10 hardnekkige fabels rond borstvoeding

Over borstvoeding is er al veel gezegd en geschreven, maar is het allemaal juist? Lactactiekundige Carolien werpt haar licht op een aantal misverstanden. 

1. Borstvoeding gebeurt volgens een schema

Ondertussen zijn er al veel ouders die weten dat borstvoeding NIET volgens een schema gebeurt. Maar af en toe hoor ik het toch nog. Borstvoeding is op vraag, dus dat wil zeggen dat je je baby aanlegt wanneer die erom vraagt. 

Je kan zien dat hij erom vraagt aan de hand van hongersignalen:

  • Lipjes bewegen
  • Smakkende geluidjes 
  • Hoofdje draait van links naar rechts
  • Handje gaat naar de mond
  • In het rond happen
  • Zuigen op alles wat in de buurt van zijn mondje komt
  • ...
  • Huilen (dit is een laat hongersignaal, idealiter zou je baby dan al aan de borst moeten liggen)

Wij eten en drinken ook meer dan 8 x per dag, al is het maar dat we eens een slokje water drinken.

Denk eraan dat borstvoeding niet enkel om de voedingsstoffen draait. Een baby mag ook aan de borst als hij getroost wil worden of genegenheid nodig heeft, dus leg je baby gerust nog maar eens aan.

2. Van borstvoeding geven gaan mijn borsten ‘hangen’

Borsten gaan NIET hangen door de borstvoeding. Borsten gaan hangen omwille van de zwangerschap (hormonen), het aantal zwangerschappen, erfelijkheid en leeftijd.

Borsten veranderen gedurende je hele leven. 

3. Als ik borstvoeding geef, kan mijn partner niets doen

Partners voelen zich dikwijls onnuttig als hun vrouw of vriendin borstvoeding geeft. Ze hebben het gevoel dat ze niets kunnen doen. Of ze voelen zich jaloers op de baby. Dit zijn normale gevoelens waar je zeker over mag praten.

De partner heeft een grote invloed op het slagen van de borstvoeding! Een steunende partner zorgt ervoor dat mama langer kan volhouden. Enkele tips voor de partners: 

  • Je kan jezelf een meester maken in het verschonen van de pamper. In het begin is dit dikwijls een drempel, maar na 3 volle stoelgangpampers weet je er wel weg mee. 
  • Je kan ’s nachts de baby aangeven aan mama zodat zij kan blijven liggen.
  • Je kan een draagdoek leren gebruiken zodat mama even kan gaan rusten.
  • Je kan je baby troosten, wiegen, ervoor zingen, spelen...
  • Je kan je baby een badje geven.
  • Je kan een deel van het huishouden overnemen zodat mama even kan bijslapen. 
  • Mama’s: wees niet te streng voor je partner, het zal misschien niet gebeuren zoals jij het wilt, maar hij doet zijn best!
  • Je kan mee luisteren als de vroedvrouw of lactatiekundige je vrouw begeleidt en informatie geeft. Dikwijls moet ze zoveel informatie verwerken dat ze niet alles kan onthouden.

4. Borstvoeding vraagt meer tijd dan kunstvoeding

Een goede start bij borstvoeding is belangrijk. Als je een goede voorbereiding gehad hebt en je wordt goed begeleid, kan dat je heel wat tijd besparen. Je weet dan wat normaal is en wat niet. Je weet dat het belangrijk is om een vroedvrouw in te schakelen. Je hebt tips gekregen om de voedingen vlotter te laten verlopen. 

De eerste weken kan je wel het gevoel hebben dat de voedingen veel tijd in beslag nemen. Maar het is vooral je baby die veel tijd in beslag neemt en niet zozeer de borstvoeding. Je bent bezig met troosten, verzorgen, spelen, zelfzorg… Een dag is al snel te kort. 

Als je de borstvoeding helemaal onder de knie hebt, vraagt het zelfs minder tijd dan kunstvoeding. Een flesje moet je klaarmaken, afwassen, steriliseren… Als je weggaat, moet je ervoor zorgen dat je alles bij je hebt.

In het begin kunnen baby’s wat verteringsproblemen hebben bij kunstvoeding. Het kan een zoektocht worden naar de juiste melk. Dan ben je vooral bezig met het troosten van je baby. 
Moedermelk beschermt tegen ziekten omwille van de antistoffen die worden doorgegeven en omwille van het feit dat de darmflora van kunstgevoede kinderen verschilt met die van borstgevoede kinderen. 

