We delen massaal foto’s van onze kinderen online. Maar vragen we hen ook toestemming?

Samen met dr. Elisabeth Van den Abeele, onderzoekster aan de Universiteit Gent, gingen we op zoek naar antwoorden. In een grootschalige bevraging deelden 1.307 ouders met minstens één kind jonger dan 13 jaar hoe zij omgaan met het online delen van beelden van hun kinderen, ook wel sharenting genoemd.
Bijna alle ouders delen beelden van hun kinderen
Uit de bevraging blijkt dat het delen van beelden van kinderen online voor veel ouders heel normaal is geworden. 87% van de ouders geeft aan hun kind al eens op sociale media te hebben gedeeld. Slechts 13% zegt dit nog nooit gedaan te hebben.
Binnen de groep ouders die wel deelt, probeert een deel wel voorzichtig te zijn. 63% deelt beelden waarop hun kind herkenbaar is, terwijl 37% bewust kiest voor foto’s waarop hun kind minder identificeerbaar is.
Sociale media maken ook duidelijk deel uit van het dagelijkse leven van de bevraagde ouders. 90% gebruikt dagelijks sociale media, met Instagram (92%) en Facebook (88%) als populairste platformen. Daarnaast gebruikt bijna iedereen WhatsApp (99%) om beelden van hun kinderen te delen met familie of vrienden.
Trots en plezier zijn de belangrijkste redenen
Waarom delen ouders eigenlijk beelden van hun kinderen? Voor de meeste ouders heeft dat vooral te maken met positieve emoties.
94% van de ouders zegt dat ze foto’s delen uit trots, en 83% omdat ze het leuk vinden om mooie momenten te delen met hun netwerk.
Toch gebeurt dat delen meestal niet overdreven vaak.
- 39% deelt minder dan maandelijks foto’s van hun kinderen
- 28% doet dat ongeveer maandelijks
- 17% deelt wekelijks of zelfs dagelijks
- 16% slechts één keer per jaar
Opvallend: ouders blijken ook duidelijke grenzen te trekken. Zo zegt bijna iedereen dat ze bepaalde beelden absoluut niet zouden delen.
- 99% zou geen foto’s van hun kind op het toilet posten
- 96% zou geen (gedeeltelijke) naaktfoto’s delen
- 88% zou geen beelden van driftbuien online zetten
Ouders die niet delen, doen dat vooral uit privacyzorgen
De ouders die hun kinderen bewust niet online delen, doen dat vooral uit bezorgdheid om de privacy van hun kind.
Bijna allemaal geven ze aan dat privacy een belangrijke rol speelt:
- 99,5% hecht sterk belang aan de privacy van hun kind
- 99% zegt zich bewust te zijn van mogelijke online risico’s
- 99% vindt dat niet iedereen hun kind online moet zien opgroeien
Daarnaast vindt 97% van de bevraagde ouders dat kinderen later zelf moeten kunnen bepalen wat er online over hen verschijnt.
Zorgen over privacy en technologie
Opvallend is dat ouders die hun kinderen wél online delen zich minder zorgen maken over privacy dan ouders die dat niet doen.
Zo maakt 91% van de ouders die niet delen zich zorgen over de privacy van hun kind, tegenover 45% van de ouders die wel beelden van hun kinderen delen. Ook mogelijke gevolgen voor de toekomst van het kind baren hen vaker zorgen (80% tegenover 30%).
Tegelijk zijn er ook zorgen die beide groepen delen. Zo maakt 79% van de ouders die foto’s van hun kinderen delen zich zorgen over de opkomst van AI, tegenover 96% van de ouders die dat niet doen. Ook over de bescherming door sociale mediaplatformen bestaan er zorgen: 68% van de delende ouders maakt zich hierover zorgen, tegenover 96% van de ouders die niets delen.
Volgens de onderzoeker richten ouders die hun kinderen online delen hun bezorgdheden dus vaker op risico’s buiten hun eigen controle, zoals technologie of platformen.
Ouders proberen wel bewust te delen
Veel ouders geven ook aan dat ze bewust omgaan met wat ze online delen.
Zo zegt:
- 98% dat ze nadenken over of een foto gepast is om te delen
- 81% dat ze zich in de plaats van hun kind proberen te stellen
- 88% dat ze hun publiek beperken door volgers te beheren
- 87% dat hun account privé staat
- 79% dat ze bewust proberen te beperken hoe vaak ze beelden delen
Met andere woorden: ouders delen wel, maar proberen tegelijk voorzichtig te zijn.
Toestemming vragen aan kinderen gebeurt nog weinig
Toch is er één opvallende bevinding: toestemming vragen aan kinderen gebeurt nog relatief weinig.
Van de ouders voor wie dat mogelijk is (ongeveer 70% van de steekproef), zegt slechts 25% dat ze vaak of altijd toestemming vragen voordat ze iets over hun kind online posten.
Ook overleg met kinderen over wat wel of niet gepast is om te delen blijft beperkt: slechts 37% zegt dit regelmatig te doen.
Opvallend genoeg gebeurt overleg met de partner vaker. 51% van de ouders vraagt vaak of bijna altijd toestemming aan hun partner voor ze iets posten.
In gesprek blijven met kinderen
Hoewel er nog niet altijd toestemming wordt gevraagd, vindt meer dan vier op de vijf bevraagde ouders het belangrijk om hierover met hun kinderen in gesprek te gaan.. Veel ouders geven aan dat communicatie over online delen een belangrijk onderdeel is van opvoeden in een digitale wereld.
En dat is misschien ook niet zo vreemd. Want hoe en wat we delen over onze kinderen online, blijft voor veel ouders een zoektocht.
Ontdek Wie ziet Pixie?

In een wereld waarin foto's met één klik gedeeld zijn, vragen ouders zich steeds vaker af: Hoe kan ik mijn kind beschermen?
Wie ziet Pixie? vertelt een liefdevol en herkenbaar verhaal over zichtbaar zijn in een online wereld. Op een speelse en toegankelijke manier nodigt het boek uit om samen stil te staan bij het delen van foto's van kinderen.
Dr. Elisabeth Van den Abeele wijdde haar doctoraat aan sharenting en wil met dit verhaal bewustzijn creëren bij ouders.
Dit boek biedt hen een fijne kapstok om hierover in gesprek te gaan, terwijl kinderen stap voor stap ontdekken dat het hún verhaal is. Zo leren ze hun eigen grenzen herkennen en benoemen: offline én online.
Dit onderzoek kwam tot stand met de steun van Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid, dat ouders wil ondersteunen in bewuste keuzes rond media en technologie. Ook De Gezinsbond zet zich mee achter dit project en helpt om het thema bij ouders onder de aandacht te brengen.
