Er wordt bij ons thuis niet geroepen. We hebben geen grote ruzies. Er vliegen geen deuren dicht. Als je ons gezin van buitenaf bekijkt, lijkt alles behoorlijk normaal. Mijn man zou zelfs zeggen dat er niets aan de hand is. Wanneer ik voorzichtig probeer te benoemen dat het tussen ons niet goed zit, kijkt hij me soms oprecht verbaasd aan. “Maar wat bedoel je? Alles loopt toch?” De kinderen doen het goed, het huishouden draait, we functioneren als gezin. Voor hem is dat blijkbaar het bewijs dat het oké is. Maar ik voel dat het niet zo is.
Er is geen seks meer. Al lang niet meer. Er zijn ook geen knuffels, geen arm om mijn schouders als we ’s avonds samen in de zetel zitten. Geen kleine aanrakingen tussendoor. Soms raakt hij me dagenlang niet aan.
We praten ook nauwelijks nog echt met elkaar. Natuurlijk hebben we overleg: wie de kinderen haalt, wat er nog moet gebeuren, wie naar welke ouderavond gaat. Maar gesprekken over ons, of gewoon over hoe het met ons gaat, die zijn ergens onderweg verdwenen.
Wat ik misschien nog het moeilijkst vind: ik voel me vaak niet echt gezien of gehoord. Niet in grote drama’s, maar in kleine momenten. Wanneer ik iets vertel en het gesprek meteen weer naar iets praktisch verschuift. Wanneer iets wat voor mij belangrijk voelt, voor hem gewoon voorbijgaat.
En toch zegt hij dat er niets aan de hand is. Misschien ziet hij het echt niet. Misschien is het ook gewoon comfortabeler om te denken dat alles in orde is.
Maar ik kijk steeds vaker naar onze kinderen en vraag me iets anders af: wat zien zij eigenlijk als ze naar ons kijken? Ze zien geen ruzie. Maar ze zien ook geen tederheid. Geen ouders die elkaar spontaan aanraken. Geen blik die net iets langer blijft hangen. Geen gesprekken aan tafel die verder gaan dan de planning van de week. Ze zien twee mensen die samen een huishouden organiseren.
En ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik denk: dit is niet het voorbeeld dat ik hen wil meegeven. Ik wil niet dat mijn kinderen later denken dat liefde vooral betekent dat je samen blijft functioneren. Dat een relatie gewoon iets is wat je in stand houdt omdat het nu eenmaal zo gegroeid is.
Het moeilijke is dat weggaan ook geen eenvoudige oplossing lijkt. We hadden deze afstand niet toen we elkaar leerden kennen. Zelfs in de eerste jaren met kinderen voelde het nog anders tussen ons. Er was warmte. We waren nieuwsgierig naar elkaar.
Dus wat kwam eerst? De sleet in de relatie of de drukte van het leven met kinderen?
Intussen leven we verder zoals we dat al een tijd doen: naast elkaar, onder hetzelfde dak.
Alleen kijk ik steeds vaker naar mijn kinderen en denk ik: dit is niet wat ik hen wil leren over liefde.