Hoe leren we onze kinderen omgaan met tegenslag als alles zo makkelijk gaat?

Onlangs was mijn zoontje met een van zijn favoriete tractoren aan het spelen, toen het stukje waarmee de aanhangwagen vastzat, plots afbrak. Ik zette me schrap voor een hysterisch kind, tranen, drama, een tractor die door de keuken zou vliegen… of op z’n minst een heel paniekerige ‘MAAAAMAAA!'.
Maar niets van dat alles. Hij keek naar mij en vroeg doodleuk: ‘Kunnen we een nieuwe bestellen bij de meneer die de pakjes brengt?
Euh… ja.
Vanuit zijn perspectief was dat eigenlijk een heel logische vraag. Boodschappen? Die worden thuis geleverd. Nieuwe kleren? Die verschijnen in een doos. Hondenvoer? Even bestellen en klaar. Dus waarom zou een kapotte tractor anders werken?
Ik moest er vooral om lachen, maar tegelijk zette het me aan het denken. Want hoe leren kinderen eigenlijk omgaan met wachten, teleurstelling en dingen die niet meteen lukken als wij als ouders vandaag zowat alles met een paar klikken kunnen oplossen?
Wat is veerkracht eigenlijk?
Natuurlijk willen we allemaal graag kinderen opvoeden die tegen een stootje kunnen. Maar veerkracht betekent niet dat je kind nooit huilt, nooit gefrustreerd raakt of elke tegenslag vrolijk van zich af laat glijden. Veerkracht is eerder het vertrouwen dat je iets kunt proberen, ook als het moeilijk is. Dat je denkt: oké, dit lukt nu nog niet… maar misschien kan ik het op een andere manier proberen.
En die veerkracht ontstaat meestal niet tijdens de grote levenslessen. Ze wordt opgebouwd in heel kleine, dagelijkse momenten. Vroeger moest ik bijvoorbeeld wachten op nieuwe kleren of nieuw speelgoed tot we eens naar de winkel gingen. Geen pakketje dat twee dagen later voor de deur stond. En als ik me verveelde? Tja. Dan verveelde ik me. Op het moment zelf vond ik dat waarschijnlijk vooral vervelend. Maar achteraf bekeken waren het kleine oefenmomentjes in geduld, teleurstelling en zelfredzaamheid. Je leert dat wachten vervelend kan zijn zonder dat de wereld vergaat. Dat iets niet lukt zonder dat je meteen moet opgeven. En dat je vaak meer kunt dan je denkt.
Welkom in de wereld van ‘vandaag besteld, morgen in huis’
We leven nu eenmaal in een tijd waarin bijna alles onmiddellijk kan.
Een liedje dat je wilt horen? Twee seconden later speelt het.
Een vraag? Even aan Siri of Google vragen.
Een boek nodig? Downloaden maar.
Iets kapot? Nieuw exemplaar bestellen.
Verveel je je in de auto? Scherm erbij.
Wil je weten hoe een vulkaanuitbarsting werkt? Een minuut later bekijk je een filmpje van iemand die het uitlegt.
En toegegeven: ik doe er zelf vrolijk aan mee. Ik ga niet plots mijn route plannen met een wegenkaart omdat mijn kind wat meer veerkracht nodig heeft. En als ik na een lange werkdag boodschappen kan laten leveren, dan ga ik daar echt geen principiële strijd van maken. Gemak is namelijk… wel, gemakkelijk.
Het probleem is niet dat onze kinderen in een wereld van gemak opgroeien. Het is vooral dat wachten, zoeken, proberen en opnieuw proberen daardoor minder vanzelfsprekend worden. En dus moeten we daar soms bewust wat ruimte voor maken.
Wat gebeurt er als we alle obstakels voor hen wegnemen?
Kinderen hebben frustratie nodig om te leren omgaan met frustratie. Klinkt logisch, maar in de praktijk is het behoorlijk moeilijk om daar als ouder naar te kijken. Want als je peuter zijn schoenen niet aan krijgt terwijl jullie over vijf minuten moeten vertrekken, is het natuurlijk véél sneller om het gewoon zelf te doen. Als je kind zegt: ‘Ik weet niet hoe ik dit moet maken’, is het verleidelijk om meteen te tonen hoe het moet. En als je tiener iets nodig heeft, is een paar klikken op je telefoon soms gewoon de snelste oplossing.
