De fases waardoor ik na mijn scheiding ging: na de zomer werd het winter, maar alles kwam goed

  • door Gastmama

‘We blijven vrienden, beloofd…’, zei hij.  Ik keek hem aan, keek daarna naar ons 1-jarig zoontje en dacht: ‘Ok, we kunnen dit, we blijven vrienden…’ We lachten zelfs. ‘Net zoals in Friends, die kunnen dat toch ook?’ Ik glimlachte terug… ‘Inderdaad zoals in Friends. Komt goed. Toch?’ Jong en naïef? Ja misschien wel, maar zo konden we omgaan met één van de moeilijkste en hardste beslissingen van ons leven: we zouden scheiden…

Zomer: voor het werkelijkheid werd

Bijna 8 jaar geleden was dat ons gesprek in de keuken, we stonden recht naast de gootsteen. Ik herinner het mij nog zo goed. Het leek een soort moed inspreken voor het allemaal werkelijkheid werd, een soort afscheid ook. Ons huis was net verkocht, we waren al bij de notaris geweest, de naaste familie was op de hoogte… De praktische zaken waren geregeld, dat ging vlot. We hebben geen woorden gehad, alles werd mooi op papier gezet en waren beiden op zoek naar een ander huis.

We kozen voor co-ouderschap; er werd zelfs niet over andere opties gepraat. Co-ouderschap, dat was voor beiden een uitgemaakte zaak.  1 week mama en 1 week papa. Ideaal toch? 1 week zonder mijn kleintje dacht ik, 1 week gaat snel voorbij… Ah, jong en naïef zeker?

Na de zomer: realiteit

Toen werd alles werkelijkheid. Na de zomer. Na de eerste verjaardag van ons zoontje.

Het werd herfst. Alles werd wat donkerder en kouder. Daar zat ik dan in mijn pasgeverfd appartementje. Omringd door oude mensen.  Vol moed, echt. Nieuwe start, zo zag ik het. Ik werkte deeltijds. De week dat mijn zoontje er was werkte ik weinig en de andere week werkte ik dubbel. We hadden tijd voor elkaar, gingen wandelen in het bos, we gaven de eendjes eten op zondag en knuffelden elkaar de hele dag door. Hij was zo’n lief ventje. Veel ziek, dat wel, en heel gevoelig ook. We waren al vaak in het ziekenhuis geweest, hadden al veel dokters gezien, maar op dat moment was het nog niet allemaal duidelijk wat er juist mis was. Nu moest ik het alleen doen, opstaan ’s nachts, de medicatie, het moeilijke eten, de zorgen… Maar het lukte.

En hij? Ja, hij was er nog voor mij, zoals beloofd… We hielden elkaar op de hoogte als ons zoontje weer eens ziek was, we gingen samen naar de dokter, als we ons even geen raad wisten en twijfelden over iets dan belden we, soms kwam hij nog eens langs op vrijdag na het werk om samen aten we frietjes. Het ging prima, echt.

Daar was het ineens: het zwarte gat

Maar plots gebeurde het, de hamer, de muur, het gat was daar. Ik reed van mijn werk naar huis en kwam langs het huis van mijn ex-schoonouders. Ik zag de auto staan. ‘Onze’ auto. Leuk, ze zijn op bezoek bij oma, dacht ik. Tot ik plots moest stoppen aan de rode lichten en de tranen kwamen… Onbedaarlijk heb ik daar zitten huilen. De tranen bleven komen, net alsof ik eindelijk door had wat er allemaal was gebeurd.  Ik had me net bedacht dat ik vanaf nu maar recht meer had op de helft van het leven van mijn zoontje, dat ik in de papaweek altijd een buitenstaander zal blijven.

Ik zou zoveel missen: eerste woordjes, verjaardagen, Kerst, een eerste schooldag… Het was vanaf nu Of mama Of papa. Niet meer samen, niet meer wij. Hij zou mij bellen en alles vertellen, dat wel, maar ik zou er niet meer bij zijn. Niet altijd meer. Er niet meer zijn hoe mijn zoontje zijn cadeautjes opendoet, hoe hij zijn kaarsjes uitblaast, hoe hij achterom kijkt als hij het schoolplein oploopt, hem niet meer kunnen troosten als hij zich verdrietig voelde… en hij was nog zo klein. Ik zou vanaf nu parttime mama zijn. Terwijl ik daar zat, brak mijn hart en in een fractie van een seconde stortte mijn wereld in.

Het werd winter, mijn wereld werd heel klein

Het werd winter en ik realiseerde me dat een week wel lang kon duren. Ik werkte veel om niet te moeten nadenken. Ik was blij dat ik ook in het weekend werkte, want alleen zitten thuis zag ik niet zitten. Uitgaan deed ik weinig. Veel vrienden had ik niet meer en ondanks de verwoede pogingen om contact te houden met vroegere vrienden verwaterde het contact heel snel. Ook al moesten vrienden niet kiezen tussen ons - we konden tenslotte nog door dezelfde deur - toch deden ze dat…

Ik trok op met mijn collega’s, ging heel vaak naar mijn ouders en had nog een tweetal vriendinnen op wie ik kon rekenen. Mijn wereld was plots erg klein geworden. Maar hij, hij was er nog. We belden (hoe is het met ons monstertje?), gingen samen naar de dokter (nog altijd) en we praatten (volhouden B., je kan het). Hij was ondertussen niet meer alleen. Neen, hij was verliefd. En ik? Ik was blij, blij voor hem. Hij verdiende het om gelukkig te zijn, gelukkig te zijn met iemand anders.

8 jaar verder: die ellendige winter ging voorbij, alles werd weer beter

Ondertussen zijn we bijna 8 jaar verder. Na die ellendige winter werd alles beter. De eendjes waren er weer, we konden weer naar het speelplein, en we bleven knuffelen. De weken zonder mijn zoontje bleven lang, maar ik wist dat hij in goede handen was. Dat hij omringd was door mensen die hem graag zagen, mensen die hem ook een week moesten missen als hij bij mij was… Hoewel ik zijn eerste woordje niet hoorde, hoorde ik het verhaal in geuren en kleuren.

De pijn werd zachter en mijn glimlach kwam terug. Ik werd weer verliefd, er kwamen vrienden bij en mijn wereld ging terug een beetje open. Ik verhuisde naar een huis met grote tuin, mijn werk werd weer gewoon werk en geen toevluchtsoord meer, ik kon weer genieten van een avondje uit en werd weer mama. Twee keer. En hij? Hij blijft bellen om over ons ventje te praten, we gaan nog altijd samen naar de dokter (en ondertussen ook naar het oudercontact) , samen zoeken we uit hoe we moeilijk gedrag het best aanpakken en geven elkaar tips, het communiefeest hebben we zelfs samen georganiseerd en ik mag elke 1 september met onze (ondertussen al grote) jongen naar school…

We bleven vrienden, dat had hij beloofd. Niet zoals in Friends weliswaar, maar dat geeft niet, want mijn beste vriend zit hier nu dicht bij me in de zetel. MIJN vriend.