Moeder met spelend kind

Ik speel bijna nooit met mijn kinderen. Ik vind het gewoon écht niet leuk

13/08/2026

Ik ga iets bekennen waar je als moeder blijkbaar een beetje beschaamd over hoort te zijn: ik speel eigenlijk bijna nooit met mijn kinderen. Niet omdat ik geen tijd met hen wil doorbrengen. Niet omdat ik mijn kinderen niet interessant vind. Integendeel. Maar spelen? Echt spelen? Op de grond gaan zitten en een halfuur doen alsof ik Barbie ben die naar de kapper moet? Ik voel ongeveer na drie minuten hoe mijn levenslust langzaam uit mijn lichaam trekt.

Toen ze klein waren, heb ik het nochtans geprobeerd. Ik heb torens gebouwd met blokken en overdreven enthousiast "Woooow!" geroepen wanneer zij die vervolgens omgooiden. Ik heb puzzels gemaakt die ik zelf al na één keer vanbuiten kende. Ik heb plastic eten gegeten uit plastic bordjes en meer kopjes denkbeeldige koffie gedronken dan medisch verantwoord kan zijn.

En dan waren er de rollenspellen.
"Jij bent de mama."
Oké.
"Nee, niet zo. Je moet zeggen dat we naar de winkel gaan."
"We gaan naar de winkel."
"Nee! Eerst moet je vragen waar mijn jas is."
Op dat moment dacht ik vaak: dit is geen spel. Dit is een slecht betaalde acteerjob.

Ik keek soms met lichte bewondering naar andere ouders die volledig leken op te gaan in een Playmobilwereld. Die stemmetjes deden. Verhaallijnen verzonnen. Enthousiast een knuffelbeer onderzochten omdat die zogezegd buikpijn had.

Ik kon dat niet.

Of beter: ik kon het wel. Ik vond het gewoon verschrikkelijk saai. En dat laatste voelde toen als iets wat ik niet mocht zeggen. Want goede moeders spelen toch met hun kinderen? Die gaan mee in hun fantasiewereld. Die zitten op hun knieën naast de blokkendoos en denken niet ondertussen: hoelang moet dit nog duren voor ik op een sociaal aanvaardbare manier kan opstaan?

Nu mijn kinderen ouder worden, merk ik hoeveel beter deze fase bij mij past. We kunnen samen een film kijken die ik óók wil zien. Winkelen. Praten in de auto. Een spel spelen met regels die niet om de vier minuten veranderen omdat iemand dreigt te verliezen.
En steeds vaker denk ik: misschien heb ik mezelf al die jaren langs de verkeerde meetlat gelegd.

Want ik was er wel. Alleen niet op de vloer, met een Barbie in mijn hand.