13 goedbedoelde adviezen voor mama's en papa's (ook uitgetest op kinderen)

  • door Mama

Zoals elke moeder ben ik helemaal niet op alles voorbereid. Het leven met kinderen is vaak één grote verrassing. Daarom maakte ik een lijstje van uitdagingen waar ik al voor kwam te staan en schreef ik erbij wat me lukte en wat niet. Niet dat dit enige garantie biedt. Ik kan niet voorspellen dat wat ik deed/meemaakte met mijn kinderen ook bij jou en jouw kinderen zal werken, of net niet. Maar bon, ik vond elk moment hieronder op zijn minst memorabel.

1. Gebruik humor

In de schoenenwinkel waren mijn kleine mannekes van 3 en 4 jaar helemaal in extase door de spidermansandalen. Ik geef toe dat ik mij al eens door hen heb laten overhalen om Cars-schoenen te kopen, maar die hadden een neutrale kleur en de gigantische auto op hun hiel kwam slechts minimaal naast hun broekspijpjes piepen. Deze flashy, roodblauwe Spiderman-sandalen zag ik gewoon niet combineerbaar met eender welk kledingstuk in hun kleerkast. Lichte stressverhoging en geratel in mijn hoofd. Had ik nu net gezegd dat we sandalen gingen kiezen? Misschien moest ik de volgende keer maar het woord kopen gebruiken. Opeens floepte ik eruit: ‘Maar jongens toch, dit zijn sandalen om je als spiderman te verkleden, die kunnen we toch niet elke dag aandoen, hé?!’ Tot mijn verbazing begonnen mijn zoontjes alle twee te giechelen en gingen ze op zoek naar neutralere sandaaltjes. Mijn hart maakte een vreugdesprongetje!

In het ziekenhuis is het soms wel erg eng voor kleine mannekes. Die van ons hebben wel al wat buisjes, amandelen, polliepen en operatietoestanden achter de rug. Samen met mijn klein zoontje deed ik de verplichte schort om. Hij vond het maar wat vreemd, dus vertelde ik hem dat we ons als spook aan het verkleden waren. Verkleden is zijn ding dus hij was helemaal in zijn nopjes. Samen bewooohooowden we de verpleging. ;-)

2. Geef ze af en toe hun zin

Wanneer we op een dag naar de kermis gingen, wou onze jongste zoon per sé zijn bal meenemen. Nu ik ben eerder van het type ‘wat je thuis laat, kan je niet kwijt spelen’, maar deze keer maakten mijn hersenen een andere kronkel. Het kleine manneke speelt zo graag met de bal. Wie weet zou hij gewoon wat voetballen op het grasveld naast de kermis? Belachelijk idee natuurlijk, ik moest de bal de hele tijd meesleuren.

3. Wees duidelijk

Wat wel altijd werkt op de kermis, is op voorhand duidelijk aangeven dat de kinderen elke attractie maar één keer mogen doen. Dat is duidelijk. Wanneer het stopt, is het ook gewoon gedaan. (Meestal) geen gehuil voor een tweede of derde keer, ha!

4. Houd ze in het oog

Je kind een seconde uit het oog verliezen op een openbare plaats, is een heel slecht idee. Als je even gedag zegt tegen iemand die je tegenkomt op de kermis bijvoorbeeld, dan springt een driejarig manneke soms gewoon op een − gelukkig stilstaande – draaimolen, waar je hem dan (terwijl de molen draait natuurlijk) moet afhalen. Dan volgt er wel gehuil met een klein traantje van stress, maar ook ontspanning bij de mama…

5. Geef ze een minimum aan normen en waarden mee

Mijn kleuter van drie loopt het liefst naakt rond. Ik probeerde echt alles: hem zelf ondergoed laten kiezen, broekjes van zijn favoriete held kopen, enz. Zonder succes. Dus nu laat ik hem maar zijn eigen zinnetje doen. Hij weet wel dat hij buiten kledij moet aandoen, daar ligt de grens. :-)

6. Hou ze vast als ze onzeker zijn, tenzij…

… het kinderen zijn die uit narcose komen. Die kunnen soms heel erg van streek zijn. Dat merkte ik wanneer ik − hoogzwanger − mijn zoontje van een jaar probeerde in toom te houden. Dit is geen goed idee. Ik kreeg een paar rake stampen in mijn buik. Beter niet doen…

Mijn  kleinste manneke sliep nog op de recovery. Voor hij wakker werd, ging ik op zijn bed liggen en legde hem zachtjes in kangoeroehouding op mij. Hij werd rustig wakker, keek me aan en zei ‘Wij zijn wakker hé, mama.’ Het lieve ventje had me aangekeken tot hij in slaap viel en werd in mijn armen wakker. Hij dacht echt dat ik bij hem was gebleven. Dat is een herinnering die in mijn geheugen staat gegrift!

