De laatste weken lig ik vaak wakker ’s nachts. Niet omdat mijn kinderen roepen omdat ze en knuffel kwijt zijn of nog een glas water willen, maar omdat mijn hoofd overuren draait. Omdat de wereld niet meer tot rust komt – en mijn lijf daardoor ook niet.
Sinds ik kinderen heb, kijk ik op een andere manier naar het nieuws. Vroeger was de actualiteit iets wat zich ver weg afspeelde, maar nu voelt het alsof elk bericht rechtstreeks binnenkomt. En er zijn de laatste tijd weinig berichten om vrolijk van te worden.
De oorlog in het Midden-Oosten. De spanningen tussen grootmachten die opnieuw oplaaien. Politieke leiders die dreigende taal spreken. Discussies over defensie, over bewapening, over hoe we ons moeten voorbereiden “voor het geval dat”.
Ik merk dat er de laatste tijd gedachten door mijn hoofd schieten die ik een paar jaar geleden absurd had gevonden. Zou een oorlog ooit echt onze kant op kunnen komen? Zullen onze kinderen moeten opgroeien in een wereld waarin een derde wereldoorlog een reële mogelijkheid is?
En het is niet alleen oorlog. Er zijn ook andere vragen die blijven knagen. Zullen onze kinderen ooit een huis kunnen kopen? Of zal wonen tegen dan zo duur zijn dat een eigen plek voor veel jonge gezinnen onhaalbaar wordt? Zullen ze later nog kunnen rekenen op een pensioen? Of zullen ze hun hele leven bijdragen aan een systeem waarvan niemand nog zeker weet of het tegen dan wel zal bestaan?
En dan is er nog iets dat overal boven hangt. De planeet. De berichten over hittegolven, bosbranden, overstromingen. De wetenschap die steeds luider zegt dat de opwarming van de aarde ons leven fundamenteel zal veranderen.
In wat voor wereld zullen onze kinderen volwassen worden? Een wereld die nog leefbaar is? Of een wereld waarin elke generatie een stukje meer moet inleveren?
Het maakt dat ik soms naar mijn kinderen kijk terwijl ze spelen — zo zorgeloos, zo overtuigd dat alles goed zit — en een brok in mijn keel krijg.
Zij zien een veilige wereld. Een wereld waarin mama en papa alles onder controle hebben. Maar eerlijk? Soms voelt het alsof wij als volwassenen zelf maar wat proberen te volgen terwijl de wereld in sneltempo verandert.
Gezondheidscrisissen.
Oorlogen.
Energiecrisissen.
Economische onzekerheid.
Politieke spanningen.
Het lijkt alsof de ene crisis nog niet voorbij is of de volgende dient zich al aan. En dan vraag ik me af: Is het nog mogelijk om zorgeloos te leven in een wereld die voortdurend op scherp lijkt te staan?
Misschien ben ik niet de enige ouder die zich dat afvraagt. Misschien zijn er nog mama’s en papa’s die ’s avonds in bed liggen, naar het plafond staren en hetzelfde denken.
Welke toekomst wacht er eigenlijk op onze kinderen? En wat voor wereld laten wij voor hen achter?