jongen vergeet iets

Turnzak, brooddoos, huiswerk … Waarom vergeet mijn kind altijd wel iets?

29/09/2026
Mamabaas
Door Mamabaas

De ene dag kom je toe op school om te ontdekken dat de zwemzak nog thuis in de gang staat te wachten. De volgende dag staat de brooddoos nog op het aanrecht. En nog een dag later kom je er pas aan de schoolpoort achter dat je kind die brief was vergeten af te geven waarin stond dat hij vandaag laarsjes moest meehebben. Frustrerend, zeker wanneer jij degene bent die telkens mag zoeken, terugrijden of een oplossing bedenken. En dan vraag je je misschien af hoe dat komt. Is je kind gewoon verstrooid? Moet je er strenger op toezien? Of is het eigenlijk heel normaal dat kinderen zoveel vergeten?

Om iets niet te vergeten, moet je brein verschillende dingen doen. Je moet informatie opnemen, ze even kunnen vasthouden én er op het juiste moment opnieuw aan denken. Daar spelen onder andere het werkgeheugen en andere executieve functies een rol bij. Die helpen ons om informatie tijdelijk vast te houden, onze aandacht te sturen, vooruit te denken en op het juiste moment in actie te komen. En precies die vaardigheden zijn bij kinderen nog volop in ontwikkeling.

Bovendien moeten kinderen op een schooldag eigenlijk best veel onthouden. Neem je turnzak mee. Geef die brief thuis af. Vergeet je boek niet terug naar de bib te brengen. Morgen heb je een passer nodig. Laat je trui deze keer niet op de speelplaats liggen. Wat voor een volwassene een kleine mentale to-dolijst lijkt, kan voor een kind behoorlijk veel zijn.

Vergeten is niet hetzelfde als niet luisteren

Dat onderscheid is belangrijk. Je kunt tegen je kind zeggen: “Vergeet straks je drinkbus niet mee te nemen”, waarop het vol overtuiging antwoordt: “Nee!” En drie uur later staat die drinkbus nog altijd in de klas. Je kind kan oprecht van plan zijn geweest om eraan te denken. Alleen moet die herinnering op precies het juiste moment opnieuw bovenkomen: wanneer de schoolbel gaat, vriendjes hun jas aantrekken, de leerkracht nog iets vertelt en je kind ondertussen al aan thuis denkt.

Dat wordt ook wel prospectief geheugen genoemd: onthouden dat je in de toekomst nog iets moet doen. Ook dat vermogen ontwikkelt zich tijdens de kindertijd.

Sommige kinderen vergeten meer dan andere

Het ene kind heeft zijn spullen bijna altijd bij, terwijl het andere voortdurend op zoek is naar een brooddoos, pennenzak of jas. Dat hoeft niet meteen iets te betekenen. Leeftijd en ontwikkeling spelen een rol, maar ook aandacht, vermoeidheid, stress, drukte en afleiding kunnen ervoor zorgen dat we dingen gemakkelijker vergeten. En sommige kinderen hebben nu eenmaal meer ondersteuning nodig bij onthouden en organiseren dan andere.

Probeer daarom niet alleen te kijken naar hoe vaak je kind iets vergeet, maar vooral naar wanneer het gebeurt. Gaat het vooral mis:

  • tijdens de drukke ochtendspits?
  • wanneer je kind van de ene activiteit naar de andere moet?
  • aan het einde van een vermoeiende schooldag?
  • bij dingen die afwijken van de gewone routine?
  • wanneer je verschillende opdrachten tegelijk geeft?


Dat vertelt vaak meer dan de zoveelste achtergelaten drinkbus.

Wat helpt bij een kind dat vaak dingen vergeet?

  1. Geef één opdracht tegelijk
    “Doe je schoenen aan, pak je boekentas, vergeet je jas niet en neem je turnzak mee” klinkt voor jou misschien als één instructie. Voor een kind zijn het vier dingen die het tegelijk moet onthouden. Zeker bij jongere kinderen helpt het om opdrachten op te splitsen.
  2. Zorg voor een geheugensteuntje op het juiste moment
    Een reminder werkt het best wanneer je kind er iets mee kan doen. 's Ochtends zeggen dat de turnzak 's avonds mee terug naar huis moet, vraagt heel wat van het geheugen. Een briefje aan de boekentas, een symbool op de brooddoos of – bij oudere kinderen – een melding op de smartphone kan veel efficiënter zijn.
  3. Koppel iets nieuws aan iets wat automatisch gebeurt
    Moet je kind op vrijdag zijn bibliotheekboek meenemen? Leg het donderdagavond bij de schoenen. Moet een brief terug naar school? Stop hem meteen na het ondertekenen in de boekentas. Hoe minder je afhankelijk bent van “daar moet ik straks nog aan denken”, hoe kleiner de kans dat het misgaat.
  4. Zoek naar patronen
    In plaats van na de zoveelste vergeten turnzak te zeggen: “Hoe kan je dat nu wéér vergeten?”, kun je samen onderzoeken wat er gebeurt. Wanneer dacht je er voor het laatst aan? Wat gebeurde er daarna? Waar zou je de turnzak kunnen zetten zodat je hem de volgende keer wél ziet? Zo verschuift de aandacht van het probleem naar een oplossing.
  5. Laat je kind zélf een geheugensteuntje bedenken
    Vraag eens: “Wat zou jou helpen om dit morgen niet te vergeten?” Misschien kiest je kind voor een briefje aan de voordeur, een alarm op de tablet of smartphone, de turnzak boven op de schoenen of een opvallende sticker op de boekentas. Een systeem dat voor jou onlogisch lijkt, kan voor je kind perfect werken.
  6. Herinner, maar word niet het geheugen van je kind
    Het is logisch dat je een jong kind regelmatig helpt te herinneren. Maar als jij jarenlang elke ochtend opsomt wat er allemaal mee moet en elke namiddag vraagt wat er terug naar huis moet, hoeft je kind dat proces zelf nauwelijks te oefenen. Je kunt je hulp daarom geleidelijk veranderen. Niet: “Je moet je turnzak meenemen.” Wel: “Was er vandaag nog iets dat mee terug naar huis moest?”
  7. Niet elk vergeten voorwerp hoeft gered te worden
    De turnzak achterna brengen, de huistaak snel doorsturen naar de leerkracht en na school terugrijden voor de drinkbus: soms is het nodig, maar niet altijd. Als de gevolgen klein en veilig zijn, mag je kind soms ook ervaren wat er gebeurt wanneer het iets vergeet. Dat kan meer indruk maken dan tien herinneringen vooraf.

Wanneer is vergeetachtigheid wél iets om in de gaten te houden?

Een jas op school laten liggen of een brief vergeten afgeven hoort bij het leven met kinderen. Op zichzelf is vergeetachtigheid geen reden om je zorgen te maken.

Het is wel zinvol om er wat beter naar te kijken wanneer je kind veel vaker dingen vergeet dan leeftijdsgenoten én daar in het dagelijks leven duidelijk hinder van ondervindt. Bijvoorbeeld wanneer het voortdurend spullen kwijt is, instructies onmiddellijk weer vergeten lijkt, taken niet kan afwerken omdat het de verschillende stappen vergeet of zowel thuis als op school grote moeite heeft met aandacht, planning en organisatie.

Vraag dan ook eens aan de leerkracht wat die merkt in de klas. Vergeetachtigheid kan samenhangen met allerlei factoren – van slaaptekort of stress tot problemen met aandacht of executieve functies – en één symptoom vertelt nooit het hele verhaal.