn minst twee tassen heb kunnen binnengieten. Idealiter gecombineerd met een boterham met choco, een pak speculoos, een mignonetteke. En als er dan iemand in huis een opmerking durft te maken over zwembandjes … Trust me, don't go there!

(Soms, heel soms, moet ik gewoon een klein beetje shoppen. Dankjewel Hema en Zara, dat zo een klein energiedipje niet meteen een financiële crisis wordt. Ter mijner verdediging: ik koop het allerliefst iets voor de meisjes. Ze hebben echt nog niets om aan te doen! Kuch.)

  • Ik kan niet goed meer brabbelen. Euh, babbelen.

En op zulke dagen, lijkt het alsof ik het begin van mijn zin vergeten ben tegen het einde. Of gebeurt het dat ik een verhaal begin te vertellen, en dan middenin eigenlijk vergeet wat ik eigenlijk wilde zeggen.

Vooral mijn man vindt dat redelijk ergerlijk. ‘Maak uw zin nu eens af!’. Of ‘Wat wilde je nu eigenlijk vertellen, juist?’

(Luisteren lukt dan eigenlijk ook niet altijd even goed. ‘Wat zei je nu net?’ ‘Kan je nog eens herhalen?’)

  • En, ik beken, mijn opvoedingsidealen verdwijnen wat naar de achtergrond. 

Ik zou echt willen dat de kids enkel televisie kijken tussen 18u. en 19u., net voor het slapengaan. En dat ze hun boterhammetjes opeten aan tafel, zonder om de vijf tellen van hun stoel te schuiven (‘ik moet drin-gend pipi doen’, ‘ik heb he-le-maaaal geen honger, echt niet’, ‘ik neem eventjes de melk’, ‘ik moet eventjes snel kijken of …’.

Wel. Dat is dus de ideale wereld. De realiteit is dat ik ze op zo’n dagen wel degelijk een hele film laat bekijken, terwijl ik zelf in de zetel hang/slaap/rust. En dat ze zelfs soms hun boterhammetjes in de zetel mogen opeten, terwijl ze naar de film in kwestie aan het kijken zijn.

Ter mijner verdediging: hoe moe ik ook ben, ze krijgen altijd een verhaaltje voor het slapengaan. En een dikke knuffel.

 

Fien vraagt mij nu heel geregeld ’s avonds: ‘Mama, waarom moet ik eigenlijk slapen?’

En dan probeer ik met handen en voeten uit te leggen dat onze spiertjes moeten rusten van al dat lopen, en onze hersenen (hopelijk) van al dat nadenken…

‘Is dat écht?’, vraagt ze dan ongelovig.

 

Ja, schat, dat is ECHT!