vader met tienerzoon en baby

Waarom ik iedereen afraad om voor een nakomertje te kiezen

26/03/2026

Een nakomertje, het woord alleen al doet mijn haren rechtop staan. Het klinkt denigrerend, alsof je minderwaardig bent omdat je zogezegd wat later geboren bent. Of tenminste later dan je broers en zussen, want de zwangerschap op zich liep perfect normaal. Het is niet dat je zomaar 5 jaar te lang in de buik bent blijven steken. Het woord is al een eerste struikelblok, maar er zijn er nog zoveel meer. Zoveel redenen die ik wil uitschreeuwen als mensen nadenken om zoveel jaren later toch nog voor een kindje te gaan. Please, doe het niet! En dit is waarom: de (misschien té) eerlijke mening van - jawel - een nakomertje. 

Hoe je het ook draait of keert, het leven van een nakomertje is anders. Of je een bewuste keuze was of een complete verrassing, heeft daarop zelfs geen invloed. Je leeft in een totaal andere wereld dan je leeftijdsgenoten, en zelfs dan je broers en zussen. Alles is anders. Dat hoeft niet allemaal negatief te zijn, want ik heb zelf bijvoorbeeld écht een gelukkige jeugd gehad. Maar zelfs met de beste bedoelingen, als je opgroeit in de beste condities, is je leven anders. En daar wordt weinig rekening mee gehouden. 

Ik hoor het regelmatig rondom mij, en lees het vaak online: Misschien willen we er nog een kindje bij, een nakomertje. Wat zijn jullie ervaringen? En telkens komen daar erg positieve reacties op van trotse mama’s: ‘Nog steeds zo blij met mijn keuze!’ ‘Het is zo mooi om de band tussen de oudere en jongere kinderen te zien!’ ‘Ik kan er nu zoveel meer van genieten!’ ‘Ik ben nu veel rustiger als mama!’ En eentje die voor het kind net omgekeerd zal aanvoelen: ‘Mijn nakomertje houdt mij jong!’ Allemaal positieve reacties, recht uit het hart van al die lieve mama’s. Ik geloof ze, echt waar! Maar als ik ze lees, protesteert mijn hele lichaam. En wel om deze reden: 

Heeft iemand al ooit eens stilgestaan bij wat de gevolgen zijn voor het kind zelf? 

Dus daarom mijn verhaal. Recht uit mijn hart. En het zal misschien negatief klinken, dus ik wil benadrukken dat ik echt een fijne jeugd heb gehad, dat ik in een warm gezin ben opgegroeid. Er is geen enkel moment geweest dat ik mij niet geliefd of niet gewenst voelde door mijn ouders. Ik moet zelfs toegeven dat ik een écht ‘kakkenestje’ was (nog zo’n verschrikkelijk woord). Maar toch, ondanks dat alles, overheerst vaak het gevoel: ‘Ik was er beter niet geweest. Als ik in de plaats van mijn ouders had mogen kiezen, zou ik er nooit geweest zijn.’ Tja, ik ben er nu, en ik ben heus niet ongelukkig. Maar ik zou toch niemand aanraden om voor een nakomertje te kiezen. 


1. Je krijgt een andere opvoeding dan broers en zussen

De waarden en normen die je meekrijgt blijven hetzelfde, ongeacht de plaats binnen het gezin. Maar voor een nakomertje zijn de regels vaak toch wat minder streng. Of ze moeten in elk geval minder streng nageleefd worden. Ouders lijken gerustgesteld: de oudere broers en zussen zijn allemaal netjes op hun pootjes terechtgekomen, dus zal dat bij de jongste ook wel zo zijn. De teugels mogen net wat meer vieren. 

Dat klinkt misschien positief, zeker vanuit het standpunt van het kind, maar er is ook een keerzijde van de medaille. Zo vonden mijn ouders het bijvoorbeeld wel belangrijk dat de oudste kinderen aan sport deden, en werd dat bij hen altijd gestimuleerd. Terwijl dat bij mij eerder werd afgeraden. ‘Denk er nog maar even over na, dan kun je aan het begin van het nieuwe seizoen misschien starten.’ Spoiler alert: ik ben nergens mee gestart. Mijn ouders hadden daar niet meer zo’n zin in, hun taxi-jaren waren net eindelijk achter de rug. Nu, zoveel jaren later, blijft dat toch een groot gemis. 

Ook gezinsuitstapjes kwamen minder vaak voor, want het werd steeds moeilijker om het hele gezin mee te krijgen. Dieren in huis waren eerder een last dan een must. Terwijl er voor ik geboren ben al een hele dierentuin in en rond ons huis gepasseerd was. Veel leuk speelgoed was al opgeruimd voor ik geboren werd. En zelfs al kwam ik ook op dat vlak zeker niks te kort, het gaf toch een akelig gevoel. Je merkt aan zoveel kleine dingen dat je eigenlijk niet mee in het originele script stond.  De jeugdherinneringen van mijn oudere broers en zussen zijn totaal anders dan de mijne. Het lijkt wel alsof we in een totaal ander gezin zijn opgegroeid.


