Als je zoon naar zijn eerste kamp vertrekt

Ze noemen het ‘loslaten'... Het kampboekje belandt in mijn handen. ‘Graag de volgende zaken in de bagage steken: reservekledij, pyjama, toiletzak, lievelingsknuffel (om het slapen wat te vergemakkelijken).' Oké, mama: go for it, dit wordt een gemakkelijk klusje!

De wind in mijn ogen...

Staat ook vermeld in het kampboekje: ‘graag alle kledij naamtekenen!’ Aha, dat is inderdaad geen slecht idee; anders komt mijn sloddervosje met een lege valies terug thuis (als er al een valies terug mee is) :).

Welke lievelingsknuffel moet er mee? Dat vraag ik toch wel het best eventjes aan hemzelf, want wat als ik voor de verkeerde kies?

En dan volgt ineens een vraag… ‘Ga jij dan niet mee mama? Maar ik wil dat je meegaat!’

O jee, daar prikken de eerste tranen al achter mijn ogen... Doorgaan, gewoon doorgaan! ‘Het is niet lang’, herhaal ik tegen mijzelf.

Daar gaan we dan. De valies is mee, de bus staat al te wachten. O nee, hoe ga ik mijn eigen waterlanders bedwingen zonder dat hij het ziet? ‘Nee hoor, dat zijn geen tranen, mama heeft gewoon wat last van de wind in haar ogen...’ 

Let it go!

Maar laten we positief blijven: hij zal de tijd van zijn leven beleven op kamp en mama ook. En toch wou ik dat deze dagen al voorbij waren.

De eerste dag staat al boordevol ingepland, inclusief de avond. Ik ga met een vriendin een hapje eten in Brugge (lang geleden dat ik zomaar weg kon zonder een babysit te moeten bellen) om toch maar niet te moeten denken aan mijn kleintje alleen zonder mama zo ver weg (met moeite 14 km van me verwijderd, maar toch, het ís ver).

En ergens vanbinnen ben ik ook wel blij: tijd voor me-time! Hopelijk kan ik er toch van genieten zonder te piekeren wat mijn genen aan het doen zijn daar bij zijn vriendjes. Belachelijk gevoel? Of is het gewoon mama zijn?

Loslaten

En dan spreek ik nog niet eens van het feit dat ik al murw word als ik op zijn briefjes voor het eetregime van volgend jaar ‘eerste leerjaar’ moet schrijven. Of als hij zegt: ‘Nee hoor mama, dat hoeft niet meer, een afscheidzoen.’ Of als ik vlug zijn kampboekje wegmoffel, omdat het programma een verrassing moet blijven en hij het al probeert te lezen.

Kleine kindjes worden groot, I know, maar ik wil dat hij klein blijft en vooral voor altijd bij mij blijft (al weet ik ook wel dat dit niet kan). Het gaat allemaal veel te vlug!

Let it go, let it go, dat is loslaten, beetje bij beetje, pep ik mezelf op.

En ik keer terug naar huis alsof ik een stukje van mezelf kwijt ben en laat de traantjes rijkelijk vloeien...