Half-vaderdag

  • door Gastpapa

“Dat is mijn half-papa”, zei hij toen ik uit de tent kroop. Hij is Jules, bijna 8, en we zijn op kampeerweekend met de ouders en kinderen van zijn school. De ‘echte’ ouder die de vraag stelde trok grote ogen en antwoordde: “Amai, dat is een upgrade!”. Ik stamel: “We zullen dat eens met mama bespreken dan, hé Jules ... en met papa ook, voorlopig is het gewoon Peter.”

Het was sowieso al een rare setting, op dat gezellig en zonnig kampeerweekend met de ouders van de school. Vooral als je zelf niet echt een ouder bent. Allez, ik bedoel, als daar geen telg over het veld zwerft met je eigen bloed, ogen, lichaamsverhoudingen of haarkleur.

“En van wie ben jij dan juist de papa?” … “Van niemand hier, ik ben het lief van de mama van Jules.” “Ah sorry, ik dacht …” “Tis niks!”

Meer dan het lief van zijn moeder

Eigenlijk ben ik meer dan het lief van zijn moeder. Ik weet dat ook wel. Ik ken hem bijna vijf jaar en we wonen al dik twee jaar in hetzelfde huis. Ik plooi zijn onderbroekjes op, weet hoeveel melk er in de cornflakes moet, wie zijn favoriete speler is op Fifa19 en naar welke meisjes uit de klas ik zeker niet mag vragen.

Vorige maand zijn we voor het eerst samen naar de kapper geweest en gisteren zat ik, als enige man, tussen twaalf mama’s bij de initiatie over zijn nieuwe basketbalploeg. Als ik thuis ben knuffel ik hem stipt om acht zijn bed in en ik weet dat ook mijn kusjes kunnen troosten. Volgens mij mis ik enkel nog een oudercontact om “echt” te zijn. En aja … dat zelfde bloed, dat mis ik ook.

Die schitterende ogen, het denken voor het spreken, een moedervlek op die ene specifieke plaats, die betweterige karaktertrek en de lichtjes grappige manier van lopen … Die heeft hij allemaal van z’n échte papa en mama.

Vreemd gemis

Pluspapa. Half-papa. Als de woorden “papa”, “zoon” of “kind” vallen, duik ik angstig weg. Uitvluchten heb ik ondertussen genoeg: “Nee nee, het is haar zoontje”, “Ja, dat heeft hij van zijn moeder” of de koude classic: “Dit is Jules, de zoon van mijn vriendin”. Brrr.

Ik voel ook haar teleurstelling telkens ik die papa-paraplu weer open. Maar ze weet het wel: het ligt gevoelig. Het is gewoonweg ook niet mijn kind, punt.

En telkens hij lachend de deur achter zich dicht trekt om met zijn echte papa leuke dingen te doen, voel ik het. Dat vreemde gemis van een eigen kind, iets wat er wellicht nooit komt. Ook al valt hij even enthousiast in mijn armen wanneer hij terug thuiskomt, het is toch anders. Of niet? Want als het daarover gaat vraagt ze: “Maar wat is dat verschil dan juist? En wat is Jules voor jou dan wel?”

Waarom zou ik nog twijfelen?

Wel, Jules zei me net zelf hoe het zit. "Half-papa." Als hij dat zo ziet, waarom zou ik dan nog twijfelen? Waarom zouden mijn zorgen, vragen en twijfels groter zijn dan die van hem? Wat ik wel vaker in zijn ogen zie maar soms ook niet wil zien, sprak hij net letterlijk uit. Half-papa dus. Voor hem ben ik niet “gewoon Peter”, net zoals hij voor mij niet “gewoon Jules” is.

Maar echt waar: papa willen of moeten zijn zonder zelf een kind te hebben gemaakt, dat is niet makkelijk. Shit nee. Niet enkel praktisch, maar ook emotioneel lukt het me niet om dat te vatten. De simpelste blik, geste of vraag tijdens het ontbijt kan mij helemaal vol tranen doen schieten. Deed die kleine krullenbol nu heel even alsof wij een “echt” gezin zijn? Nee?

Half-vaderdag

Daarom is het vandaag voor mij half-vaderdag. Voor alle half-vaders, half-papa’s, pluspapa’s of bijwonende zorgers zonder eigen kind, maar toch mét een kind. Als je iets mist of twijfelt, kijk in de ogen van die kleine en lees daar wie je bent. Ze liegen nooit.

 

Peter