Mijn moederschap wordt niet groter wanneer hij kleiner wordt. Toch lijkt onze samenleving opvoeding nog vaak zo te bekijken. Een ouder moet laten voelen wie de baas is. Een kind moet onmiddellijk luisteren, zonder boe of bah. Grenzen zouden pas echt grenzen zijn wanneer ze hard, luid en zichtbaar worden afgedwongen.
Wanneer ik rustig blijf, uitleg geef, verbindend communiceer en kies voor een logische consequentie in plaats van een straf, wordt dat al snel als soft gezien. Alsof zachtheid hetzelfde is als toegeeflijkheid. Alsof ik geen grenzen stel omdat ik niet roep.
Ouder zijn vraagt veel ongemak. Je moet kunnen verdragen dat je kind boos op je is. Je moet grenzen stellen terwijl je liever de vrede bewaart. Je moet machteloos toekijken terwijl je kind fouten maakt. En misschien wel het moeilijkste: je komt jezelf voortdurend tegen. Je kind raakt soms precies die plaatsen in jou die nog gevoelig zijn. Je verleden, je angsten, je behoefte aan controle, je schaamte en je overtuiging dat je het beter zou moeten kunnen.
Soms wordt hard optreden voorgesteld als de moedige keuze. Alsof rustig blijven, uitleg geven en verbinding zoeken de gemakkelijke weg zijn.
Voor mij is het net andersom. Een machtsverhouding voelt voor mij veel ongemakkelijker dan een dialoog. Het voelt verkeerd om mijn positie als ouder te gebruiken om een gesprek stop te zetten. Om te zeggen: “Omdat ik het zeg”, wanneer ik eigenlijk ook kan uitleggen waarom een grens bestaat.
Natuurlijk neem ik beslissingen die hij niet leuk vindt. Ik ben zijn moeder, niet zijn leeftijdsgenoot. Ik draag verantwoordelijkheden die hij nog niet kan dragen. Maar meer verantwoordelijkheid hebben, betekent niet dat mijn menselijke waardigheid groter is dan die van hem.
Mijn zoon leeft een leven met echte uitdagingen
Ik zie in mijn zoon geen kind dat tegen iedere moeilijkheid beschermd moet worden. Ik zie een kind dat de uitdagingen van het leven al ervaart.
Hij leeft in twee huizen die ooit één waren. Hij moet schakelen, afscheid nemen en zich telkens opnieuw aanpassen. Hij groeit bovendien op in een wereld waarin hardheid nog vaak wordt verward met mannelijkheid. Een wereld waarin jongens al vroeg kunnen leren dat gevoeligheid lastig is, dat huilen zwak is en dat kwetsbaarheid iets is wat je beter verbergt.
Maar mijn zoon voelt veel. Hij merkt sfeer en non-verbaal gedrag snel op. Hij is empathisch en heeft een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Wanneer hij iets doet wat niet mag en ik spreek hem daarop aan, dan raakt dat hem. Hij denkt erover na en voelt soms schuld.
Dan stel ik mezelf de vraag: waarom zou ik daar nog geschreeuw, vernedering of angst aan toevoegen? Ik wil hem leren verantwoordelijkheid te nemen zonder dat hij zichzelf als slecht gaat beschouwen. Hij mag begrijpen dat zijn gedrag niet oké was, terwijl hij tegelijkertijd blijft weten dat híj wel oké is.
De keuze tussen verbinding en authenticiteit
De visie van Gabor Maté helpt mij om te begrijpen waarom dit zo belangrijk voor mij is. Een terugkerende gedachte in zijn werk is dat een kind zowel verbinding als authenticiteit nodig heeft.
Een kind wil verbonden blijven met zijn ouders, omdat het daarvan afhankelijk is. Tegelijkertijd heeft het behoefte aan een eigen gevoelswereld, een eigen stem en een eigen identiteit. Wanneer een kind ervaart dat bepaalde gevoelens, behoeften of karaktereigenschappen de relatie met zijn ouders bedreigen, kan het leren delen van zichzelf te onderdrukken. Niet omdat het zwak is, maar omdat het de verbinding nodig heeft.
Quote Gabor Maté:
“A child will always sacrifice authenticity for attachment, because without attachment, there is no survival.”
Mijn liefde mag niet voelen als iets wat hij alleen ontvangt wanneer hij gemakkelijk, gehoorzaam of succesvol is.
Een andere belangrijke gedachte uit het werk van Gabor Maté is dat trauma niet uitsluitend gaat over wat iemand overkomt, maar ook over wat er vanbinnen gebeurt als gevolg van een ervaring. Niet iedere moeilijke gebeurtenis veroorzaakt trauma. De aanwezigheid van veilige volwassenen kan een belangrijk verschil maken in hoe een kind een ervaring verwerkt.
Laat je kind net niet los
Ik lees ook het werk van Peter Adriaenssens, die het belang van betrokkenheid benadrukt. Kinderen hebben grenzen nodig, maar ook volwassenen die dichtbij genoeg blijven om te zien wat er werkelijk achter hun gedrag zit.
