mama en peuter

‘Ik hou zielsveel van mijn derde kindje. Maar soms denk ik ook: wat hebben we gedaan?’

16/03/2026

Er is iets dat ik eigenlijk nog nooit hardop heb gezegd. Ik ben mama van drie kinderen. Ze zijn 10, 8 en 2. En als ik heel eerlijk ben: soms denk ik dat we misschien toch een beetje onderschat hebben waar we aan begonnen toen we voor dat derde kindje gingen.

Begrijp me niet verkeerd: we zien onze jongste doodgraag. Echt. Ze hoort helemaal bij ons gezin en ik kan me ons leven zonder haar niet meer voorstellen. Dit gaat dus absoluut niet over liefde, want daar is geen enkel gebrek aan. Maar dat neemt niet weg dat het met momenten best zwaar is. Zwaarder dan ik me op voorhand had ingebeeld. 

Toen we een paar jaar geleden besloten om voor een derde kindje te gaan, voelde dat eigenlijk heel logisch. Onze twee oudsten waren al wat groter, het leven liep min of meer op rolletjes, en we hadden allebei het gevoel dat ons gezin simpelweg nog niet compleet was. Het idee van een groter gezin voelde warm en juist. Een huis vol leven, daar tekenden we voor. 

En natuurlijk wisten we dat het drukker zou worden. Dat hoort er nu eenmaal bij. Maar tegelijk dacht ik ook: ‘Ach, we hebben dit al twee keer gedaan. We weten ondertussen al hoe het werkt. De twee oudsten zijn ondertussen al wat groter en zelfstandiger, dat komt vanzelf wel in orde allemaal.’ 

Spoiler: dat bleek toch niet helemaal het geval te zijn.

Om te beginnen verliep de zwangerschap al een stuk zwaarder dan bij de eerste twee. Zwanger zijn terwijl er al twee kinderen rondlopen, is toch van een compleet andere orde dan zwanger zijn van je eerste. Je kan niet zomaar gaan liggen wanneer je moe bent. En het leek wel alsof mijn lijf het bij elke zwangerschap zwaarder te verduren kreeg. Het was dus eigenlijk vanaf dat moment al intensiever dan verwacht, nog vóór de baby er was.

En toen kwam dus de babyfase, met twee schoolgaande kinderen erbij. Ik kan je vertellen: die was niet van de poes. Onderbroken nachten, overleven op een paar uur slaap – en dat terwijl de rest van het drukke gezinsleven ook gewoon bleef doorgaan. Dat was, om het met een understatement te zeggen, behoorlijk pittig. Het voelde alsof ik geen enkele van mijn drie kinderen voldoende aandacht kon geven. Alsof ik ze alle drie tekortdeed. Alsof ik op geen enkel vlak 100% succesvol was – en ik voortdurend en overal achter de feiten aan huppelde. 

En dat gevoel heb ik op vandaag nog altijd. Op papier lijkt het gewoon “een kindje erbij”, maar in de praktijk lijkt het alsof er een extra dimensie werd toegevoegd aan ons huishouden en de bijhorende chaos. Neem nu bijvoorbeeld de was. Ik weet oprecht niet hoe het kan, maar die lijkt zich voortdurend op mysterieuze wijze te vermenigvuldigen. De wasmachine draait dagelijks overuren – en toch blijft de was zich opstapelen. 

Er is ook altijd wel iets. Iemand die ziek is. Iemand die ruzie heeft op school. Iemand die zijn boek kwijt is. Iemand die morgen plots een cake moet meenemen naar de klas. Of een verkleedkostuum. Of een kartonnen doos voor een knutselproject waar je nog nooit van gehoord hebt.

En dan heb ik het nog niet eens over hobby’s. Onze agenda is nu al een soort logistieke puzzel. Wie brengt wie waarheen? Wie haalt wie op? Wie kookt er ondertussen? Wie moet er nog huiswerk maken? Heel eerlijk: ik hou mijn hart al vast voor wanneer onze jongste ook begint met hobby’s. Want als ik nu al soms het gevoel heb dat we een klein taxi-bedrijf runnen, wat wordt dat dan over een paar jaar?

Soms kom ik vrienden tegen met kinderen van dezelfde leeftijd als onze twee oudsten. Tien en acht. En dan zie ik waar zij nu staan. Hun kinderen worden zelfstandiger. Ze spelen meer alleen. Ze gaan eens zelf naar een vriendje. De avonden worden weer wat rustiger. Ze beginnen zelfs weer een beetje tijd voor zichzelf te vinden.

En dan besef ik plots: wij waren daar eigenlijk ook bijna. Zo’n korte flits van: zo had ons leven er nu ook kunnen uitzien. Meer ademruimte. Minder logistiek. Misschien zelfs weer eens spontaan iets doen zonder een volledige planning. Meteen gevolgd door een gigantisch schuldgevoel. Want hoe kan ik zoiets denken als ik tegelijk zo ongelooflijk veel van mijn jongste houd?

Maar ik denk dat dat precies het punt is waar we bijna nooit over praten. Dat je tegelijk twee dingen kan voelen. Dat je intens kan houden van je kind — en tegelijk kan beseffen dat je leven een stuk ingewikkelder is geworden door de keuzes die je gemaakt hebt.

En misschien zit daar ook het taboe. Want zodra iemand iets zegt dat ook maar een beetje lijkt op “dit is soms moeilijker dan verwacht”, voelt het al snel alsof je moet benadrukken hoe dankbaar je bent, hoe gelukkig, hoe geweldig het ouderschap is. En dat is het ook. Natuurlijk is het dat. Maar het is ook chaos. En vermoeidheid. En een agenda die ontploft. En een huis dat vijf minuten nadat je hebt opgeruimd alweer ontploft lijkt.

Misschien is dat gewoon de eerlijke versie van ouderschap: ongelooflijk veel liefde, in combinatie met een beetje spijt over hoe zwaar we het onszelf soms hebben gemaakt. En tegelijk weten dat we — als we terug in de tijd konden gaan — waarschijnlijk toch weer exact hetzelfde zouden doen. Zelfs al zouden we onszelf misschien even willen waarschuwen: “Denk er toch nog maar eens héél goed over na…