Ik dacht dat ik in de perimenopauze zat … maar bleek zes maanden zwanger
Mijn menstruaties waren al een tijdje onregelmatig. Soms kwam ze veel later, soms vroeger. Ik was ook verschrikkelijk moe. Echt moe. Het liefst kroop ik 's avonds om acht uur in mijn bed. Mijn borsten deden soms pijn. Ik had geregeld hoofdpijn. Mijn buik voelde opgeblazen en ik was wat aangekomen. Ik sliep slecht. En mijn humeur… laten we zeggen dat mijn man en kinderen daar ongetwijfeld een uitgesproken mening over hebben.
Maar goed. Ik ben nu eenmaal begin de veertig. Mijn lichaam is niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden. Ik heb het druk. Twee tieners in huis, werk, het gewone leven. En die hormonen natuurlijk.
“Dat kan hormonaal zijn”
De afgelopen maanden ben ik verschillende keren bij de huisarts geweest. Ik dacht niet dat er iets verschrikkelijks aan de hand was of zo, maar klopte telkens met andere kwaaltjes aan. Eerst omdat ik zo moe bleef. Dan omdat mijn menstruaties almaar onregelmatiger werden. Ik heb mijn hoofdpijn ook eens vermeld en dat opgeblazen gevoel. En telkens kwamen we ongeveer bij hetzelfde uit: mijn leeftijd en de hormonen.
Dat was ook niet zo raar, ik dacht zelf exact hetzelfde. Als de dokter zei dat het bij de perimenopauze kon passen, knikte ik vooral. Zie je wel.
Maar achteraf bekeken voelt het toch een beetje alsof er op een bepaald moment niet meer verder werd gekeken. Alsof vage klachten bij een vrouw van begin de veertig maar al te gemakkelijk worden toegeschreven aan de hormonen. Misschien had ik zelf ook wat harder moeten aandringen. Dat is het vervelende: ik weet niet goed op wie ik nu eigenlijk boos ben.
“Doe voor alle zekerheid toch eens een test”
Een paar weken geleden zat ik opnieuw bij de huisarts. We hadden het over de klachten van de afgelopen maanden en op een bepaald moment zei ze bijna tussen neus en lippen door: “Doe misschien toch eens een zwangerschapstest. Gewoon om dat uit te sluiten.”
Ik weet nog dat ik bijna moest lachen. Zwanger? Mijn dochter is zestien. Mijn zoon veertien. Een zwangerschapstest doen hoorde voor mijn gevoel bij een ander leven. Maar goed. Ik deed dus een test.
Twee streepjes.
Shock. Ik dacht dat die test kapot was en dus deed ik er nog eentje. Weer positief.
Ik weet niet meer precies wat ik toen allemaal gezegd heb. Ik weet alleen dat ik voortdurend herhaalde: “Dat kan niet. Dat kan écht niet.” Maar het kon dus wel.
En toen kwam de echo. Oftewel, de ultieme shock.
Want ik bleek al ongeveer zes maanden zwanger te zijn. Zes maanden! Ik krijg dus over een paar maanden een baby. Zelfs nu ik dit schrijf, voelt die zin nog compleet absurd.
Wij waren klaar met baby's
Begrijp me niet verkeerd. Mijn kinderen waren heel gewenst. Ik wilde indertijd ontzettend graag mama worden. En ik ben ook altijd graag mama geweest. Maar nog een baby, nu? Nee, dat stond absoluut niet meer op de planning. Wij waren al een hele tijd klaar met baby’s, echt klaar.
Ik bedoel: onze kinderen zijn zestien en veertien. Ze maken zelf eten als ze honger hebben. Ze gaan alleen naar school. Ze blijven alleen thuis. Ze slapen uit in het weekend. Wij kunnen 's avonds eens weg zonder babysit te regelen. We zitten in een andere levensfase. Eentje waar ik volop van geniet. Ik hou ervan dat mijn kinderen groter worden. Dat we met hen op reis kunnen en echt dingen kunnen doen. Dat mijn man en ik stilaan weer wat meer vrijheid krijgen. Dat ik niet meer voortdurend voor iemand moet zorgen.
En nu beginnen we opnieuw. Luiers. Nachtvoedingen. Kinderopvang. Een baby die overal mee naartoe gaat. Een vakantie die weer rond slaapjes gepland wordt. Ik weet zelfs niet meer hoe vaak een pasgeboren baby moet drinken. De babydingen zijn al jaren weg. Een buggy, park of kinderstoel zijn spullen uit een vorig leven. Ik heb zelfs geen idee meer wat je allemaal nodig hebt.
