jongen kniutselt

Mijn kind heeft geen hobby. Moet dat eigenlijk?

26/08/2026
Mamabaas
Door Mamabaas

Voetbal op maandag. Muziekles op woensdag. Turnen op donderdag. Scouts op zaterdag. En ergens daartussen moet er ook nog huiswerk gemaakt, gegeten, gespeeld en – detail – een beetje gerust worden. Maar wat als jouw kind na school gewoon… thuiskomt? Geen voetbalclub, geen dansles, geen tekenacademie. Misschien heeft het nergens zin in. Misschien hebben jullie nog niets gevonden dat echt klikt. En terwijl andere ouders taxi spelen tussen drie hobby's, begin jij je af te vragen: mist mijn kind iets?

Moet een kind een hobby hebben?

Nee.

Er zijn genoeg redenen om blij te zijn als je kind wél graag voetbalt, danst, tekent of iedere zaterdag vrijwillig een scoutsuniform aantrekt. Het beweegt, leert iets bij, maakt vrienden buiten de klas en ontdekt waar het goed in is.

Vooral over sport is behoorlijk wat onderzoek beschikbaar. Kinderen en jongeren die sporten, hebben gemiddeld een beter mentaal welzijn. Dat betekent alleen niet dat een lidkaart van een sportclub een voorwaarde is voor een gezonde kindertijd. Ook in de Vlaamse bewegingsaanbevelingen staat nergens dat je daarvoor op woensdag om 16.30 uur aan de zijlijn van een hockeyveld moet staan. Gezond Leven rekent evengoed fietsen, buiten spelen, wandelen en ravotten mee. Bewegen is belangrijk. Een officiële hobby is dat niet.

En dan is er nog iets wat in de discussie over hobby's makkelijk verloren gaat: vrije tijd is ook gewoon… vrije tijd.

Thuis rondhangen telt ook

Opgroeien onderzocht wat kinderen zelf belangrijk vinden wanneer ze vrij zijn. Ze willen vrienden zien, zelf kunnen kiezen wat ze doen en ruimte hebben voor zowel geplande als spontane activiteiten. Soms willen ze ook gewoon niets doen. 

Trouwens een kind zonder georganiseerde hobby zit natuurlijk meestal niet wezenloos naar een muur te kijken. Het tekent. Leest. Bouwt Lego. Fietst naar een vriend. Maakt een kamp onder de tafel. Speelt buiten. Dat is geen tijd tussen de 'echte' activiteiten door. Dat is vrije tijd.

Vrij spel heeft bovendien een eigen functie. Kinderen bepalen zelf wat ze gaan doen, verzinnen regels, onderhandelen, maken ruzie en zoeken vervolgens uit hoe het verder moet. Onderzoek naar vrij spel brengt dat onder meer in verband met sociale vaardigheden, zelfstandigheid en mentaal welzijn, al is het wetenschappelijke bewijs niet voor ieder effect even sterk.

Het Kinderrechtenverdrag gaat trouwens nog een stap verder. Daarin staat niet dat ieder kind recht heeft op tennisles, notenleer of jazz dance. Kinderen hebben recht op rust, vrije tijd en spel. En vervelen dan? Dat mag dus ook. Je hoeft verveling echt niet onmiddellijk op te lossen met een proefles keramiek schilderen.

Kan je ook te veel hobby's hebben?

Daar bestaat geen maximum voor.

Drie hobby's kunnen voor het ene kind de hoogtepunten van de week zijn. Voor een ander kind voelt één training op woensdag al als een aanslag op zijn agenda. Het aantal zegt daarom niet zoveel. De betere graadmeter is je kind zelf.

Gaat het graag? Krijgt het energie van zijn hobby? Is er daarnaast nog tijd om vrienden te zien, thuis te spelen en af en toe helemaal niets te moeten? Of begint iedere woensdag met “Ik wil niet naar de turnles”, zoek jij om 16.12 uur vloekend naar een verdwenen turnpantoffel en zit er om 17.30 uur een uitgeput kind op de achterbank terwijl niemand nog precies weet voor wiens plezier jullie dit eigenlijk doen? Dan is stoppen ook een optie.

Meer hobby's betekent niet automatisch een rijkere kindertijd.

En als mijn kind écht niets wil? Dan hoef je geen zoektocht naar zijn verborgen talent te organiseren. Dingen aanbieden kan natuurlijk wel. Een proefles, een sportkamp, eens mee naar de jeugdbeweging. Een kind kan moeilijk weten dat schermen fantastisch is als het nog nooit een degen heeft vastgehad. Maar niet ieder kind vindt op zijn zesde zijn grote passie. Sommige kinderen proberen jarenlang van alles. Andere kinderen vinden pas als tiener iets waar ze helemaal voor gaan. En sommige kinderen zijn gewoon heel tevreden met fietsen, tekenen, lezen, gamen, bouwen of na school bij een vriend rondhangen. Ook dat is een jeugd.

Dus als er op woensdagmiddag nog een groot wit vak in jullie gezinsagenda staat, hoef je daar niet noodzakelijk iets aan te doen.
Je zou het zelfs zo kunnen laten.