1. Als hij op krukken moet lopen
Het is sneller gebeurd dan je denkt, een omgeslagen enkel, een gebroken been… En dan staat je tiener daar ineens, hulpeloos, onderaan de trap. ‘Ik kan niet naar boven!’ Dragen? Tja, zo’n puber zwier je niet ineens meer op je arm om hem de trap op te dragen. Dan maar op de manier zoals hij dat als peuter geleerd heeft: op de billen! Trap voor trap, achterwaarts, op de billen naar boven. En ja, ook naar beneden.
2. Als hij een beugel krijgt
Hoopte jij vroeger ook altijd op een restje fruitpap, als je kleintje klaar was met eten? Dan heb je geluk als dat kleintje in zijn puberteit een plaatjesbeugel mag dragen! Want de eerste dagen met zo’n ijzerwerk in zijn mond is eten geen feestje. Wat zal hij wel kunnen eten? Papjes! Dus haal je mixer maar boven en draai er meteen een dubbele lading in, zodat je kunt meesmullen van de overschot.
3. Als hij ziek is
Weet je nog dat hoopje miserie met droeve oogjes als je kleintje ziek was? It’s back! En in ’t groot! ‘Mama, ik heb zo’n hoofdpijn! Ga ik nu dood?’ blijft de terugkerende vraag. Nee, jongen, je bent gewoon wat verkouden…
4. Als hij iets niet lust
Je dacht dat het maar een fase was, toen je peuter niet wou eten. Wel, ook dat komt terug. En met een uitgebreidere woordenschat ‘Ekkes, dat lust ik niet!’ ‘Bah, wat is dit voor hondenvoer!’ ‘Gadver, waar komt deze kots vandaan?’ (En nee, dat is geen typfout: hij noemt het kots, geen kost, helaas…) Klagen en zagen over elk onderdeel van het middagmaal is nog steeds aan de orde. Met het enige verschil dat je grote peuter deze keer wél zelf een boterham kan smeren.
5. Als hij (niet) moe is
‘Neehee, ik ben niet moe!’ Jep, bedtijd blijft een topic… Alleen voer je de discussie niet meer om 7u ’s avonds, maar om 11u. Je puberpeuter is niet moe, maar hangt wel als een uitgewrongen schotelvod in de zetel. En de rolluiken voor zijn ogen vallen, je raadt het al, stilletjes dicht. Schudden maar, want naar boven dragen is wél echt verleden tijd.
6. Als hij een meltdown krijgt
Jawel, die zijn er ook nog! Complete meltdowns om kleinigheden. Enkel de redenen waarom zo’n meltdown plots opduikt, verschillen. Maak je geen zorgen meer om de banaan die je verkeerd opengedaan hebt, da’s totaal geen issue meer. Maar de wifi… die kan maar beter niet uitvallen!
7. Als hij brabbelt
Enige verschil: tijdens de peutertijd kon jij je kleintje nog perfect verstaan en vertalen voor anderen. Nu ben jij degene die een vertaling nodig heeft. Puberbroer of -zus, of een vriend, kan dat gemompeld brabbeltaaltje waarschijnlijk wel ontcijferen.
8. Als hij iets kwijt is
Remember het verdriet wanneer je peuter zijn favoriete knuffel kwijt was? Hartverscheurend en schattig tegelijk! De reactie wanneer je puber zijn gsm even kwijt is, is zo goed als hetzelfde. Alleen… iets minder schattig. Get a grip! En draag zorg voor je spullen, knul!
9. Als hij iets nodig heeft
‘Help, mama, ik kan er niet aan!’ Het zou gemakkelijker worden als je kind wat groter zou zijn, en overal zelf zou aankunnen, toch? Helaas pindakaas! Want je tiener kan nu overal aan, maar hij ziet de spullen gewoon niet liggen! ‘Mam, waar is de oplader? Mag ik de oplader? Ik vind die niet! Wil je die even geven?’ Terwijl dat ding gewoon open en bloot op het aanrecht ligt…
10. Als hij moet opruimen
Haha, we dachten massaal dat we onze peuters zouden leren opruimen. Eens ze het systeem doorhadden, zou ons huis er altijd perfect opgeruimd bij liggen. Wat een mop! De puber ruimt nog steeds op dezelfde manier op. Gewoon niet, als je veel pech hebt. En met een beetje geluk zwiert hij alle rommel in dezelfde bak, zonder te sorteren. Idem voor vuilnis trouwens, of voor de was. ‘Zoek het zelf maar uit!’ lijkt wel een levensmotto.
De peuterpuberteit 'was maar een fase', zeiden ze.
Maar wel eentje die terugkeert.
In 't groot.
