Leren fietsen met vallen en opstaan: een paar tips

  • door Mamabaas

Leren fietsen begint bij het stappen. Dat klinkt misschien raar, maar door het leren stappen is een kind bezig met evenwicht vinden en het besturen van zichzelf in een bepaalde richting. Twee vaardigheden die je ook moet hebben om te fietsen. We delen een paar tips van Mobiel 21.

Fietsen is kinderspel ( vanaf 12 maanden)

Kinderen leren het gemakkelijkst als ze ongedwongen vanuit nieuwsgierigheid op ontdekking kunnen gaan in een veilige omgeving. Dat betekent dat ze geprikkeld moeten worden door het voorwerp. Rollend materiaal om vooruit te duwen is een goede prikkel als voorloper op de loopfiets. Lekker een wagentje vooruit duwen met twee voetjes traint alvast de beweging die ze bij een loopfiets ook zullen doen. Met de handjes geven ze hun loopwagentje al richting en crossen ze lekker tussen of tegen de hindernissen in huis, in de crèche of in de tuin.

loopfiets

Vliegende beentjes (vanaf 18 maanden)

Vanaf 18 maanden kan het loopwagentje ingeruild worden voor een klein karretje of een mini-driewieler die ze met hun beentjes leren voortbewegen. Het vooruit duwen door gelijktijdig op de beentjes te duwen lijkt echt kinderspel.

Wanneer je kindje 2 jaar is passen de meeste kinderen al op een loopfiets. De belangrijkste voorwaarde is dat je kind goed met twee voetjes plat de grond kan raken. Vanaf dan worden het echte piloten. In het begin ligt het tempo nog laag, maar eens ze door hebben dat het afzonderlijk afduwen van de benen een grotere snelheid geeft, zorg je best dat je over een goede conditie beschikt.

Een loopfiets is een goede voorloper op een gewone fiets. Door voort te bewegen met een loopfiets leren de kinderen heel goed evenwicht houden terwijl ze toch een hoge snelheid halen. Wist je dat het net door die snelheid is dat dat ze beter recht blijven? Duwen met die beentjes en vliegen maar!

driewieler

Moeten we de driewieler of zijwieltjes dan helemaal afschrijven? Nee, niet persé, want daarmee kunnen ze onbezorgd de trapbeweging oefenen zonder te vallen. Sommige kinderen zijn ook zeker geen durvers, zij houden net van die zekerheid niet te vallen. Een afwisseling tussen verschillende systemen geeft de grootste leermogelijkheden.

Een loopfiets wordt plots een handig hulpmiddel. Bij uitstapjes en langere wandelingen kan je kind lekker mee, voelt het de vermoeidheid minder snel. Lekker bewegen komt ook een goede dut en nachtrust tegemoet.

Wist je dat? De leukste fietsjes én loopfietsjes vind je op mamabaasshopt

fietsje

Op de pedalen (vanaf 30 maanden)

Nadat ze voldoende hebben kunnen experimenteren op een loopfiets, karretjes en driewielers kan je kind overschakelen naar een gewone fiets met pedalen. Afhankelijk van de grootte van je kind past je kind rond 2,5 à 3 jaar op een kleine kinderfiets. Doordat je kind via de loopfiets al een goed evenwicht heeft is de overschakeling erg gemakkelijk. Even afduwen, snelheid nemen, voetjes op de pedalen en ze zijn vertrokken!

Dat klopt! Maar een gewone fiets zorgt ook voor wat nieuwe frustraties.

  • Fietsen is een stuk complexer; je moet sturen, evenwicht houden, rekening houden met alles wat in je bewegingsbaan komt en je moet snel reageren bij obstakels terwijl je niet meer met je voeten aan de grond kan. Ze hebben niet meer dezelfde stabiliteit als bij de loopfiets.
     
  • Het stoppen moet anders. Plots worden remmen belangrijker. Gewone handremmen zijn vaak te groot voor kleine kinderhandjes. Een torpedorem is voor kinderen vaak eenvoudiger. Een torpedorem kan dan weer leiden tot slippen of moeilijkheden bij het vertrekken.
     
  • Het sturen is lastiger. Stuurtjes kunnen stroever zijn omdat de fiets zwaarder en logger is dan een loopfiets.
     
