mama en kleuter na school

Is het normaal dat mijn kind niets vertelt over school?

30/09/2026
Mamabaas
Door Mamabaas

Zijn de gesprekjes na school bij jullie ook altijd zo snel afgelopen? “Hoe was het op school?” “Goed.” “Wat hebben jullie gedaan?” “Weet ik niet meer.” “Met wie heb je gespeeld?” “Niemand.” En daarmee is het gesprek voorbij, terwijl jij eigenlijk best benieuwd bent naar wat je kind zo'n hele dag doet. Heeft hij plezier gemaakt? Met wie speelt hij? Wat gebeurt er in de klas? Zit hij goed in zijn vel? En vooral: als er iets níét goed gaat, zou mijn kind me dat dan wel vertellen?

Geen paniek: dat je kind weinig of niets uit zichzelf vertelt over school, is helemaal niet zo vreemd. Sommige kinderen vertellen nu eenmaal honderduit zodra ze door de schoolpoort komen, terwijl andere hun schoolleven liever voor zichzelf houden.

Waarom vertelt mijn kind zo weinig?

Daar kunnen heel verschillende redenen voor zijn.

1. “Hoe was het op school?” is eigenlijk een moeilijke vraag

Zeker voor jonge kinderen is dat een behoorlijk ruime en abstracte vraag. Een schooldag bestaat uit honderden kleine momenten. Wat bedoel je precies? De turnles? De speeltijd? Het werkje in de klas? Die ruzie om de blauwe fiets?

Voor kleuters is het bovendien nog moeilijk om gebeurtenissen te ordenen en achteraf onder woorden te brengen. Je kan bij jonge kinderen beter concretere vragen stellen: wat ze in een bepaalde hoek hebben gedaan, welk liedje ze hebben gezongen of met wie ze hebben gespeeld.

2. Je vraagt het misschien op het verkeerde moment

Na een hele schooldag heeft je kind er al een lange dag opzitten met ravotten, opletten, samenwerken, luisteren, … Dan is het niet abnormaal dat hij moe en/of hongerig is en zijn hoofd niet staat naar het beantwoorden van al jouw vragen. 

Gun je kind eerst een moment van rust: iets eten, wat spelen, tekenen of even hangen op de zetel kan ervoor zorgen dat het verhaal later vanzelf komt. Misschien vertelt je kind tijdens het avondeten plots wél iets, of wanneer je hem in bed stopt.

Hoe krijg je dan wél iets te horen?

De juiste vraag 

De kunst is vooral om interesse te tonen zonder dat je kind het gevoel krijgt dat het na school aan een kruisverhoor wordt onderworpen. In de plaats van: “Hoe was het vandaag?” kun je bijvoorbeeld eens vragen:

“Waar moest je vandaag heel hard om lachen?”

“Wat was het leukste moment van de speeltijd?”

“Naast wie zat je vandaag?”

“Heeft de juf/meester vandaag iets grappigs gezegd?”

“Wat was het stomste van vandaag?”

“Was er iets moeilijk vandaag?”

“Met wie heb je vandaag het meest gespeeld?”

“Als je één stukje van vandaag opnieuw mocht doen, wat zou je kiezen?”

Bij een kleuter mogen de vragen nog concreter: “Heb je vandaag buiten gespeeld?”, “Wie zat er naast jou?” of “Hebben jullie een verhaaltje gelezen?”

Maar ook hier geldt: je hoeft niet elke dag een originele vraag uit je mouw te schudden. Soms heeft een kind gewoon geen zin om te vertellen. Dat mag ook.

Minder vragen, meer luisteren

Misschien nog belangrijker dan de juiste vraag stellen: wat doe je wanneer je kind wél iets vertelt? Als je kind terloops zegt dat een vriendje niet met hem wilde spelen en je meteen twintig vragen afvuurt, oplossingen aandraagt of zichtbaar ongerust wordt, kan dat de drempel om een volgende keer iets te vertellen net verhogen.

Probeer daarom eerst gewoon te luisteren. “Dat was precies niet zo leuk.” Of: “En wat deed jij toen?” Zo laat je ruimte aan je kind om zelf verder te vertellen.

Vertel zelf ook iets

Een gesprek hoeft bovendien niet altijd te beginnen met een vraag. Vertel tijdens het eten bijvoorbeeld zelf iets kleins over je dag: “Ik had vandaag zo'n gênant moment: ik zwaaide enthousiast terug naar iemand en toen bleek die helemaal niet naar mij te zwaaien.” Misschien komt er spontaan een verhaal terug. 

Wanneer is weinig vertellen wél iets om in de gaten te houden?

Een kind dat altijd al weinig vertelt, maar verder vrolijk naar school gaat, vrienden heeft, goed slaapt en thuis zichzelf is, daar hoef je niet meteen iets achter te zoeken. Belangrijker is een verandering in gedrag of een combinatie van signalen. Let bijvoorbeeld wat beter op wanneer je kind plots veel geslotener wordt én:

  • niet meer naar school wil
  • vaak buikpijn of hoofdpijn heeft zonder duidelijke oorzaak
  • slecht slaapt of opvallend moe is
  • vaker boos, verdrietig of angstig is
  • plots niemand meer wil zien
  • vaak spullen kwijtraakt of kapot meebrengt naar huis
  • slechter begint te presteren
  • erg gespannen reageert wanneer je naar bepaalde kinderen, een leerkracht of school vraagt

Dan hoef je je kind nog steeds niet uit te horen, maar je kunt wel benoemen wat je ziet: “Ik merk dat je de laatste tijd vaak buikpijn hebt voor school en dat je niet graag over school praat. Ik vraag me af of er iets is waar je mee zit.”

Blijf je je zorgen maken, dan kun je ook eens bij de leerkracht polsen hoe je kind zich op school gedraagt.