Hop, hop, hop, we ruimen alles op

Opgeruimd staat netjes. En meer dan dat zelfs zorgt opruimen ervoor dat mensen een sterk gevoel van controle over hun omgeving ervaren. In het algemeen functioneren kinderen goed in een omgeving die op orde is. Minder prikkels zorgen voor rust en minder afleiding. Daarenboven is het handig als je de spullen die je nodig hebt snel terug vindt en geen uur gefrustreerd bezig bent je kasten te doorzoeken.

We weten uit onderzoek dat de manier waarop mensen hun (opgeruimd) huis beschrijven vaak gelinkt is met de manier waarop ze zich voelen. Mensen die hun huis beschreven met woorden als rommelachtig en chaotisch hebben vaak negatievere tot zelfs depressieve gedachten.

Het is een cliché, maar kamers opruimen is bij ons thuis hét punt van discussie. Ik heb een zoon van 10 en een dochter van 8 en ik krijg geen van beide aan het opruimen. In ons gezin heeft het dus niet met geslacht te maken. Boeken slingeren op de grond, kleren liggen op hoopjes en tijdschriften maken het boeltje helemaal compleet. We hebben al vaak een vergadering belegd waarbij ze plechtig beloven één keer per week hun stek op te ruimen, maar die belofte wordt de volgende week alweer verbroken. (mama Griet)

Opruimen is vaak een punt van discussie in gezinnen. Als ouder kan je jouw kind echter al vroeg stimuleren om mee te helpen en kleine taakjes zelf te doen. Zo kan je betrekken in een opruimstructuur. Op die manier leren ze zelfdiscipline en -sturing en nemen ze al van jongs af verantwoordelijkheid op.

Door tijd met elkaar door te brengen, leren gezinsleden elkaar bovendien beter kennen en dat zal hun onderlinge band versterken. Dit betekent niet dat het altijd nodig is om grote activiteiten of uitjes te organiseren, maar het kan ook gaan over samen een stukje van het huishouden opnemen. De manier waarop het gebeurt staat centraal. Weet dat gewoon er zijn vaak al het mooiste geschenk is dat je je kind kunt geven.

Laat je kind zelf verantwoordelijk zijn voor bepaalde taken (op voorwaarde dat ze aangepast zijn aan het niveau van je kind) en splits opdrachten op in deeltaken. Dat helpt je kind om het overzicht te behouden en de taak gefocust tot een goed einde te brengen. Zet indien nodig samen met je kind op een rijtje wat hiervoor nodig is en welke weg het hiervoor denkt te moeten volgen.

Tristan is 6 jaar. Sinds hij in de klas een volledig glas water op zijn schrift heeft gemorst, is hij één brok onzekerheid. Zijn vader is zich hiervan bewust en heeft met Tristan afgesproken dat hij thuis voortaan zelf voor de hond mag zorgen. Tristan staat nu in voor het eten en drinken geven, en houdt de kalender in de gaten om te zien wanneer de hond naar de dierenarts moet. Door hem deze verantwoordelijkheid te geven, is het zelfvertrouwen van Tristan erg verbeterd. Na een paar weken durft hij zijn taken op school weer op zich te nemen zoals vroeger.

Het is belangrijk om de juiste verwachtingen te hebben. Ouders die verwachten dat hun huis er altijd netjes bij ligt of dat hun kind na elk spelletje het ook mooi weer opruimt zien op tegen veel frustraties en teleurstellingen. Kinderen maken rommel en dat moet je aanvaarden. Dat is ook #goedgenoeg ouderschap.

Mijn dochter kent van school een leuk opruimliedje dat ze zingen terwijl ze opruimen. Ondertussen kennen we het zelf en zingen dit vaak samen als zij eens geen zin heeft om eraan te beginnen. Altijd wel grappig want we dansen er dan wat bij... (mama Deborah)

Het is ook belangrijk om de juiste instructie te geven. Als je een taak instrueert zorg dan dat die leeftijdsadequaat, specifiek en niet te omvangrijk is. Check ook steeds of je kind het begrepen heeft. In een gezin helpen kinderen mee en wordt de druk verlicht door kinderen ook aan te spreken op hun deelverantwoordelijkheid.

Ik geef mijn kindjes en mijn leerlingen (ik geef les in het secundair) een deadline wat betreft taken. Dus niet "nu" maar bijvoorbeeld voor je gaat slapen is de living opgeruimd. Dan geef je ze wat vrijheid maar stelt ook duidelijk grenzen. (Julie)

Een hulpmiddel kan de methode van “vragen-zeggen-doen” zijn. Vraag wat er moet gebeuren (“Ik help je opruimen. Waarmee beginnen we?”), herhaal of zeg een juist antwoord (“Eerst nemen we de doos. Laat eens zien of je ze vindt.”) en doe het samen. Prijs daarna je kind op de geleverde inspanning.

Een duidelijke structuur kan ook helpen tot het aanzetten van opruimen. Zo kan het een afspraak zijn dat er voor het avondeten of voor het slapen altijd even samen opgeruimd wordt. Het gaat er dus over om je opruimafspraken te embedden in een opruimroutine of -gewoonte.

Zeg, het is hier geen hotel hoor!' Ik hoor het mezelf meermaals zeggen. Rondslingerende sokken, een slaapkamer die eruitziet als oorlogsgebied, die laatste croissant die plots is verdwenen en waar ik nochtans zo mijn zinnen had op gezet... Het leven met kinderen in huis valt niet altijd mee. Daarom probeer ik om moeilijkheden te relativeren aan de hand van de 'WZZOJG'-techniek en onthoud: We Zijn Zelf Ook Jong Geweest.

Valt het gedrag van je kind binnen de grenzen van het aanvaardbare, laat dan betijen. Ben je bang dat je kind dreigt te ontsporen, grijp dan in. Of, in andere woorden: pick your battles.

Puber of niet, het betekent immers niet dat je als ouder de weg van de minste weerstand moet kiezen en alles zomaar met de mantel der liefde moet toedekken. Je mag best consequent zijn. Maak heldere afspraken en zorg ervoor dat ze ook nageleefd worden. Spreek je zoon of dochter erop aan als dat niet het geval is.

Zeg hem of haar dat je het niet fijn vindt dat je kind gemaakte afspraken met de voeten treedt, maar leg vooral ook uit waarom je wil dat je kind zich eraan houdt. Regels om de regels, dat vindt niemand leuk. Onthoud daarom dat praten werkt.