‘Maar op school merken we daar niets van’: veel ouders zien thuis een ander kind

Bijna 1.400 ouders namen deel aan onze bevraging over de impact van een diagnose of een vermoeden van een diagnose bij hun kind. Naast de cijfers kregen ouders ook uitgebreid de kans om zelf te vertellen wat goed en minder goed loopt.
In die antwoorden komt geregeld hetzelfde probleem terug: op school lijkt een kind het prima te doen, terwijl de ouders thuis iets heel anders zien.
“Onze zoon werd niet geloofd. Ze zagen hem steeds maar maskeren, maar thuis viel dat af en was hij op.” Deze mama vertelt dat haar zoon uiteindelijk, in overleg met de huisarts en het CLB, een tijd thuisbleef. In september start hij op een nieuwe school.
Andere ouders vertellen over kinderen die goede punten halen en daardoor moeilijker ondersteuning krijgen. Of over een kind dat zich op school de hele dag weet aan te passen en thuis niets meer kan verdragen. “Als je een kind met ADHD hebt dat heel goede punten scoort op school, is er nóg minder begrip.” Een andere ouder vat haar frustratie kort samen: “Luister als een ouder bezorgd is over zijn kind, ook al zijn de punten goed.”
Slechts 1 op de 4 vindt dat school zijn kind voldoende begrijpt
We hebben in onze bevraging niet letterlijk gevraagd of kinderen zich thuis anders gedragen dan op school. We kunnen dus niet zeggen hoeveel gezinnen dat meemaken. Dat zoveel ouders het spontaan vermelden in de vrije antwoorden, valt wel op.
Andere cijfers uit de bevraging geven meer context.
- Slechts 24% van de ouders vindt dat de school hun kind voldoende begrijpt. Nog geen derde (30%) voelt zich echt serieus genomen en gehoord.
- 36% zegt vaak zelf te moeten uitleggen wat de diagnose van hun kind inhoudt.
- Bijna de helft (47%) heeft het gevoel te moeten blijven trekken en duwen om hulp of ondersteuning te krijgen.
Die strijd begint voor veel ouders al vóór er een diagnose is.
- 76% zegt dat ze al lange tijd voelden dat er iets speelde bij hun kind.
- Tegelijk voelde bijna de helft (49%) dat anderen hun zorgen minimaliseerden en kreeg eveneens 49% te horen dat hun kind er “wel zou uitgroeien”.
- Meer dan de helft (52%) begon tijdens die periode sterk aan zichzelf te twijfelen.
Dat maakt een opmerking als “wij zien dat hier eigenlijk niet” behoorlijk beladen. Misschien ziet een leerkracht inderdaad weinig problemen. Maar dat betekent niet dat de ouder ze thuis ook niet ziet.
Goede punten, maar tegen welke prijs?
Sommige kinderen met ADHD of ASS passen hun gedrag buitenshuis sterk aan. Ze proberen niet op te vallen, onderdrukken bepaalde reacties of kijken naar andere kinderen om te weten welk gedrag er van hen wordt verwacht. Dat wordt vaak maskeren of camoufleren genoemd.
Het is belangrijk om niet ieder verschil tussen thuis en school daar automatisch aan toe te schrijven. Een kind kan zich om allerlei redenen anders gedragen in verschillende omgevingen.
Maar maskeren kan er wel voor zorgen dat moeilijkheden minder zichtbaar zijn. CM wijst er bijvoorbeeld op dat ADHD bij meisjes soms minder snel wordt herkend omdat zij hun symptomen vaker proberen te verbergen en zich aanpassen om niet uit de groep te vallen.
Voor een leerkracht kan een kind dus best goed functioneren. De vraag is wat daarvoor nodig is.
Een schooldag doorkomen kan zoveel concentratie, zelfcontrole of aanpassing vragen dat er thuis weinig reserve overblijft. Ouders beschrijven in onze bevraging kinderen die na school ontploffen, zich terugtrekken of volledig uitgeput zijn.
Goede punten vertellen niet altijd hoe goed een kind zich voelt.
Misschien moeten we daarom niet alleen vragen: Hoe gaat het op school?
Maar ook: hoe gaat het met je kind ná school?
Als je als ouder voelt dat er meer speelt
Niet ieder kind dat na school moe, boos of overprikkeld thuiskomt, heeft ADHD of ASS. Een diagnose is ook geen doel op zich. Wanneer bepaalde moeilijkheden blijven terugkomen en het dagelijkse leven van een kind beïnvloeden, kan het wel zinvol zijn om verder te kijken. Een psychodiagnostisch onderzoek kan helpen om de sterktes en noden van een kind beter in kaart te brengen en na te gaan welke ondersteuning passend kan zijn.
Vanaf 2026 krijgen CM-leden een deel van de kosten van zo'n psychodiagnostisch onderzoek naar AD(H)D of ASS bij kinderen en jongeren onder 18 jaar terugbetaald. CM betaalt 35% van de kostprijs terug, met een maximum van 350 euro per jaar. Voor leden met verhoogde tegemoetkoming is dat 50%, met een maximum van 500 euro per jaar. Aan de terugbetaling zijn een aantal voorwaarden verbonden.
Meer informatie over de terugbetaling voor psychodiagnostisch onderzoek bij CM