Een zieke baby neemt ook veel tijd in beslag.  Let wel op. Ook baby’s die borstvoeding krijgen kunnen ziek worden, maar minder snel dan baby’s die kunstvoeding krijgen. 

5. Om pijnlijke tepels te voorkomen, leg je je baby best niet te lang aan de borst

Pijnlijke tepels hebben niet te maken met de duur van het aanleggen. Als de baby op een juiste manier aanligt, kan je zonder problemen lang voeding geven.

Bij pijnlijke tepels is het nodig om de aanhaptechniek van je baby te laten bekijken en aan te passen indien nodig.

Het is geen luxe om de vroedvrouw van in het begin te laten meekijken, zowel in het ziekenhuis als thuis. Zowel voor mama als baby is borstvoeding een leerproces waarbij oefening belangrijk is, maar ook begeleiding.

Er zijn nog andere oorzaken van pijnlijke tepels. Borstvoeding zou niet pijnlijk mogen zijn, behalve een lichte gevoeligheid de eerste dagen. Bij pijn, contacteer je altijd een vroedvrouw of lactatiekundige. 

6. Als ik borstvoeding geef, weet ik niet of mijn baby genoeg gedronken heeft

Bij borstvoeding weet je inderdaad niet hoeveel je baby exact drinkt  per voeding, maar dit is ook niet nodig.

In het ziekenhuis wordt je baby elke dag gewogen en opgevolgd. In de thuissituatie is de vroedvrouw belangrijk. Zij zal je leren hoe je kan zien of je baby genoeg gedronken heeft.

Enkele tips:

  • Observeer het aantal plaspamers. Na dag 6 zou je baby minimum 6x per 24u geplast moeten hebben;
  • Observeer de stoelgang. In het begin is de stoelgang zwart en kleverig (meconium). Al snel verandert dit naar bruin-groen, om uiteindelijk te eindigen in mosterdgeel. Na dag 4 zou je baby 3 tot 6 stoelgangpampers per 24 u moeten hebben. Als je baby voldoende drinkt, is hij verzadigd tussen de voedingen door. De voeding duurt niet elke keer een uur.

Laat de vroedvrouw thuis langskomen. Zij kan je nog andere tips geven en heeft steeds een weegschaal bij.

7. Veel vrouwen hebben te weinig melk

Minder dan 5% van de vrouwen zou niet genoeg melk kunnen produceren. Dat is zeer weinig. 
Te weinig melk heeft meestal een oorzaak (foute informatie of een slecht borstvoedingsbeleid) en kan ook verholpen worden. 
Laat je goed informeren en schakel een lactatiekundige in. 

8. Om veel melk te hebben, moet je veel water drinken

Je baby haalt uit je lichaam wat het nodig heeft. Je melkproductie zal niet stijgen door meer te drinken.

Het is wel belangrijk voor jouw lichaam dat het voldoende vocht binnen heeft.

Maar als je borstvoeding geeft, zal je meer dorst hebben, waardoor je vanzelf meer gaat drinken.

Tip: zet een fles(je) water naast jou als je borstvoeding geeft. 

9. Hoe kleiner je borsten, hoe minder melk

Borsten bestaan onder andere uit vet -en bindweefsel en klierweefsel.

Het vet -en bindweefsel bepaalt de grootte van de borsten.

Het klierweefsel bepaalt de hoeveelheid melk.

Bijna alle mama’s hebben voldoende klierweefsel, ook vrouwen met kleinere borsten! Ook zij kunnen een grote melkproductie hebben.

Wat melkproductie betreft, is er geen verschil met vrouwen die grotere borsten hebben. 

10. De hoeveelheid melk die je kan afkolven, is een goede indicatie om te weten hoeveel melk je hebt

Je baby krijgt altijd meer uit de borst dan je kolf. Op je baby ben je verliefd, waardoor er oxytocine vrijkomt. Dat hormoon zorgt voor het toeschieten van de melk. Ik ben nog geen enkele mama tegengekomen die verliefd is op haar kolf ;-).

Je produceert dus minder oxytocine tijdens het kolven waardoor de toeschietreflex minder sterk kan zijn.