Daarom stoor ik mij soms aan het gemak waarmee mensen zeggen dat ik mijn zoon moet loslaten. Alsof nabijheid hem automatisch afhankelijk maakt. Alsof zelfstandigheid alleen kan ontstaan door afstand.
Het feit dat hij iets zonder mij kán, betekent niet dat ik bij belangrijke momenten bewust afwezig moet zijn. Zeker als kind van gescheiden ouders is de tijd die ik met hem heb waardevol. Die tijd is voor mij heilig. Niet omdat ik hem gevangen wil houden, maar omdat ik zijn anker wil zijn. Een betrouwbaar anker belet een schip niet om te varen. Het zorgt ervoor dat het ergens veilig kan aanmeren.
Onvoorwaardelijke liefde betekent niet onvoorwaardelijke goedkeuring van gedrag. Het betekent dat de relatie niet voortdurend op het spel staat.
Ook wij doen dit voor het eerst
Voor ons als ouders is het eveneens de eerste keer dat we dit leven leven. We weten niet alles. We zullen soms reageren vanuit vermoeidheid, irritatie, angst of machteloosheid. Rustig blijven is een streven, geen permanente toestand. Het idee dat een ouder altijd geduldig en volledig gereguleerd moet zijn, is zelf opnieuw een vorm van onhaalbaar perfectionisme.
Bewust ouderschap betekent voor mij daarom niet dat ik nooit faal. Het betekent dat ik reflecteer. Dat ik na een verkeerde reactie kan terugkomen. Dat ik kan zeggen: “Mama reageerde te hard. De grens blijft gelden, maar de manier waarop ik ze aangaf, was niet
oké.”
Ik verlies mijn gezag niet wanneer ik mijn excuses aanbied. Ik laat mijn zoon juist zien hoe verantwoordelijkheid eruitziet.
Ouderschap vraagt dat we ongemak leren verdragen. Dat is moeilijker dan roepen. Roepen kan spanning onmiddellijk ontladen bij de ouder. Rustig begrenzen vraagt dat ik mijn eigen spanning draag zonder ze bij mijn kind neer te leggen. Wie is er dan werkelijk soft? De ouder die vanuit frustratie ontploft, of de ouder die het ongemak verdraagt en toch duidelijk blijft?
De kleine dingen hoeven niet meteen een groot probleem te worden
Voor mij zit opvoeden vaak in kleine dingen.
- Een kind zit niet perfect recht op zijn stoel.
- Hij wil eerder van tafel.
- Hij heeft op een bepaalde dag wat te veel schermtijd gehad.
- Hij reageert eens onbeleefd.
Natuurlijk stuur ik bij. Natuurlijk zijn er afspraken. Maar niet ieder klein voorval hoeft behandeld te worden alsof zijn toekomst ervan afhangt. Morgen proberen we opnieuw.
Waar komt de paniek vandaan dat het onmiddellijk fout zal lopen wanneer we niet iedere afwijking corrigeren? Waarom voelt opvoeden soms als een examen waarbij één gemiste grens het bewijs zou zijn dat we gefaald hebben?
Misschien proberen we via het gedrag van onze kinderen onze eigen angst te kalmeren. Als zij perfect luisteren, kunnen wij ons succesvolle ouders voelen. Als zij in het openbaar iets uitsteken, voelt dat voor sommige ouders alsof hun gezag persoonlijk wordt aangevallen. Maar mijn zoon is geen visitekaartje van mijn opvoeding. Hij is een mens in ontwikkeling.
Wat moet er eigenlijk “werken”?
“Maar werkt dat wel?” Ik vind dat steeds meer een vreemde vraag. Want wat moet er precies werken? Moet mijn kind onmiddellijk gehoorzamen? Moet hij doen wat hem gevraagd wordt zonder vragen te stellen? Moet hij leren meegaan met de stroom, zelfs wanneer iets vanbinnen niet goed voelt? Willen we een kind dat later een volwassene wordt die nooit iets in twijfel trekt? Een volwassene die bepaalde delen van zichzelf verborgen houdt omdat alleen gewenst gedrag goedkeuring krijgt? Iemand die denkt dat liefde verdiend moet worden door zich aan te passen? Is een opvoeding geslaagd wanneer een kind zich perfect gedraagt in het bijzijn van zijn ouders, maar zijn werkelijke ik voor hen verbergt?
Ik wil uiteraard dat mijn zoon luistert. Ik wil dat hij respect toont, grenzen leert kennen en verantwoordelijkheid neemt wanneer hij iemand pijn doet. Maar ik wil niet dat hij alleen het juiste doet omdat iemand met meer macht naar hem kijkt. Ik wil dat hij een innerlijk kompas ontwikkelt. Gehoorzaamheid is zichtbaar. Integriteit groeit grotendeels aan de binnenkant. En net die binnenkant wil ik helpen beschermen.
Trial-and-error
Er bestaat niet één juiste manier van opvoeden. Dit is mijn visie, gevormd door mijn zoon, mijn karakter en mijn eigen geschiedenis. Een andere ouder heeft een ander kind, een ander verleden en een ander verhaal. Opvoeden is geen methode die je één keer kiest en daarna foutloos uitvoert. Het is trial-and-error.
