moeder met tiener in zetel

Wat niemand mij vertelde over tieners hebben: ik zou ze zo graag nog eens vastpakken

8/08/2026
Mamabaas
Door Mamabaas

Er was een tijd dat ik niet alleen naar het toilet kon. Er stond altijd wel een kind aan de deur. Of op mijn voeten. Of met twee armen rond mijn been terwijl ik probeerde te koken. Ik heb jarenlang geslapen met een voet in mijn ribben en een kind dat blijkbaar alleen comfortabel lag wanneer minstens 73 procent van haar lichaam boven op het mijne lag. En ik weet nog dat ik toen soms dacht: kan iedereen mij heel even níét aanraken?

Gewoon vijf minuten. Niemand op mijn schoot. Niemand die aan mijn haar friemelt. Niemand die plots beslist dat mijn buik een uitstekend hoofdkussen is.
Wel.
Beste vroegere ik: geniet ervan.
Want ik heb tegenwoordig huidhonger.

Blijkbaar stopt dat dus gewoon

Mijn dochters zijn tieners. En tieners hebben veel kwaliteiten, maar zich bij hun moeder nestelen alsof ze terug in de baarmoeder willen, hoort daar doorgaans niet meer bij.

Een kus voor het slapengaan? Soms.
Een knuffel? Dat hangt af van het moment en de stand van de planeten.
.Zelf spontaan op mijn schoot komen zitten? Ik denk dat ik daarvoor ondertussen een vergunning moet aanvragen.

En natuurlijk snap ik dat. Mijn dochters worden groot. Hun lichaam is van hen en zij bepalen wie eraan komt. Ik ga dus niet met open armen in de gang staan roepen: “KOM HIER, MAMA HEEFT HAAR DAGELIJKSE DOSIS OXYTOCINE NODIG.”

Hoewel. Soms denk ik het wel.

Ik mis iets waarvan ik niet wist dat ik het zou missen

Ik wil de peutertijd niet terug. Ik hoef echt niet opnieuw om 5.47 uur wakker te worden omdat iemand NU MELK wil. Ik mis de driftbuien niet. De buggy niet. En al helemaal niet dat iemand mij op het toilet komt vertellen dat ze zelf pip heeft gedaan op de houten vloer.

Ik mis gewoon hun lijfjes dichtbij. Dat kleine handje dat automatisch het jouwe zocht. Een hoofd tegen je schouder. Een kind dat zonder nadenken tegen je aankroop.

En het gekke is: ergens onderweg was er een laatste keer. De laatste keer dat ik hen optilde. De laatste keer dat ze op mijn schoot in slaap vielen. De laatste keer dat ze zomaar hun armen om me heen sloegen en bleven hangen. Ik wist alleen niet dat het de laatste keer was.

Dus grijp ik mijn kansen

Komt er eentje naast mij in de zetel zitten? Ik schuif subtiel wat dichterbij.
Legt iemand haar hoofd tegen mijn schouder? Niemand. Bewegen.
Krijg ik spontaan een knuffel? Dan moet ik mezelf ernstig toespreken om haar niet drie minuten langer vast te houden dan sociaal aanvaardbaar is.

Want ik wil ook niet die moeder worden.
“Kom eens bij mamaaaa.”
“Mama. Nee.”

Ook mijn waardigheid heeft grenzen.

Ik weet dat mijn kinderen niet minder graag bij mij zijn omdat ze niet meer voortdurend aan mij hangen. Ze vertellen me dingen. Ze sturen me filmpjes. Ze komen iets totaal onbenulligs zeggen en blijven vervolgens een halfuur hangen. Dat is óók nabijheid.

Maar heel soms zit ik naast zo'n bijna-volwassen dochter en denk ik aan dat kleine meisje dat ooit geen drie minuten zonder mijn lichaam kon. En dan zou ik haar heel even terug willen. Gewoon dat warme lijfje tegen het mijne.
Vijf minuutjes.
Daarna mag ze weer tiener zijn.
Beloofd.