Maar als we élke hobbel voor hen wegnemen, krijgen ze ook minder kansen om zelf te ontdekken: hé, ik kan dit eigenlijk wel.
Bij jonge kinderen kan dat zich bijvoorbeeld uiten in moeilijk kunnen wachten, snel gefrustreerd raken of volledig ontploffen wanneer iets niet meteen lukt. Bij lagere schoolkinderen kan het lijken alsof ze moeilijke opdrachten vermijden of al roepen ‘Ik kan dat niet!’ voordat ze het geprobeerd hebben. En bij tieners kan het moeilijker worden om met fouten, kritiek of onzekerheid om te gaan.
Dat betekent natuurlijk niet dat elk kind dat snel opgeeft een gebrek aan veerkracht heeft. Kinderen verschillen nu eenmaal. Maar zelf dingen proberen en af en toe ergens tegenaan lopen, helpt hen wel om die veerkracht te ontwikkelen.
Laat ze zich af en toe vervelen
Misschien wel een van de moeilijkste opdrachten voor hedendaagse ouders: laat je kind zich vervelen. Geen planning. Geen activiteit. Geen scherm als reddingsboei. Gewoon… verveling. Verveling geeft ruimte voor creatief denken, probleemoplossing en het leren reguleren van emoties.
En nee, dat betekent niet dat we voortaan alle schermen het huis uit moeten gooien en onze kinderen iedere woensdagmiddag naar een kale muur moeten laten staren. Het kan veel eenvoudiger.
Bij een peuter kun je bijvoorbeeld een veilige plek creëren waar hij zelf kan spelen en ontdekken. Bij een kleuter kun je wat materiaal klaarleggen waarmee hij zelf iets kan verzinnen. Of gewoon antwoorden op ‘Ik verveel me!’ met: ‘Dat kan. Misschien vind je straks iets.’ En bij oudere kinderen kun je proberen om niet elke vrije minuut op te vullen. Een lege zaterdagnamiddag hoeft niet automatisch een planning te hebben.
Voeg af en toe wat ‘gedoe’ toe
We hoeven het leven van onze kinderen natuurlijk niet nodeloos moeilijk te maken. Maar een beetje ouderwetse moeite kan geen kwaad. Bijvoorbeeld:
- Iemand in de familie bellen die iets weet, in plaats van meteen alles te googelen.
- Een keer naar de winkel gaan in plaats van iets te laten leveren.
- Een boek uit de bibliotheek halen in plaats van alles online te downloaden.
- Eerst proberen iets te repareren voor je het vervangt.
- Een serie gewoon aflevering per aflevering bekijken in plaats van een heel seizoen op één avond.
- In een restaurant eens geen entertainment meenemen en kijken wat er gebeurt.
- Een boodschappenlijstje laten opschrijven.
- Een kaartje sturen in plaats van een berichtje.
- Een klusje geven dat wat tijd en moeite vraagt.
Dat laatste klinkt misschien niet meteen als een opvoedkundige topactiviteit. ‘Schat, wil jij de bladeren bijeenharken?’ is nu eenmaal minder aantrekkelijk dan ‘Zullen we een filmpje kijken?’
Maar net dat soort klusjes kan waardevol zijn. Kinderen ervaren dat iets tijd kost, dat het niet altijd leuk is en dat je toch kunt doorgaan. En dan komt het belangrijkste moment:
‘Ik vond dit lastig. Maar ik heb het wel gedaan.’
Dát is veerkracht.
We hoeven het gemak niet af te schaffen
Geen paniek: je hoeft nu echt niet terug naar de tijd waarin je een encyclopedie moest openslaan om te weten hoeveel poten een spin heeft. Gemak is niet slecht. Schermen zijn niet slecht. Online bestellen is niet slecht. En soms is een snelle oplossing gewoon de oplossing die je op dat moment nodig hebt.
Maar misschien hoeven we niet altijd voor de makkelijkste weg te kiezen. Laat een kind soms nog even zoeken voordat je het antwoord geeft. Laat een kapot speelgoedstuk eerst onderzoeken voordat je een nieuw exemplaar bestelt. Laat die verveling er maar even zijn.
En laat je kind af en toe zelf uitzoeken hoe het iets kan aanpakken, ook als jij al lang weet hoe het moet. De bezorger mag dus gerust komen.