Ik ben ook gewoon zoveel jaar ouder. Toen mijn dochter geboren werd, was ik in de twintig. Nu ben ik begin de veertig. Als ik tegenwoordig één nacht slecht slaap, ben ik twee dagen niet te genieten. Hoe moet ik dat straks doen?
En mijn tieners dan?
En dan moest ik het nog aan de kinderen vertellen. Probeer je dat moment eens voor te stellen. Mijn dochter dacht eerst dat we een grapje maakten. Mijn zoon stond me gewoon vol ongeloof aan te staren en mompelde alleen maar hoe cringe dit wel is. En ik snap dat. Zij hebben hier ook niet om gevraagd.
Eerlijk is eerlijk, uiteindelijk reageren ze eigenlijk beter dan ik had verwacht. Ze maken grapjes, zijn nieuwsgierig naar de zwangerschap en stellen volop vragen over hoe het allemaal zal zijn over een paar maanden. Maar er zijn ook momenten waarop ik merk dat ze het lastig vinden. Want hun leven verandert ook. En ze vragen zich af wat er allemaal op hen afkomt.
We hebben geen kamer op overschot, dus hoe gaan we dat doen als dit kindje er is? Hoeveel zal de baby huilen, en zullen zij daar veel last van hebben? Wat als ze vrienden meenemen? Zal alles binnenkort alleen nog rond de baby draaien?
Ik wil absoluut niet dat mijn dochter plots het gevoel heeft dat ze een halve mama moet zijn voor haar broertje of zusje omdat ze toevallig al zestien is. Ik wil niet dat het vanzelfsprekend wordt dat zij babysit. En wil ook niet dat mijn zoon het gevoel krijgt dat zijn voetbalwedstrijd minder belangrijk is omdat er plots ook een baby is met wie er rekening moet worden gehouden.
Ze hebben hun mama ook nog altijd nodig. Misschien op een andere manier dan vroeger, maar ze hebben mij nodig. En straks moet ik mezelf, mijn energie en mijn aandacht weer verdelen.
Soms denk ik: ik wil dit helemaal niet
Dat vind ik het moeilijkste om toe te geven. Er zijn momenten waarop de paniek door mijn lichaam giert en ik denk: ik wil dit niet. Ik wil niet opnieuw beginnen. Ik wil niet opnieuw jaren slecht slapen. Ik wil geen kinderopvang zoeken. Ik wil niet opnieuw met een buggy rondlopen. Ik wil mijn leven zoals het was.
Maar onmiddellijk daarna voel ik me een verschrikkelijk mens. Want er zit een kindje in mijn buik. Mijn kindje. En ik hou er nu al van. Dat klinkt misschien vreemd na alles wat ik hierboven heb geschreven, maar het is echt zo. Ik kijk ondertussen naar babykleertjes. Mijn man en ik praten over namen. Ik vraag me af hoe hij of zij eruit zal zien. Of het kindje op mijn dochter of mijn zoon zal lijken. Maar vijf minuten later raak ik weer compleet in paniek omdat we nog helemaal niets hebben en ik over een paar maanden moet bevallen.
Ik voel me ook schuldig tegenover deze baby omdat mijn eerste reactie niet blijdschap was. En tegenover mijn kinderen omdat hun leven ongevraagd zo drastisch zal veranderen. En tegenover mijn man als ik voor de zoveelste keer zeg dat ik niet weet of ik dit kan.
Ik heb niet eens kunnen kiezen
Het is veel om te verwerken. En wat het extra moeilijk maakt, is dat ik het gevoel heb dat ik nooit een keuze heb kunnen maken. Toen we ontdekten dat ik zwanger was, was ik al ongeveer zes maanden ver. Te laat om nog echt voor de vraag te staan: willen we dit wel?
Ik weet niet wat we beslist zouden hebben als ik na zes weken een positieve test in mijn handen had gehad. Misschien exact hetzelfde als wat er nu gebeurt. Misschien niet. Ik weet het niet. En ik zal het ook nooit weten. Dat vind ik moeilijk.
Want ik heb niet bewust gekozen om op mijn tweeënveertigste nog een kindje te krijgen. Mijn man en ik hebben niet op een avond aan tafel gezeten en gezegd: “Zullen we nog eens?” Dit is ons gewoon overkomen. En nu moeten we er iets van maken. Dat lukt de ene dag al beter dan de andere.
Soms kan ik denken: oké, we krijgen nog een kindje. Dit wordt compleet anders dan verwacht, maar misschien ook heel mooi. En soms denk ik alleen maar: wat in godsnaam is er met mijn leven gebeurd? Mijn gedachten zullen waarschijnlijk nog wel een hele tijd alle richtingen uitschieten …
