Flesvoeding: hoe kies je de juiste fles en speen?

  • door Mamabaas

Het is beslist, je wil flesvoeding geven. Omdat je geen borstvoeding wil geven, omdat de borstvoeding niet vlot loopt, of omdat je wil overschakelen van borstvoeding naar flesvoeding. Alleen .. waar begin je dan? Het aanbod van kunstmelk is groot, en hetzelfde geldt voor soorten flesjes en spenen. Hoe maak je de juiste keuze?

Keuze van de fles

De fles kan bestaan uit glas of uit plastic. In Europa mogen geen plastic flessen op de markt worden gebracht waar nog bisfenol A in zit. Die stof kan vrijkomen in de melk en storingen van het hormoonsysteem en de hersenen, diabetes en hartbeschadigingen veroorzaken. Zuigflessen met een wijde hals verdienen de voorkeur, omdat ze makkelijk te reinigen zijn. Als de zuigeling last heeft van de voeding , kan het zijn dat hij of zij te veel lucht hapt. Een mogelijke oplossing is gebruikmaken van antikoliekflesjes. Er bestaan flessen met een antikoliekventiel, een antikoliekbuisje of een antikoliekinzetstuk.

Keuze van de speen

Lengte van de speen

Een speen komt het liefst terecht ter hoogte van het zachte gehemelte, naar analogie van de aanhap aan de borst. Een te lange speen raakt de huig en kan een braakreflex induceren. Een te korte speen geeft de zuigeling niet de mogelijkheid voldoende zuigkracht te zetten. Als de zuigeling minder dan zes weken oud is, bestaat er bovendien een risico op tepel-speenverwarring wanneer de speen te kort is. Niet elke speen komt namelijk tot bij het zachte gehemelte. Als de baby na het zuigen aan de speen  weer aan de borst drinkt, is het mogelijk dat de zuigeling de tepel niet ver genoeg naar achteren in de mond neemt. De tepel blijft vervolgens ter hoogte van het harde gehemelte,  wat vaak een tepeltrauma veroorzaakt. Als de ouders op die leeftijd borst- en flesvoeding wensen te combineren, gaat de voorkeur uit naar speen die tot het zachte gehemelte reikt.

Vorm van de speen

Er bestaan meerdere speenvormen: driehoeksvorm, kersvorm  of cilindervorm. Er bestaan daarnaast ook spenen met een afgevlakte kant. Bij de speenvorm moeten een aantal aspecten in beschouwing genomen worden.

• De speen moet terechtkomen ter hoogte van het zachte gehemelte.
• De lippen moeten zich kunnen sluiten rond het brede deel om een vacuüm te creëren en voldoende zuigkracht te kunnen zetten.
• Het samendrukken van de mond moet ervoor zorgen dat de melk uit de speen gestuwd wordt.

Materiaal van de speen

Het materiaal waaruit de speen gemaakt is, bepaalt de stevigheid en flexibiliteit van de speen. Wanneer de speen te stevig is, volgt ze de mondbewegingen niet en hapt de baby lucht. Een te soepele of te dunne speen wordt platgezogen. De zuigeling krijgt dan geen melk binnen. De meeste spenen die verkocht worden, voldoen aan de vereisten. Momenteel zijn de spenen op de markt vervaardigd uit siliconenrubber (doorzichtig wit, kleurloos) of natuurrubber (bruin). Spenen van siliconenrubber zijn steviger en gaan langer mee. Nieuwe spenen zijn soms erg stevig. Je kunt ze een paar keer koken om ze zachter te maken. Nieuwere modellen zijn soms ook (deels) gezandstraald. Zo verbetert de flexibiliteit, maar wordt de duurzaamheid behouden. Spenen van natuurrubber zijn soepeler, maar minder duurzaam. Je moet ze dus sneller vervangen. Als een kind een risico heeft op allergie, geef je de voorkeur aan een speen van siliconenrubber. Bij flesweigering kan de kleur van natuurrubber soms helpen om de fles beter te aanvaarden.

Debiet van de speen

De meeste spenen hebben één vast debiet. Het debiet wordt bepaald door een of meerdere gaatjes in de speentop. Er bestaan ook meerstandenspenen. Die hebben een regelbaar debiet, bepaald door een streepje. Het cijfer één geeft het laagste debiet aan. In dit geval staat het streepje horizontaal en duwt de baby het als het ware dicht. Het cijfer drie geeft het hoogste debiet aan. In dit geval staat het streepje verticaal en duwt de baby het open in een cirkelvorm, zodat een groter debiet ontstaat. Het cijfer op de speen moet onder de neus van de zuigeling staan. Bij een speen zonder regelbare opening kun je het debiet een beetje aanpassen via de schroefdop van de fles. Hoe meer je de schroefdop aanspant, hoe harder het kind moet zuigen (door het creëren van een vacuüm).

Het is belangrijk een debiet te kiezen dat voldoende traag is. Als de melk vloeit zonder dat de zuigeling een goede zuigbeweging moet maken, reduceert dat de controle van de baby over de voeding. Dat kan resulteren in reflux, kolieken, maar ook in ‘lui’ drinken. Zuigelingen die een snel debiet gewoon zijn, kunnen zelden nog weer aan de borst drinken aangezien de zuigkracht die nodig is om melk uit de borst te krijgen veel groter is. De zuigeling raakt gefrustreerd als de melk niet snel genoeg komt en wordt daardoor onrustig. 

Anderzijds is het ook nodig een debiet te kiezen dat aangepast is aan de gebruikte kunstmelk. Bij zwaar ingedikte kunstmelk kan het nodig zijn een speen met een groter debiet te kiezen. Er bestaan hier zeer specifieke spenen voor. Ze hebben een erg grote opening en zijn slechts heel uitzonderlijk aan te raden. Erg vloeibare kunstmelk (bijvoorbeeld op basis van eiwithydrolysaten zonder zetmeel ter compensatie) vereist een speen met zeer laag debiet, ook al is de zuigeling al wat ouder.

flesvoeding

Meer lezen?

In het boek Flesvoeding: moedermelk of kunstmelk met behulp van een fles vind je een neutraal en helder overzicht van kunstmelk en flesvoeding, van samenstelling en wetgeving tot bereiding en toediening. Meer info vind je hier.