vrouw met drie kinderen

Mijn man doet aan triatlon. Ik vooral aan overleven.

1/10/2026

Het begon met lopen. Mijn man had wat overgewicht, voelde zich niet helemaal goed in zijn vel en besloot er iets aan te doen. Eerst drie keer per week een halfuurtje, daarna wat langer. En ik vond het oprecht fantastisch. Hij viel af, kreeg meer energie en zat beter in zijn vel. Hij had iets gevonden waar hij plezier uit haalde en waar hij zijn hoofd mee kon leegmaken. 

Ik was trots op hem. Dat ben ik trouwens nog altijd. Alleen: ergens onderweg bleek gewoon lopen niet meer voldoende. Want blijkbaar gebeurt er iets met mannen zodra ze de 35 passeren. Dan volstaat vijf kilometer lopen plots niet meer. Dan moet er getraind worden voor een marathon. En moet er ook gezwommen of gefietst worden. Liefst allemaal na elkaar. Jawel, mijn man ontdekte de triatlon. 

Van hobby naar halve dagtaak

Wij hebben drie jonge kinderen, van anderhalf, vier en zes. En wie kinderen heeft, weet dat “even gaan sporten” sowieso al een relatief begrip is. Als één van ons een uur weg is, betekent dat automatisch dat de andere alleen achterblijft met een peuter die overal op klimt, een kleuter die dringend iets moet vertellen terwijl je fruit staat te schillen en een zesjarige die nú hulp nodig heeft bij een knutselwerk.

Maar triatlon blijkt dan ook nog eens niet bepaald een sport te zijn die je "even" doet. Er moet gelopen worden. Gefietst. Gezwommen. Er zijn duurtrainingen, intervaltrainingen, hersteltrainingen en trainingen waarvan ik nog altijd niet precies weet wat ze inhouden, behalve dat mijn man ervoor van huis is.

Op zaterdag is er bijvoorbeeld een lange fietstraining. "Een uurtje of drie", zegt hij dan. Wat in gezinstijd betekent: omkleden, fiets klaarmaken, drie uur fietsen, thuiskomen, douchen, eten en daarna toch even in de zetel gaan liggen omdat het "best een zware training was".

Voor hem: sport. Voor mij: een volledige voormiddag alleen met drie kinderen. Niet sporadisch eens, maar elke week opnieuw. 

Ik gun het hem, maar … 

Ik gun het hem. Echt. En dat maakt het net zo moeilijk. Want ik wil niet die vrouw zijn die met haar ogen rolt zodra haar man zijn sportschoenen aantrekt. Ik wil niet beginnen tellen hoeveel uren hij deze week al heeft getraind. Ik wil hem niet het gevoel geven dat hij toestemming moet vragen om iets te doen waar hij overduidelijk gelukkig van wordt.

Bovendien weet ik hoeveel beter hij zich voelt dan vroeger. Ik zie hoe trots hij is op wat zijn lichaam nu kan. Ik ben mee trots als hij een persoonlijk record loopt of een wedstrijd uitdoet waarvan hij een paar jaar geleden nooit had gedacht dat hij eraan zou beginnen.

Maar soms denk ik wel: wanneer is het eigenlijk mijn beurt? Niet eens om een triatlon te doen. God verhoede. Maar gewoon om twee keer per week een uurtje te gaan sporten zonder eerst onze agenda's naast elkaar te leggen en te zoeken naar een gaatje tussen zijn trainingen. Of om op zaterdagochtend eens terloops te zeggen: "Ik ben drie uur weg", zonder dat daar weken op voorhand iets voor geregeld moet worden.

Zijn hobby heeft ook een impact op mijn agenda

Dat is misschien wat mij het meest stoort. Zijn hobby staat niet alleen in zíjn agenda. Ze staat ook in de mijne. Als hij gaat trainen, ben ik thuis. Als hij een wedstrijd heeft, wordt het weekend daarrond gepland. Als die wedstrijd in het buitenland is, gaat daar soms een hele trip mee gepaard. En inmiddels zijn er ook trainingsstages.

Een trainingsstage.

De eerste keer dat hij dat vertelde, moest ik bijna lachen. Een paar dagen naar het buitenland om te fietsen, lopen en zwemmen met andere volwassenen. Terwijl ik thuis de ochtendspits, school, opvang, eten, bad, bed en nachtelijke peuterinterventies doe.

"Maar het is echt intensief, hoor", zei hij. Dat geloof ik onmiddellijk. Hier ook.

En waar zijn wij nog?

Het gaat trouwens niet alleen over mijn eigen vrije tijd. Soms mis ik hém ook.

Want naast zijn werk en ons gezin is er ondertussen een behoorlijk groot stuk van zijn tijd en energie gereserveerd voor sport. Een rustige zondag samen kan niet altijd, want er moet nog een duurloop gebeuren. Een avond waarop de kinderen eindelijk allemaal slapen, eindigt soms met hem die nog op de fiets kruipt of vroeg naar bed wil omdat er de volgende ochtend een training gepland staat.

En ja, we kunnen daar afspraken over maken. Dat doen we ook. Maar het blijft soms wringen dat zijn hobby zo vanzelfsprekend ruimte inneemt, terwijl mijn vrije tijd veel vaker iets is wat we bewust moeten organiseren – en die veel schaarser is.

Ik wil niet dat hij stopt

Dat heb ik hem ook gezegd. Ik wil niet dat hij zijn loopschoenen aan de haak hangt, zijn fiets verkoopt of zijn volgende wedstrijd schrapt. Ik wil niet terug naar de man die zich slecht voelde in zijn lichaam en geen uitlaatklep had. Ik wil dat hij blijft sporten. Maar ik wil ook dat we eerlijk durven kijken naar wat dat van ons gezin vraagt.

Dat hij beseft dat een training van vier uur niet alleen vier uur van zijn tijd kost, maar ook vier uur van de mijne. Dat een weekend op trainingsstage betekent dat ik dat weekend geen partner heb om de zorg mee te delen. Dat zijn doelen belangrijk mogen zijn, maar niet automatisch belangrijker zijn dan mijn behoefte aan beweging, rust of gewoon eens tijd voor mezelf.

Dat hij zelf ziet dat er hier thuis ook een ploeg zit, die óók af en toe een wissel kan gebruiken. Dat hij inziet dat zijn hobby alleen mogelijk is omdat iemand anders ondertussen de rest opvangt. En dat die iemand heel vaak ‘ik’ is. 

Bestsellers

Ongefilterd Moederschap: peuterchaos en knuffels

Ongefilterd moederschap: peuterchaos en knuffel

€ 19.99
Wie ziet Pixie

Wie ziet Pixie?

€ 19.99
cover Ontdek jouw talent als ouder

Ontdek jouw talent als ouder

€ 24.99

Meilleures ventes