meisje zit in de zetel

Aan mijn “brave” kind: sorry dat jij zo vaak moet wachten

23/02/2026

Ik heb twee kinderen. Twee totaal verschillende persoonlijkheden onder één dak. En het klinkt misschien vreemd, maar ik voel me soms schuldig tegenover mijn dochter. De “braafste” van de twee. Want het lijkt alsof ze vaak het onderspit moet delven als het gaat over mijn aandacht. Alsof ze het slachtoffer is van haar flinke gedrag. En dat nijpt. 

Mijn zoon is wat mensen graag een “wild kind” noemen. Intens. Vurig. Gevoelig. Koppig. Aanwezig. Hij vraagt veel. Van mij, van de wereld, van zichzelf. Er zijn dagen waarop ik honderd keer “neen” zeg, waarop ik het gevoel heb dat ik niets anders doe dan begrenzen, corrigeren, uitleggen, troosten. Dagen waarop ik ’s avonds uitgeput in de zetel plof en me afvraag: heb ik hem vandaag genoeg mijn liefde laten voelen, of alleen maar grenzen afgebakend? 

Maar achter dat grote gedrag zie ik een hart dat soms overloopt. Ik probeer — echt waar — om niet te blijven hangen in het moeilijke gedrag. Om te kijken naar wat eronder zit. Naar de nood aan verbinding, bevestiging, veiligheid. Ik probeer te geven wat nodig is, ook wanneer dat betekent dat ik nóg eens diep moet ademhalen of me even ga verstoppen in de berging om rustig te blijven. 

En dan is er dus mijn dochter. Mijn “brave” kind. Het kind dat luistert. Dat helpt. Dat wacht. Dat begrijpt. Het kind “uit de boekskes”. Het kind waarvan ik vaak zeg: “Zie je wel hoe goed jij dat doet?”

En net daar knaagt het. Want hoe vaak heb ik al gedacht: Jij redt je wel even. Jij kan dit aan. Jij bent sterk genoeg om te wachten terwijl ik eerst de storm blus bij je broer. Jij maakt het mij niet moeilijk — en net daardoor schuif ik je soms onbewust naar achter.

Ik zie het gebeuren. De aandacht gaat vaak naar het luidste geluid. Naar het grootste conflict. Zelfs als die aandacht negatief is, is het nog altijd aandacht. En mijn dochter? Begrijp me niet verkeerd - die krijgt (ook) complimenten, een glimlach, een “dank je wel”. Maar krijgt ze evenveel pure, onverdeelde aanwezigheid?

Soms betrap ik mezelf erop dat ik strengere verwachtingen heb van mijn dochter. Dat ik het minder snel door de vingers zie wanneer zij dan toch eens uit de bocht gaat. Alsof ik denk: jij weet toch beter?! Alsof haar flink zijn een permanente rol is waarin ze niet mag wankelen.

En dan voel ik dat schuldgevoel weer opborrelen.

Want wat als mijn rustige kind geleerd heeft dat liefde stil verdiend wordt? Dat het veiliger is om klein te blijven? Dat het makkelijker is om zich aan te passen dan om ruimte in te nemen? Dat idee breekt mijn hart.

Ik wil niet dat één kind leert dat liefde bevochten moet worden, en het andere dat liefde verdiend moet worden door braaf te zijn. Ik wil dat ze allebei weten dat ze genoeg zijn. In hun storm. In hun rust. In hun chaos. In hun gehoorzaamheid. 

Ik hou van hen allebei. Evenveel. Onmetelijk veel. Ik hou van hun unieke karakters. Ze zijn allebei perfect zoals ze zijn. En ik hoop dat ze dat voelen. Écht voelen. 

Dus ik oefen.

Ik oefen om bewust tijd te maken voor mijn dochter. Ook wanneer zij niet de persoon is die het luidste om mijn aandacht roept, probeer ik haar die onverdeeld te geven. En ik oefen om ook bij mijn wild kind te benoemen wat goed gaat, niet alleen wat beter kan. Ik oefen om mezelf te vergeven wanneer het niet allemaal perfect in balans is.

Mijn wilde kind leert mij geduld.
Mijn flinke kind leert mij bewust te zijn.

En allebei leren ze mij dat schuldgevoel soms gewoon een teken is dat je hart groot genoeg is om iedereen te willen zien.