jongeren aan het drinken

“Een spoedarts belde mij op een familiefeest: onze dochter van 17 lag daar met een alcoholvergiftiging”

27/04/2026

Ze was maar naar een fuif achter de hoek. Terwijl wij op een familiefeest zaten, kregen we telefoon van spoed. Onze oudste dochter was binnengebracht met een zware alcoholintoxicatie en lag op intensieve zorgen. “Wij zijn een treffelijke familie, dacht ik nog. Dit gebeurt toch niet bij ons?” 

Ik dacht dat het een gewone zaterdagavond zou worden. Een familiefeest zoals er al zoveel geweest waren: mijn man in gesprek met zijn broers, onze jongste dochter ergens tussen de kinderen, ik met een glas cava in de hand en dat geruststellende gevoel dat alles goed zat.

Onze oudste dochter van 17 was naar een fuif gegaan, achter de hoek. Letterlijk vijf minuten wandelen. We hadden daar thuis nog even over gesproken. Hoe laat ze terug moest zijn, dat ze iets moest laten weten, dat ze verstandig moest zijn. Ze zuchtte zoals alleen tieners dat kunnen, wanneer hun moeder 'overdreven ongerust' is. Ik vond het bijna vertederend.

Toen ging mijn telefoon. Een onbekend nummer. Iemand van spoed. Of ik de moeder was van onze dochter. Ze was binnengebracht met een zware alcoholvergiftiging en lag op intensieve zorgen. 

We zijn meteen vertrokken. Ik weet nog dat ik mijn jas aantrok, iemand iets hoorde vragen, en dat ik niet meer in staat was te antwoorden. In de auto zei mijn man bijna niets. Ik ook niet. Je hoofd werkt op volle snelheid en tegelijk helemaal niet.

Toen we haar zagen liggen, was ze ineens weer klein. Mijn kind van 17, dat thuis doet alsof ze niemand nodig heeft, lag daar plots zo weerloos. Ik kon alleen maar denken: hoe kan het dat ik je niet beter beschermd heb?

De arts zei dat ze geluk had gehad. Dat iemand snel gereageerd had. Dat het ernstig was geweest. Dat ze er waarschijnlijk goed door zou komen.
Waarschijnlijk.

Dat woord heeft die nacht urenlang in mijn hoofd rondgedraaid.

En ja, er was ook schaamte. Ik zeg dat eerlijk. Schaamte omdat je denkt aan wat anderen zullen zeggen. Omdat je jezelf hoort denken: dit gebeurt toch niet bij ons. We zijn een treffelijke familie. Geen chaos thuis, geen grote problemen, geen ontspoorde toestanden.
En anderzijds schaamde ik me ook voor die gedachte. Want op zo’n moment ligt je kind daar, en toch merk je hoe snel je brein naar reputatie springt. Naar uiterlijke schijn.

Toen ze wakker werd, keek ze me nauwelijks aan. Ze zei zachtjes sorry. En nog eens sorry. En nog eens. Er volgde geen vergoelijkende uitleg, er was geen discussie. 
Ze heeft er gelukkig niets aan overgehouden. Geen blijvende schade. Dat blijft het enige wat echt telt. Maar ze heeft wel een schrik gepakt. En wij ook.

Sindsdien ben ik minder streng in mijn oordeel over andere ouders. Vroeger dacht ik soms snel: hoe laat je het zover komen? Nu weet ik dat één avond genoeg is. Eén verkeerde inschatting, één groep, één grens die verschuift..

En ik ben ook voorzichtiger geworden met het idee dat je als ouder veel in de hand hebt. Je kunt aanwezig zijn, duidelijk zijn, liefde geven, grenzen stellen. Je moet dat ook doen. Maar er blijft altijd een stuk waar zij zelf door moeten.