Dankzij taal krijgt een kind er twee belangrijke nieuwe vaardigheden bij: hij begrijpt wat anderen zeggen én kan zelf vertellen wat hij denkt of wil. De taal kent verschillende onderdelen, zoals hoe we klanken maken (fonologie), welke woorden we kennen (woordenschat), hoe we zinnen bouwen (grammatica), wat woorden betekenen (semantiek), en hoe we taal gebruiken in sociale situaties (pragmatiek) als we samen zijn met anderen (zoals vrienden of familie).
Het leren van taal is het resultaat van de interactie tussen het leerproces van het kind en de taalomgeving. Baby’s kunnen elke taal leren waaraan ze worden blootgesteld. Weet je dat zelfs een foetus bij 21 weken, halverwege de zwangerschap, al kan horen wat je zegt en onderscheid kan maken tussen wie er praat?
Een kind zal eerst begrijpen en daarna praten. Dat leerproces verloopt zonder inspanningen en gaat vanzelf, je hoeft er dus niet per se op te oefenen. Tegen de tijd dat hij vijf jaar is, begrijpt hij 3500 woorden en kan hij 3000 woorden zeggen. Hij kan de grammatica juist gebruiken, kent het verschil tussen letterlijke en figuurlijke uitdrukkingen en kan humor en metaforen begrijpen. Eigenlijk is het ongelooflijk dat een kind op zijn vijfde al zoveel kan.
HOE EVOLUEERT DE TAAL VAN EEN GEMIDDELDE PEUTER?
- Rond de zes maanden: baby begint te brabbelen.
- Met één jaar: eerste woordje, gebruikt ‘mama/papa’ correct.
- Met twee jaar: twee-woordzinnen, kan ongeveer vijftig woorden zeggen, gebruikt ‘ik/mij’ correct.
- Met drie jaar: drie-woordzinnen, kan ongeveer duizend woorden zeggen en 1250 woorden begrijpen.
- Tussen vier en vijf jaar is een kind grotendeels volledig verstaanbaar, vier- tot vijf-woordzinnen.
Een kind leert een taal statistisch
Maar hoe leert een kind een taal nu in de praktijk? In het begin zal hij herkennen dat bepaalde geluiden en klanken bij elkaar horen. Als je in het gezin vaak ‘hal-lo’ zegt, dan zal hij na een tijdje beseffen dat de klanken ‘ha’ en ‘lo’ bij elkaar horen. Wordt daar nog een ander woord aan toegevoegd, zoals ‘hallo schatje’, dan zal hij de opeenvolging of sequentie van die geluiden of zogenaamde woordunits herkennen zonder de betekenis ervan te begrijpen.
Die woordunits zijn van taal tot taal anders; babytaal in het Vietnamees klinkt anders dan in het Frans. Kinderen die meertalig worden opgevoed, zullen dus al leren dat bepaalde woordunits tot de ene taal behoren en andere tot een andere taal.
Pas daarna begint een kind zinnen en structuren te herkennen. Hoe een kind een taal leert, wordt ‘statistisch leren’ genoemd. Hij leert door sequenties te herkennen, of, anders gezegd, door regelmatigheden of patronen in het taalaanbod te herkennen. Kleine kinderen horen met andere woorden eerst geluiden, en leren daarna bij welke woorden die geluiden horen als ze een nieuwe taal leren. Ze gebruiken een soort ‘statistiek’ om dit te doen. Sommige geluiden komen vaak samen in woorden. Kinderen merken deze patronen onbewust op, ze hoeven er dus niets voor te doen.
Waar je als ouder wel mee kunt helpen, is meer input geven. Hoe meer input een kind krijgt, hoe sneller hij connecties kan leggen. Je doet dat het best door kindgerichte taal te gebruiken. Voor de duidelijkheid: kindgerichte taal is niet hetzelfde als ‘babytaal’ of ‘brabbeltaal’, waarbij geen herkenbare woorden worden gebruikt en waarvan je kind niets kan leren. Kindgerichte taal wordt gekenmerkt door een beperkte woordenschat, korte zinnen, herhalingen, relatief weinig fouten en overdreven intonatie. Het is dus prima om tegen je kind te praten in kindgerichte taal; je stimuleert er zelfs zijn leerproces door.
WANNEER HEEFT JE KIND EEN TAALACHTERSTAND?
Merk je dat je peuter trager dan andere kinderen begint te praten? Wanneer je kindje vaak ziek is, regelmatig bovenste-luchtweginfecties en oorontstekingen heeft, waardoor hij minder hoort, kan dat een risicofactor zijn. Overleg met je arts of het een goed plan is om het gehoor te testen. Ben je ongerust over een taal- of leerachterstand? Zolang een kind met zijn speelgoed speelt, een normale interactie met de omgeving heeft, de omgeving lijkt te begrijpen, gebaren imiteert en simpele mondelinge opdrachten uitvoert, hoef je je niet echt ongerust te maken.
WEETJE: Kan een kind een taal leren dankzij Dora The Explorer?
Een kind leert een taal vanuit een sociale context en dat gebeurt niet bij bijvoorbeeld een tv-programma zoals Dora. Een kind moet in de praktijk voelen wat een woord teweegbrengt. Als papa thuiskomt en ‘hallo liefje’ zegt, kan het kind voelen dat de boodschap die gegeven wordt lief is. Taal leren vereist de actieve betrokkenheid van het kind bij de input. Kinderen moeten de input monitoren en bijvoorbeeld verschillen opmerken tussen wat ze hebben gehoord en wat ze misschien hebben gezegd of wat ze dachten dat een woord betekende.
WEETJE: Boekjes lezen
Ook boeken lezen is enorm belangrijk in het leerproces van je kind; daarmee zou hij meer taal aanleren dan bij andere sociale interacties zoals samen eten, in bad gaan of spelen. Je beperkt vanwege dit leerproces ook beter de schermtijd ten voordele van actieve sociale interacties.
Hoe meer boekjes er in het gezin worden gelezen, hoe makkelijker later het leren lezen zal gaan en hoe beter de taalontwikkeling zal verlopen. Peuters ontwikkelen een grotere woordenschat, en kunnen later beter zelf verhalen vertellen. Het is niet alleen het voorlezen dat het verschil maakt, het is ook het genieten van het voorleesmoment en napraten over de inhoud: hoe meer interactie over het verhaal, hoe beter de communicatie van het kind later zal worden.
Meer lezen: Mijn Peuter

Stap binnen in de fascinerende wereld van je peuter. Mijn Peuter neemt je mee op een boeiende reis door het ouderschap en biedt, samen met het boek Mijn Baby, een diepgaand begrip van de eerste duizend dagen van je kind. Ontdek de wetenschap achter de ontwikkeling van het peuterbrein en krijg waardevolle inzichten in denkvermogen, tijdsbeleving, temperament en emotionele groei.
Mijn Peuter behandelt essentiële onderwerpen zoals slaap, voeding, groei en belangrijke mijlpalen. Van de komst van een broertje of zusje tot de overgang naar school en het omgaan met andere veranderingen, dit boek voorziet je van de kennis en handvatten om de terrible two-fase met glans te doorstaan.
Met talloze inzichten helpt Mijn Peuter je om je kind beter te begrijpen en zelfverzekerder te worden in je rol als ouder. Een onmisbaar boek voor iedere ouder die de unieke reis van het ouderschap ten volle wil beleven!

