De eerste week na de paasvakantie zit er nauwelijks op, en ik loop alweer de muren op. Mijn zoon zit in het tweede middelbaar. Het is een toffe gast, al zeg ik het zelf. Slim is hij ook, dat zie je zo. Hij begrijpt dingen snel, legt verbanden waar anderen nog zoeken, kan scherp uit de hoek komen. Maar als het op schoolwerk aankomt… dan blijft daar niets van over. Het interesseert hem gewoon niet.
Zijn rapport met Pasen was niet goed. Oké, het was geen totale ramp: hij had geen buizen. Maar het scheelde niet veel. Met de hakken over de sloot, zoals ze dat zeggen. En dat is misschien nog frustrerender dan een duidelijke onvoldoende. Want dan had hij tenminste écht het signaal gekregen dat er iets moest veranderen. Terwijl hij nu het idee heeft: het is min of meer voldoende. Niets aan het handje.
Ik had gehoopt – echt gehoopt – dat dat rapport een soort reality check zou zijn. Dat er iets zou klikken. Dat hij zelf zou voelen: oei, zo wil ik niet verder. Dat hij misschien uit zichzelf zijn boeken zou vastnemen. Dat ik even niet degene moest zijn die alles in gang trekt.
Maar we zijn met moeite een week verder en het is alsof er niets gebeurd is. Zijn boeken blijven dicht. En ik… ik hoor mezelf weer bezig.
“Heb je al geleerd?”
“Wanneer is die toets?”
“Zal ik je even helpen?”
“Komaan, doe nu gewoon een half uurtje…”
Ik haat het. Echt waar. Ik haat de rol van zaagmoeder. Ik wil niet degene zijn die constant moet controleren, trekken, duwen. Ik wil gewoon mama zijn. Iemand bij wie hij kan thuiskomen, niet iemand van wie hij zuchtend de deur achter zich dichttrekt.
En toch blijf ik het doen. Omdat ik bang ben om het los te laten. Bang dat het anders helemaal ontspoort. Dat hij kansen laat liggen die hij eigenlijk wél heeft.
Want dat is misschien nog het moeilijkste: zien dat hij het kan, maar dat hij er niets mee doet. Weten dat het erin zit, maar dat het er niet uitkomt.
Ik verwacht geen primus. Echt niet. Hij moet geen perfecte punten halen, geen modelleerling zijn. Maar een beetje inzet … een beetje verantwoordelijkheidsgevoel rond zijn schoolwerk … dat zou al zoveel verschil maken. Niet voor mij, maar voor hem.
En ja, ik weet het wel. Hij is een tiener. Zijn hoofd zit vol andere dingen. Vrienden, games, wie weet wat nog allemaal. School staat niet bovenaan zijn prioriteitenlijst. Dat hoort er misschien bij.
Maar waar ligt de grens tussen “typisch pubergedrag” en “dit begint een probleem te worden”? Wanneer blijf je ondersteunen, en wanneer moet je loslaten? Wanneer help je, en wanneer maak je het net erger door altijd maar achter hem aan te lopen? Ik weet het oprecht niet meer.
Soms denk ik: laat hem maar eens tegen de muur lopen. Misschien moet hij het zelf voelen. Maar dan zie ik hem zitten, nog half een kind, en dan breekt er iets in mij. Dan wil ik hem beschermen tegen die val. Of op zijn minst: hem ervoor behoeden.
En dus zeg ik weer: “Heb je al iets gedaan voor school?”
En hij rolt met zijn ogen.
En ik zucht.
En we beginnen opnieuw.
Eerlijk? Ik ben moe van het zagen. Moe van het hopen. En misschien nog het meest moe van het niet weten wat nog helpt ...