Eerlijk? Ik voel me vaak allesbehalve een goede mama. Mijn dochtertje wordt binnenkort drie. Het is een heerlijk, grappig en slim meisje, maar ze is ook echt een papa’s kindje. Als ze valt, roept ze naar haar papa. Als het bedtijd is, wil ze dat haar papa een verhaaltje voorleest. Als ze moe is, wil ze bij haar papa. Het lijkt vaak alsof ik er gewoon bij sta. Alsof ik een figurant ben in mijn eigen gezin. En dat doet pijn. Zoveel meer pijn dan ik ooit had verwacht.
Ik wou het anders doen dan vroeger
Ik ben zelf niet opgegroeid in een warme, veilige omgeving. Mijn jeugd was moeilijk. En net daarom had ik één grote droom: ik zou het anders doen. Ik zou de mama zijn die er altijd is. Die luistert. Die knuffelt. Die haar kind laat voelen dat het goed is zoals het is.
Maar nu voelt het alsof ik die belofte aan mezelf niet kan waarmaken, en dat vind ik verschrikkelijk. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik me zo vaak verloren voel. Ik voel twijfels die blijven knagen. Heb constant het gevoel dat ik iets fout doe. Dat ik te streng ben, of net te toegeeflijk. Dat ik te weinig geduld heb. Te weinig energie.
Hoe meer ik twijfel, hoe onzekerder ik me voel. En hoe onzekerder ik word, hoe meer afstand ik voel tussen mezelf en mijn dochter. Het is een vicieuze cirkel waar ik niet goed uit geraak.
Frustraties die ik inslik
Er zijn momenten dat ik het gewoon niet meer weet. Dat ik gefrustreerd raak. Dat ik wil huilen, roepen of weglopen. Maar in plaats daarvan slik ik het in. Want wat voor een mama ben ik als ik me zo voel? Wat voor een mama ben ik als ik zo denk?
Dus zeg ik niets. Ik krop alles op. Tot het zich opstapelt en er ’s avonds, als iedereen slaapt, tranen komen waarvan ik niet eens wist dat ze er zaten.
“Het valt wel mee”
Ik heb al geprobeerd om erover te praten met mijn partner. Maar vaak krijg ik dan een antwoord in de trant van: “Het valt wel mee” of “Je denkt daar allemaal veel te veel over na.” Wellicht bedoelt hij het goed hoor, en wil hij me gewoon geruststellen. Maar het geeft me het gevoel alsof wat ik ervaar niet helemaal gezien wordt. En dat maakt het net zwaarder.
Er wordt vaak gepraat over die eerste maanden. Over onderbroken nachten, krampjes, vermoeidheid, peuterdriftbuien, noem maar op. Maar ik hoor zelden of nooit iemand praten over hoe het voelt als je kindje een duidelijke voorkeur heeft. Of over hoe een oude pijn uit je eigen jeugd plots weer naar boven komt. Over hoe hard je je best doet, en hoe je toch het gevoel hebt dat het niet genoeg is. Maar het voelt verdomde zwaar om dit alleen te moeten dragen.