Kleine kanttekening, die gele blouse heeft het bloed dat uit zijn mondje kwam na de operatie wel niet overleefd. Trek voor deze test dus je verfoutfit aan of zo. ;-)

7. Geef ze snoep of verdoof ze indien nodig

Om een verre reis te maken, moest iedereen een vaccin krijgen. Ik gebruikte Emla zalf om de plaats waar het vaccin moest komen te verdoven. Dat zou geweldig hebben gewerkt als ik de zalf zou aangebracht hebben op de plek waar het spuitje effectief moest gezet worden, en geen drie centimeter eronder… Maar de snoepjes die ik mee had voor na het vaccin deden gelukkig wel hun werk. ;-)

8. Ga voor de korte pijn

Twee keer had ik al een voorschrift voor een aerosol gekregen. Tot een arts me zei dat puffers even goed werken. Tien minuten afzien of twee pufjes? Die aerosol komt hier nooit meer in huis!

9. Betrek je kinderen bij jouw to do’s

Speelgoedbakken opruimen en poetsen in het bijzijn van de kindjes is een topplan. Ze ontdekken al hun speelgoed opnieuw!

Of soms ook…

Speelgoedbakken opruimen en poetsen in het bijzijn van de kindjes is echt not done. Ze ontdekken al hun speelgoed opnieuw, en laten dat dan overal slingeren waardoor het opruimen twee keer zoveel tijd in beslag neemt!

10. Doe een keer zottekes

Het is super om de kindjes elkaars en mijn gezicht te laten verven. Zalig, die geconcentreerde gezichtjes zo dichtbij. En dan loop ik zo rond voor de rest van de dag. Natuurlijk doe ik dan ook zo de deur open voor de buren. Zo gaat dat dan bij mij.

11. Toon interesse

Op schooldagen start het in de auto samen met de kindjes met de vraag hoe hun dag is geweest. Ook het kleinste manneke van 2 jaar oud moet eraan geloven. Intussen antwoordt hij al enthousiast op mijn vraag: ‘moeke geweest.’ Dit wil niet zeggen dat hij effectief bij mijn moeder geweest is, maar dat is niet de essentie. Het manneke is gewoon heel erg trots dat hij die woordjes mag zeggen. Daarbij haalt hij zorgvuldig zijn tutje uit zijn mond en beginnen zijn oogjes te blinken. Extreem schattig, ik zeg het u.

12. Soigneer de babysit

Wanneer de babysit komt is er altijd popcorn, zo kijkt iedereen uit naar haar komst!

13. En als laatste een hoogstpersoonlijke: ga niet zwemmen!

En dan is er tot slot iets wat ik NOOIT meer ga doen met de kinderen: zwemmen. Dat is echt levensgevaarlijk in mijn geval. De eerste keer dat ik alleen met mijn drie mini-mensjes naar het zwembad ging, kon de kleinste net lopen. Hij deed dan ook niets anders dan weglopen richting het diepe zwembad. Terwijl ik achter hem aan holde, moest ik tussendoor ook ons middelste jongetje in het oog houden. Zeer stresserend. Ik dacht de hele tijd: ‘Wat moet ik in godsnaam doen als er iets gebeurd?’

Een jaar later probeerde ik het pas opnieuw. Hier volgt een relaas van mijn eerste minuut in het zwembad.

Ik stap naar het ploeterbadje; er is gelukkig een hekje dat ik dicht kan doen. ‘Super!’ denk ik bij mezelf, ‘minder kans op weglopende kinderen.’ De kindjes gaan spelen en ik zie dat de zwembroek van mijn middelste kindje scheef zit. Ik trek het als een fiere mama − hij had zichzelf immers omgekleed − wat recht. Ik richt me terug op en zoek naar mijn kleinste boefje. Hij is nergens in het zwembad te zien! Of zie ik daar net een krullenbol met een andere mama mee door het hekje glippen? Juist! Hij is ontsnapt!!! Hij loopt, schuift uit en valt op zijn rug en hoofdje! Ik loop naar hem toe, troost hem en hij gaat gelukkig meteen terug spelen. Ik krijg geen tijd meer om naar mijn middelste zoontje op zoek te gaan. Ik merk plots dat een hoop jonge papa’s in groep staat, ze draaien zich naar me om. Eén van de papa’s komt op me afgestapt, met mijn middelste zoontje in zijn armen. ‘Hij is op zijn hoofd gevallen.’

Daar stond ik, mij opeens zeer bewust van de weinige kledij die ik aanhad. Ik had de boel totaal niet onder controle. Geen mama’s die me begripvol toelachten, enkel papa’s die hun kleine waterratjes de baas konden en me wat vreemd aankeken. Maar, ik heb me herpakt. Ik ben op mijn gemakje gaan zitten en de kinderen bleven de rest van de tijd op hun benen staan. Toen ik naar huis ging, wist ik: ‘Dit doe ik nooit meer.’