mama en schoonmoeder

De band met mijn schoonmama is hechter geworden na het verlies van mijn mama

28/05/2026

Iets meer dan een jaar geleden is mijn mama gestorven. Het is moeilijk om dat te aanvaarden, en het gemis lijkt elke dag groter te worden. Op sommige dagen snijdt de pijn nog net iets harder dan anders: haar verjaardag, de feestdagen, Moederdag … Het idee dat ik haar nooit meer kan bellen, dat ik niet met een bosje bloemen voor haar deur kan staan op die dagen, dat haar stoel altijd leeg zal blijven – ik kan het nauwelijks bevatten. Maar wat ik eigenlijk niet had zien aankomen, is hoe het verlies van mijn mama de band met mijn schoonmama heeft veranderd. 

We hebben altijd wel een goede verstandhouding gehad, mijn schoonmama en ik. Maar ik zou niet zeggen dat we uitzonderlijk hecht waren. We kwamen overeen, zagen elkaar in familieverband en praatten dan bij, of stuurden eens iets in de familie-chatgroep. Het was niet dat we elkaar ooit belden om samen wat te kletsen, of dat we met ons tweetjes afspraken om iets te gaan doen. En misschien ben ik daarom zo verrast door de voorbije maanden

Na het overlijden van mijn mama merkte ik al snel dat veel mensen het moeilijk vinden om haar naam nog uit te spreken. Alsof ze bang zijn om mij verdrietig te maken door haar ter sprake te brengen. Alsof zwijgen veiliger is. Goedbedoeld, ongetwijfeld. Maar dat is niet hoe rouw werkt: als je een belangrijk persoon in je leven verliest, wil je net dat die persoon blijft bestaan in gesprekken, herinneringen en kleine anekdotes. Het pijnlijkste is niet wanneer iemand over haar begint, maar net wanneer niemand dat nog doet. En mijn schoonmoeder begreep dat instinctief.

Ze vraagt me heel bewust hoe het gaat op moeilijke dagen. Ze noemt mijn mama bij naam. Soms heel terloops. Soms bewust. Ze vraagt hoe mijn mama bepaalde dingen vroeger deed, of zegt plots dat ze aan haar moest denken. Ze geeft me de ruimte om verhalen te vertellen, ook al heb ik ze misschien al tien keer verteld. En nooit geeft ze me het gevoel dat ik moet afronden, relativeren of dat het stilaan tijd wordt om “verder te gaan”.

Dat klinkt misschien als iets kleins, maar voor iemand die aan het rouwen is voelt het gigantisch.

Want het is ongelooflijk vermoeiend om voortdurend aan te voelen dat jouw verdriet anderen ongemakkelijk maakt. Om te merken dat mensen snel van onderwerp veranderen zodra het gesprek te dichtbij komt. Mijn schoonmama doet net het omgekeerde: zij blijft zitten. Zij luistert. Zij schrikt niet van tranen of stilte. En daardoor is er iets veranderd tussen ons.

Ik merk dat ik haar vaker spontaan iets stuur. Dat ik meer vertel dan vroeger. Dat ik soms uitkijk naar haar reactie op iets wat me bezighoudt. Niet omdat ze mijn mama vervangt — dat kan niemand — maar omdat ze me opnieuw een bepaald soort geborgenheid geeft die ik kwijt was geraakt. Een zachte, moederlijke aanwezigheid. Iemand die vraagt of je goed gegeten hebt, die het opmerkt wanneer je stiller bent dan anders, die je verdriet niet probeert op te lossen maar het gewoon even mee draagt. Dat had ik nooit verwacht.

Natuurlijk blijft het gemis van mijn mama immens. Er is geen alternatief voor haar stem, haar aanwezigheid, de vanzelfsprekendheid waarmee ik vroeger naar haar belde bij grote en kleine problemen. Dat gat blijft bestaan. Maar ik heb wel ontdekt dat troost soms uit onverwachte hoek komt.