Dat ik soms de ouder wil zijn die thuiskomt

  • door Mamabaas

Ken je dat? Dat je soms stiekem eens de ouder zou willen zijn die thuiskomt van het werk, als alles al gedaan is? Niet dat ik dit kwalijk bedoel, echt waar, ik heb oprecht respect voor alles wat mijn wederhelft doet en betekent in dit huishouden. Ik zou écht niet zonder hem kunnen. Maar als je kinderen, dodelijk vermoeid, al de hele avond moord en brand hebben geschreeuwd, de storm is gaan liggen, en hij nét dan binnenkomt… 

Bloed en tranen

Het is het einde van de week. Ze zijn moe, dat zie ik al van twintig kilometer ver. De oudste trekt een gezicht. Ze is gevallen op haar knie, zo blijkt achteraf. En dat is een ramp. Wat zeg ik? Het is het einde van de wereld. Ik kijk en zie drie schrammen. Maar goed, ik zie dat ze echt wel pijn heeft, pas de toon van mijn stem aan en luister met oprecht medelijden naar haar losbarstende klaagzang.

Thuis escaleert het eigenlijk alleen nog maar meer. Het bloed gutst er, in haar ogen, uit (het waren drie schrammen, maar goed). De tweede ligt intussen ook plat op haar buik te protesteren voor het een of het ander, maar dat euveltje waait gelukkig snel over.

Frietjes, een feest?

Ik beslis om frietjes te gaan halen. Dat doen we haast nooit, en als we het dan eens doen, dan is het toch altijd een beetje feest. En natuurlijk is dat feest in je eigen hoofd altijd een beetje groter dan in dat van kindjes die vermoeid zijn. Het hele frietgebeuren doet hun schouders ophalen, want ze zijn volop aan het spelen.

Na een tijdje komen ze toch afdruipen. De oudste klaagt een beetje (nu ja, dat is erg zachtjes uitgedrukt) dat haar been niet naar beneden kan hangen onder tafel, omdat haar wonde dan te veel pijn doet. Dus leg ik haar been op een stoel naast haar. De jongste doet een echootje. ‘Ik wil een stoellll voor mijn beeee-eeen!’ Ik negeer het een tijdje, maar mijn hoofd begint een beetje pijn te doen, dus leg ik, net als bij grote zus, haar kleine beentjes op een stoel naast haar.

Het badmoment

Na het eten volgt nog het moment suprême. Het badmoment. Elke ouder weet dat een badmoment best pittig gezellig kan worden, in alle betekenissen van het woord, maar nu de oudste is gevallen en een gapende wonde heeft aan de knie wordt het een kleine, euh, uitdaging. Ik overweeg nog even om het bad zo te laten (echt, ik kan dat heel goed loslaten), maar ze zien er gewoon alle twee te besmeurd en te zwart uit. Ik probeer aan een hysterische dochter (die met haar wonde) uit te leggen dat ik een speciaal plakkertje op haar wonde zal doen, zodat het niet zal nat worden en het niet gaat prikken. Toch doet het idee alleen al van die plakker die er ooit weer af moet haar bijna hyperventileren (weet je wel wat voor een pijn dat doet, dat aftrekken?!).

Soit, om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk raken ze in bad. En worden de haartjes gewassen. Ook dat gaat, natuurlijk, gepaard met meer drama dan gewoonlijk, want de schatjes zijn moe. En bovendien heeft er eentje pijn. Zware pijn. De badkamer begint net niet te daveren door de decibels, maar ik blijf er verbazingwekkend kalm bij (soms gaat dat beter dan andere keren, je weet wel). Nageltjes worden zelfs nog geknipt, oortjes gepoetst en de traantjes, die raken stilaan gedroogd.

De ouder die thuiskomt

En dan hoor ik ineens een motor van een auto. Het is papa die thuiskomt, na heel lang in de file te hebben gestaan. En toch, flitst het door mijn hoofd, lijkt file een pak aantrekkelijker dan de storm die ik juist heb doorstaan. Niet dat het erg is, ik ga er niet van dood of zo, en het hoort nu eenmaal ook bij het ouderschap. I get it.

Maar soms, heel soms, wou ik de ouder zijn die thuiskwam na een lange autorit. Want dan komen ze fris gewassen in je armen springen. En, als op wonderlijke wijze, doet die knie niet zo veel pijn meer. Ook een wonder: ze gaan dan vanzelf naast je zitten om lekker gezellig nog een frietje mee te smikkelen. Njam, njam.

Als ze dan toch weer een beetje beginnen te zeuren, en ook bij hem lichtjes beginnen te wenen, dan maakt mijn hart, heel stiekem, toch een sprongetje. ‘Hah! Dat hij het ook eens voelt!’ En verschijnt er zelfs een geniepig lachje rond mijn mondhoeken…

Kortom, het is écht waar niet slecht bedoeld. Maar soms is het gewoon een beetje ondankbaar. En ineens begrijp ik mijn eigen moeder een beetje beter. ‘Als je pa thuiskwam, was het net alsof hij Sinterklaas was.’ Nu ja…

Gelukkig doen onze mannen zo veel meer dan die van een paar generaties terug. Dit hele epistel is, voor het geval er zich nu toch ergens een paar vaders beledigd voelen, echt niet feministisch bedoeld. Vandaag kan de vrouw net zo goed de partner zijn die thuiskomt van de file. En natuurlijk bekijkt iedereen de omstandigheden vanuit zijn perspectief; in de file staan is ook niet plezant. Echt niet. Maar vanavond lagen de kaarten bij ons nu eenmaal zo. Niets meer, niets minder.