Klein briefje aan de (denkbeeldige) slaapverstoorders van mijn jongste dochter

Ik beken, ik moet eventjes een beetje ventileren. Het moet er gewoon eens uit. Want het zit mij hoog. Ik bedoel: ik heb de teddyberen en consoorten die regelmatig rondhangen in de kamer van mijn dochter nooit iets misdaan. Dus wat is hun probleem eigenlijk feitelijk?

Ten eerste: aan mijnheer Minion

Ik bedoel dus Bob. Ik weet echt niet wat er scheelt, maar ik vind dat je wel een beetje attitude begint te krijgen. Het is één ding om er megaschattig en cute uit te zien – ik ben zelf ook een megafan – maar het is iets anders om de boel op stelten te zetten in het midden van de nacht. Tenminste, dat meldde de jongste een paar weken geleden. In het midden van de nacht. Juist ja, ineens vond je het nodig, om de een of andere vreemde reden, om amok te maken in het holst van de nacht. En moest ik dus met mijn slaperige kop tussenbeide komen.

Je bent stante pede de kamer uitgevlogen. Sorrynotsorry.

Je mag nog wat schattig staan kijken in de gang. Maar je zult niet meer IN de kamer van kind 2 geraken. NOT. Dan had je maar beter moeten weten!

Ten tweede: aan Bernie de Eland

Ik weet het Bernie, je kunt er zelf ook niet goed aan uit. Het ene moment is de liefde groot tussen jou en kind 2, het andere kan ze je niet uitstaan. Op de meest onlogische momenten trouwens, zoals, goh, ik zeg nu maar iets, rond 3 uur ’s nachts. Want zo meldde ze mij twee weken geleden dat je dus niet meer gewenst was in haar bed. Jijzelf zat er een beetje verveeld bij te kijken, ik weet het, je was ook gewoon rustig aan het slapen waarschijnlijk, maar toch… Er was een imaginair probleem en je was dus niet meer gewenst.

Maar kijk, een week later ben je toch weer in haar bed verzeild. Het moet dus zijn dat je het hebt kunnen goedmaken. Ik ben blij voor jou. Maar ik wil wel graag iets afspreken. Als ze nog eens in het midden van de nacht een probleem met jou heeft, zorg er dan voor dat ze eens papa roept in plaats van mij. Of: ga gewoon zelf naar buiten. Het is maar een suggestie.

(Ja ja, verstop je maar achter je elandpootjes!).

Ten derde: aan het imaginaire Hieleheersbeestje (aka: Lieveheersbeestje)

Jij, lieveheersbeestje – of zoals dochter 2 zegt: ‘hieleheerstbeestje’ – bent zonder twijfel wel de vreemdste van heel de hoop, moet ik eerlijk toegeven. Ik bedoel maar: je bestaat eigenlijk niet. Maar in het hoofd van dochter 2 besta je wel. Dus je bent er wel. Nu ja, ik kan ook niet goed meer volgen.

Ik kan alleen maar zeggen: je bent dus in elk geval, ondanks het feit dat je eigenlijk niet bestaat, toch te veel aanwezig. Meer bepaald gisterenavond. Om 23 uur. Ineens hoorde ik een kreet van kind 2 die door merg en been ging. In twee tellen stond ik boven. Ze was panisch. Ik vroeg haar: ‘Hoe komt het schatje, heb je een stoute droom gehad?’ ‘Mama, er was een hieleheersbeestje op mij aan het kruipen!’ Ja, jij dus. Ik probeerde het niet meteen te banaliseren, bleef rustig en zei: ‘Oei, is het waar schatje?’

Nu ja, ik kan het hier lang trekken, maar ik zal het kort houden: een uur later was het euvel nog niet opgelost. Ik weet niet wàt je juist hebt uitgestoken, maar het was in elk geval traumatiserend genoeg. Het kind riep en snirfte erop los, weigerde terug in bed te kruipen ‘want het hieleheersbeestje zit daar nog!’

Ik las een verhaaltje voor om een beetje het avondritueel te herhalen en haar daarna in bed te krijgen, maar het wou niet pakken. Het kind kroop op mijn schoot, in mijn nek, rond mijn been.

Nu ja, het is me uiteindelijk wel gelukt door helemaal mee te gaan in haar denkbeeldige toestanden en de stoute droom/het hieleheersbeestje letterlijk de deur te wijzen en naar buiten te vegen. ‘Ga maar weg voor altijd, stomme droom, en kom hier niet meer terug!’ zag ik mezelf fezelen in het holst van de nacht tegen, euh ja, niets in feite. Maar het hielp dus, thank God. ‘Is het hieleheersbeestje nu naar zijn huisje?’ ‘Ja ja, héél ver hier vandaan, in een holletje héél diep onder de grond, en hij komt NOOIT meer terug!’ 

Dat een mens creatief moet zijn als ouder is duidelijk. Maar ik wil je dus toch maar eventjes bij deze vriendelijk, maar dringend verzoeken om dus in dat verdraaide holletje hier heel ver vandaan te blijven.
OF ER GAAN HIER DENKBEELDIGE ACCIDENTEN GEBEUREN!
I'm not kidding!