2. Je hebt een totaal andere familie

Iedereen rondom je is ouder, in vergelijking met de familie van je vrienden: broers en zussen, ouders, maar ook de grootouders. Als ze er nog zijn tenminste. Ik heb helaas maar 1 van mijn 4 grootouders mogen kennen, tot ik een jaar of 9 was. Veel herinneringen heb ik dus niet meer. Dingen die voor anderen normaal zijn, zoals op de koffie gaan bij oma en opa, vragen stellen over vroeger, of samen een wandelingetje maken, heb ik nooit kunnen doen. 

Ook neven en nichten zijn vaak veel ouder. Ik heb nog het geluk dat we aan beide kanten een grote familie hebben, waardoor er enkele neven en nichten van mijn leeftijd zijn. Maar de meerderheid is een pak ouder, wat de afstand ineens ook erg groot maakt. En ook je eigen kinderen hebben een veel oudere familie dan hun vriendjes. 


3. Je hoort nergens bij

Ongeacht hoe oud je bent, binnen het gezin blijf je een eenzame positie bekleden. Als kind was je te jong om mee te praten met de ‘grote mensen’, als tiener krijg je in plaats van 2 ouders ineens 6 volwassenen die zich buigen over je resultaten, je gedrag of het uur waarop je ’s nachts thuiskwam. En zelfs al sta je op eigen benen, ben je intussen zelf moeder, je blijft altijd de kleinste, dat kakkenestje dat zogezegd nog van niks weet.

Je zit in een compleet andere levensfase dan je broers en zussen, en dat kun je op geen enkel moment ‘inhalen’. Het leeftijdsverschil blijft. Op het moment dat zij kinderen krijgen, ben jij daar nog totaal niet mee bezig. En hoewel die kindjes misschien maar net zoveel van leeftijd verschillen met jou als je eigen broers en zussen, is dat verschil te groot om gelijkwaardig aan te voelen. Kortom: je hoort nergens bij. Je zit in een niemandsland tussen de oudere broers en zussen en de jongere neven en nichtjes. 

Soms overvalt me nog een gevoel dat ik als kind heel vaak had: onzichtbaarheid. Dan voelt het even alsof ik met een onzichtbaarheidsmantel als die van Harry Potter rond mij alles vanaf een afstandje bekijk. Tot ik plots besef dat anderen mij wél kunnen zien en horen. Een heel bevreemdend gevolg van vaak niet gezien of gehoord te worden.


4. Je voelt je eenzaam

Dit gevoel vormt zowat de rode draad door mijn jeugd. Ik kan mij niet meer herinneren wanneer iedereen nog in huis woonde. Toen ik amper 3 was, ging mijn oudste broer op kot. Ik was maar 9 toen mijn oudste zus trouwde. Van de tijd dat ons gezin onder hetzelfde dak woonde, weet ik helemaal niets meer. 

Al in mijn vroegste herinneringen zit ik op zondagavond met mijn moeder in de auto, op weg naar het station, om minstens 1 van de broers en zussen weg te brengen die een week op kot gaat. De zwaarte in mijn buik maakte dat de auto wel 10 km/u trager reed. God, wat zag ik op tegen dat moment! De meelevende stem van Lutgart Simoens en haar ‘Vragen staat vrij’ op de achtergrond hielp er ook niks aan. De stilte in huis, als iedereen weer vertrokken was, was oorverdovend. Want vanaf dat moment was ik enig kind. Tot in het weekend het huis weer volliep met studenten, hun liefjes en later hun eigen gezinnen die mee aan tafel schoven. Er kwamen telkens familieleden bij, maar enkel in het weekend. De eenzaamheid door de week bleef.


5. Je voelt het zwaard van Damocles

En dit weegt het zwaarste door. Al zo lang ik mij kan herinneren, is er dat besef: ‘Mijn ouders zijn veel ouder dan die van mijn leeftijdsgenootjes. Ik zal ze ook vroeger moeten afgeven.’ Als kind rekende ik al uit hoe oud mijn ouders zouden zijn als ik 20 zou zijn. Of 30. Of 40. ‘Oei, gaan ze er dan nog wel zijn?’ 

Mijn vader had bovendien al hartproblemen sinds mijn kleutertijd, wat mij altijd erg alert maakte op gezondsheidsproblemen. Het versterkte dat rekenwerk alleen maar. En geloof me vrij, dat weegt zwaar op een kind. En op een volwassene trouwens ook nog. Dat zwaard van Damocles hangt altijd boven je hoofd. Soms lijkt het te vallen, maar blijft het toch stabiel. Tot het écht valt. 


6. Je zorgt voor je ouders én je kinderen

Op een gegeven moment vertoont het touwtje dat het zwaard omhoog houdt meer en meer scheurtjes. Dat moment is onvermijdelijk, en voor iedereen heftig. Maar als je dan zelf nog met jonge kinderen in huis zit, wordt het eens zo moeilijk. Je bent letterlijk gesandwicht tussen de zorg voor je kinderen en die voor je ouders. Je moet kiezen: ‘Zit ik vanavond met mijn kinderen aan tafel of zorg ik dat mijn demente moeder rustig kan gaan slapen?’ 

