Heeft de geboortevolgorde binnen het gezin echt invloed op de persoonlijkheid van je kind?

De oudste verantwoordelijk, de jongste rebels?
Het idee dat geboortevolgorde onze persoonlijkheid bepaalt, bestaat al heel lang. Psycholoog Alfred Adler schreef er bijna honderd jaar geleden al over. Volgens zulke theorieën krijgt elk kind door zijn plaats in het gezin als het ware een andere rol.
Een eerste kind heeft zijn ouders aanvankelijk helemaal voor zichzelf en krijgt bijgevolg vaak veel aandacht. Maar tegelijk zijn de verwachtingen ten opzichte van dat eerste kind hooggespannen. En wanneer er een broer of zus bijkomt, moet het die exclusieve positie plots delen. Jongere kinderen groeien dan weer vanaf het begin op in een gezin waarin al andere kinderen rondlopen en zouden zich bijvoorbeeld meer moeten onderscheiden van hun oudere broer of zus.
Daaruit ontstonden de bekende stereotypen: oudste kinderen zouden verantwoordelijker, ambitieuzer en perfectionistischer zijn, jongste kinderen spontaner en rebelser en middelste kinderen sociaal en onafhankelijk. Maar klopt dat clichébeeld ook?
Grote onderzoeken vinden amper verschillen
Niet echt, zo blijkt uit een aantal grote onderzoeken. Duitse onderzoekers bekeken in 2015 gegevens van meer dan 20.000 mensen uit Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Ze onderzochten onder andere extraversie, emotionele stabiliteit, vriendelijkheid, nauwgezetheid en openheid voor nieuwe ervaringen.
Hun conclusie was duidelijk: de geboortevolgorde bleek nauwelijks invloed te hebben op die brede persoonlijkheidskenmerken. Of je nu de oudste, jongste of ergens tussenin bent: op basis daarvan kun je dus niet betrouwbaar voorspellen hoe sociaal, nauwkeurig, vriendelijk of emotioneel stabiel iemand zal worden.
Of toch?
Daarmee leek de discussie min of meer beslecht. Tot een veel recenter en bijzonder groot onderzoek opnieuw naar de kwestie keek. Onderzoekers analyseerden de persoonlijkheidsgegevens van meer dan 700.000 volwassenen en daarbij vonden ze wél enkele verschillen. Mensen met broers en zussen scoorden gemiddeld iets hoger op eigenschappen zoals vriendelijkheid en eerlijkheid/bescheidenheid dan kinderen zonder broers of zussen. Middelste kinderen scoorden trouwens gemiddeld het hoogst op die eigenschappen, gevolgd door jongste en vervolgens oudste kinderen.
Interessant genoeg leek daarbij niet alleen de geboortevolgorde, maar vooral de grootte van het gezin een rol te spelen. Hoe meer broers en zussen iemand had, hoe hoger die gemiddeld scoorde op bepaalde coöperatieve persoonlijkheidskenmerken.
Het gaat weliswaar om gemiddelden over enorme groepen mensen, met heel veel overlap tussen de verschillende groepen. Bovendien kunnen ook andere verschillen tussen grote en kleine gezinnen een deel van het verband verklaren.
Is de oudste slimmer?
Een verschil dat wél consequent terugkomt in onderzoek: oudste kinderen scoren gemiddeld nét iets hoger op intelligentietests. In het Duitse, Britse en Amerikaanse onderzoek ging het gemiddeld om ongeveer 1,5 IQ-punt per plaats in de geboortevolgorde. Dat is een meetbaar, maar klein verschil. Het zegt dus bijzonder weinig over twee individuele kinderen uit hetzelfde gezin.
Onderzoekers denken trouwens niet dat eerstgeborenen simpelweg "slimmer geboren worden". Mogelijke verklaringen liggen eerder in de omgeving waarin kinderen opgroeien. Oudste kinderen hebben bijvoorbeeld een periode waarin ze alle aandacht van hun ouders krijgen en komen later soms in een soort 'lerarenrol' tegenover jongere broers en zussen terecht.
Waarom herkennen we de clichés zo goed?
Omdat de geboortevolgorde binnen een gezin natuurlijk wél iets verandert. Bij je eerste kind ben je zelf een beginnende ouder. Bij een tweede of derde heb je al wat meegemaakt. Zo ben je bij je derde kindje misschien een stuk relaxter over dingen waarvoor je bij je eerste nog fanatiek zat te googlen om 3 uur ’s nachts.
Ook kinderen beïnvloeden elkaar. Een jonger kind heeft vanaf zijn geboorte een ouder kind om naar te kijken en na te doen. Een oudste kind krijgt misschien sneller verantwoordelijkheden. En een kind dat merkt dat zijn grote zus de stille boekenwurm van het gezin is, kan zelf juist een heel andere rol innemen. Die ervaringen kunnen verschillen. Alleen betekent dat nog niet dat ze automatisch leiden tot een bepaald persoonlijkheidstype.
En dan zijn er natuurlijk nog heel wat andere factoren: temperament, genen, leeftijdsverschil tussen de kinderen, opvoeding, vrienden, school, cultuur en alles wat een kind onderweg meemaakt.
Dus ja: misschien ís jouw oudste inderdaad de verantwoordelijke perfectionist en charmeert de jongste zich overal uit. Je mag er gerust om lachen wanneer de clichés in jullie gezin toch verdacht goed lijken te kloppen. Alleen kunnen we de geboortevolgorde daar wetenschappelijk gezien niet zomaar de schuld van geven.