Mijn opvoeding hoeft daarom niet perfect te zijn. Ze moet wel authentiek zijn. Ik wil niet reageren vanuit een rol waarvan anderen vinden dat een moeder die moet aannemen. Ik wil reageren op een manier die past bij mijn waarden, bij mijn zoon en bij wat de situatie nodig heeft.
Dat vraagt voortdurende zelfreflectie. Niet omdat ik zwak of onzeker ben, maar omdat ik besef hoeveel invloed mijn gedrag op mijn kind heeft. Ook dat is opvoeden.
Net dan gebeurt er iets magisch
Er gebeurt iets totaal anders wanneer ik vertraag. Wanneer ik alleen met mijn zoon ga zitten. Wanneer ik mijn telefoon wegleg, hem aankijk en niet meteen vertrek vanuit wat ik wil zeggen. Wanneer ik vraag: “Wat gebeurde er met jou?” Dan ontstaat er iets magisch.
Niet omdat hij plots overal mee akkoord gaat. Niet omdat mijn grens verdwijnt. Het magische zit in het moment waarop we elkaar opnieuw vinden. Ik zie niet langer alleen het gedrag dat mij boos maakte. Ik zie mijn kind. En hij ziet niet alleen een teleurgestelde moeder. Hij ervaart dat onze relatie sterk genoeg is om een moeilijk moment te dragen. Voor mij is dat de essentie van opvoeden.
Niet de afwezigheid van conflicten, maar het vermogen om elkaar na een botsing opnieuw te bereiken. Waarom zouden we aan kinderen beginnen als we net dat niet willen ervaren? Dat diepe contact met een mens dat nog volop ontdekt wie hij is. Een mens dat ons nodig heeft om grenzen te leren kennen, maar ook om te ervaren dat liefde niet verdwijnt wanneer hij een fout maakt.
Doof dat vuur niet
Ik werd vroeger een rebel genoemd. Er werd niet altijd uitleg gegeven. Er was een duidelijke machtsverhouding. De volwassene bepaalde en als kind hoorde je te volgen. Maar ik stelde vragen. Ik voelde wanneer iets voor mij niet klopte. Ik legde mij niet zomaar neer bij: “Omdat ik het zeg.”
Lange tijd dacht ik daarom dat er iets mis was met mij. Dat ik moeilijk was. Lastig. Te aanwezig. Dat ik mij gewoon beter had moeten aanpassen. Met ouder worden begrijp ik dat “rebel” misschien een van de mooiste dingen is die je genoemd kunt worden.
Een rebel is niet noodzakelijk iemand die overal tegenin gaat. Het kan iemand zijn die nadenkt voordat die volgt. Iemand die een patroon niet herhaalt alleen omdat het vertrouwd is. Iemand die durft te vragen: “Kan het ook anders?”
Denk maar aan Erin Brockovich. Geen persoon die zich stilhield omdat anderen meer status, macht of middelen hadden. Ze bleef vragen stellen, bleef zoeken en weigerde te aanvaarden dat gewone mensen niet gehoord hoefden te worden.
Niet elk kind zal later grote publieke misstanden blootleggen. Dat hoeft ook niet. De meeste rebellen verschijnen nooit op televisie en komen niet in geschiedenisboeken. Het zijn de mensen die binnen hun eigen familie zeggen: “Dit patroon stopt bij mij.”
De ouder die niet vernedert, omdat die zelf weet hoe vernedering voelt. De volwassene die excuses aanbiedt aan een kind, hoewel volwassenen dat vroeger nooit aan hem deden.De mens die niet automatisch meegaat met wat normaal wordt gevonden, maar onderzoekt wat eerlijk, juist en menselijk is. Ook zij veranderen de wereld.
Niet altijd luid en zichtbaar, maar gesprek per gesprek, kind per kind en generatie per generatie. Dus dat vuur dat een kind in zich heeft, die eigenheid, dat kritische denken, die intensiteit en die moed om vragen te stellen: doof het niet. Laat thuis de plaats zijn waar dat vuur niet wordt gedoofd, maar wordt begeleid.
Een ode aan de softe ouder
Dit is geen handleiding. Dit is niet dé manier. Dé manier bestaat niet. Dit is een ode aan de ouder die probeert.
Misschien ben ik inderdaad een softe moeder. Dan hoop ik:
- soft genoeg te blijven om te luisteren
- sterk genoeg om grenzen te stellen
- moedig genoeg om mezelf in vraag te stellen
- menselijk genoeg om mijn fouten toe te geven
- en dichtbij genoeg om mijn zoon altijd te laten weten: Je hoeft niet aan al mijn verwachtingen te voldoen om bij mij thuis te mogen komen.
Mijn opvoeding zal nooit perfect zijn. Dat hoeft ook niet. Als ze maar echt is. Als mijn zoon maar weet dat hij volledig zichzelf mag worden en altijd naar huis mag komen.
Misschien is dat geen softe opvoeding. Misschien is dat precies waar opvoeden om draait.
Senita Giustizieri