Je ouders zien verouderen, achteruitgaan, sukkelen, Alzheimer krijgen, of eender welke ziekte, is moeilijk. Op alle leeftijden. Maar het is moeilijker om te aanvaarden als je zelf nog kleine kinderen hebt. Als je je eigen kinderen al hebt zien uitvliegen, is de situatie totaal anders. Zeker niet pijnloos, maar op een of andere manier toch minder pijnlijk. En dan heb ik het niet alleen over de tijdsbesteding, want ook op dat vlak is er veel meer ruimte en tijd om je ouders bij te staan als je niemand meer hebt om echt voor te zorgen. 


7. Je moet je ouders veel te vroeg afgeven

Even counteren: niemand weet wanneer ie zijn ouders moet afgeven. En gelukkig maar. Er zijn heel wat mensen van mijn leeftijd die al ouders verloren zijn, dat besef ik. Een ongeluk of ernstige ziekte is niet te voorspellen. Maar als nakomertje weet je, al van kindsbeen af, dat jij je ouders vroeger dan gemiddeld zal moeten afgeven. Een bijzonder zware gedachte die onvermijdelijk is. En zelfs al kondigt dat moment zich stilletjes wel aan, het blijft zwaar. En het wordt zelfs zwaarder met ouder worden. 

En plots is het zover.  Mijn ouders waren 84 toen ik ze moest afgeven. Een mooie leeftijd, daar ben ik me volledig van bewust. En als ik dat als kind had geweten, zou ik daar onmiddellijk voor getekend hebben. Daar zou ik toen heel blij mee geweest zijn. Maar nu… was het nog te vroeg. 
Als je je ouders verliest, komen er zoveel emoties bij kijken. Verdriet, ongeloof, maar ook boosheid en teleurstelling. Ik had dit nu niet moeten meemaken. Nu nog niet. ‘Waarom hebben zij gekozen voor een nakomertje, wetende dat zij er veel minder lang zouden zijn dan andere ouders?’ Voor mij komt dit veel te vroeg. Er zijn nog zoveel vragen, nog zoveel gesprekken die gevoerd moesten worden, nog zoveel dingen om te doen. Maar al die tijd krijg ik niet meer. 


8. Je kinderen zullen zich hun grootouders amper herinneren

Alsof het nog niet erg genoeg is dat je je ouders vroeg moet afgeven, worden je kinderen ook al vroeg met verdriet geconfronteerd. Net omdat je je eigen grootouders niet of amper gekend hebt, weet je precies hoeveel herinneringen er bij hen later zullen overschieten. Ze zullen hetzelfde gemis voelen: geen oma en opa die vertellen over vroeger, geen spontane bezoekjes, geen oma die lekkere koekjes bakt, geen opa die naar de sportwedstrijden komt kijken… Het gemis dat je kinderen ervaren, krijg je er gratis bovenop. 


Lichtpuntjes

Dit zijn al 8 redenen waarom ik nooit voor een nakomertje zou kiezen. Of ‘nog maar’ 8. Als ik dieper graaf, kan ik er vast nog meer bedenken. Natuurlijk zijn er ook positieve kanten aan, maar daarvoor moet ik dieper nadenken:

  • Als er ruzie was in de lagere school, en ik dreigde met ‘Dadelijk komt mijn grote broer mij ophalen en die zal jou wel een lesje leren!’ dan waren andere kinderen ook écht bang. Mijn grote broer was ook écht groot!
  • Mijn broers en zussen namen me vaak mee op uitstapjes waar mijn ouders geen zin in hadden: naar een pretpark, naar de kermis, of gewoon mee op pad. Dat was vaak zelfs nog veel leuker dan met mijn ouders.
  • Ik werd al vrij jong tante. Ik kreeg de voordelen van een jonger broertje of zusje, maar zonder de ruzies en ik werd er ’s nachts ook niet van wakker.
  • Mijn ouders waren al een hele tijd op pensioen en hadden veel tijd voor mijn kinderen. Ze hebben op die korte tijd wel een goede band kunnen opbouwen. 

 

Ik zal het lichtpuntjes noemen, kleine leuke situaties, maar ze wegen voor mij niet op tegen de nadelen. Ik weet dat niet élk nakomertje het op deze manier zal ervaren, maar tegelijk weet ik ook dat ik niet de enige ben. 

Dus aan iedereen die twijfelt over een nakomertje: probeer het ook eens vanuit de andere kant te bekijken. Bereken wat het leeftijdsverschil zal zijn met je oudere kinderen, met jou, met de familie, met neven en nichten, met kinderen van vrienden, met iedereen die voor jou op dit moment belangrijk is. Want dat gaat je kind later ook doen. En als je het écht graag wilt, ga dan ineens voor 2 nakomertjes, dan hebben ze tenminste elkaar nog.