  • Bergop fietsen is een lastige klus, zeker als ons zadel te laag staat.
     
  • Weet ook dat jouw kind 3 keer moet trappen voor 1 trap van jou.

Op de overschakeling naar gewone fiets staat geen vaste leeftijd. Je kind kan best nog lang vasthouden aan zijn loopfiets net omdat het zo gemakkelijk is. Maar eens de stap gezet is de euforie vaak groot.  Een kind dat met een gewone fiets kan fietsen voelt zich plots erg groot omdat ze net als mama en papa fietsen op een gewone fiets.

Belangrijkste voorwaarde om te leren fietsen is dat er interesse is. Ook andere eigenschappen van kinderen kunnen bepalen hoe snel een kind zal leren fietsen:

  • Durvers zullen vaak sneller leren fietsen dan voorzichtige kinderen. Ze nemen meer risico’s.
     
  • Je hebt doorzetters en opgevers. Belangrijk is dat je het tempo van het kind volgt en blijft aanbieden zonder druk te zetten.
     
  • Je hebt impulsieve kinderen en perfectionisten. Impulsieve kinderen zullen gemakkelijker zonder veel na te denken doen, andere kinderen willen alles eerst bestuderen en testen en komen pas tot doen nadat ze 100% zeker zijn dat ze zullen slagen.
     
  • Rond 2,5 jaar zit een kind in zijn koppigste fase. Nee zal nee zijn, maar vaak maar tot het moment gepasseerd. Zwier de fiets dan maar even aan de kant en wacht geduldig af tot het kind er vanzelf naartoe grijpt.

Van de achtertuin naar de straat

De volgende stap is om te fietsen in het verkeer.

Het belangrijkste wat je in je achterhoofd moet houden is dat een kind lerend is en door zijn ontwikkeling nog foutjes maakt. Dat is niet erg, maar in het verkeer willen we natuurlijk drama’s vermijden.

  • Je kind kan tot 10 jaar op het voetpad fietsen.
     
  • Je kind is erg klein in het verkeer en wordt al snel onzichtbaar tussen geparkeerde auto’s.
     
  • Je kind ziet het verkeer anders dan volwassenen. Ze kunnen afstanden en snelheden nog niet inschatten. Ze hebben een fotografisch gezichtsveld m.a.w. je kind kan naar links en rechts kijken, maar ziet dat als een momentopname zoals bij een foto. Tot leeftijd van 6 à 7 jaar kan het kind de beweging van een voertuig niet goed waarnemen. Een kind ziet ook niet vanuit de ooghoeken en moet dus ook steeds zijn hoofd goed draaien om het verkeer te zien.
     
  • Tot de leeftijd van ongeveer van 7 jaar denken kinderen dat ze onschendbaar zijn. De realiteitszin is nog niet ontwikkeld en de fantasie primeert. Zo kan een kindje denken dat een auto je kan raken en dat je net als in een tekenfilm weer kan rechtstaan. De auto is gewoon ‘keistout’.
     
  • Een kind in het verkeer is erg egocentrisch. Een kind is bezig met wat hem interesseert en dat is vaak niet het verkeer zelf of het gevaar dat er misschien wel is. Een kind is bezig met wat hem interesseert vb. een vogeltje in de lucht, een slak op de grond, een vriendje verderop,…
     
  • Ga op zoek naar veilige routes, minder drukke routes.
     
  • Kinderen die vaak dezelfde route nemen automatiseren die route. Ze weten waar ze moeten stoppen en waar ze moeten uitkijken. De route naar school gaat na een tijdje heel goed, terwijl een nieuwe route naar de bibliotheek terug moeilijk verloopt. Vanaf de leeftijd van 10 à 11 jaar kan een kind zelf de situaties beter inschatten en gevaren detecteren. Let op: het kind is nog steeds aan het leren en kan nog steeds inschattingsfoutjes maken.
     
  • Stop af en toe op plaatsen om even te herhalen waar je wil dat je kind even wacht.
     
  • Geef korte, maar duidelijke instructies. Een actie-woord zal vaker tot de gewenste reactie leiden dan een vager instructie. Vb. STOP is duidelijker dan PAS OP!
     
  • Blijf rustig!
     
  • Zorg dat een kind, zeker in het begin zelf niet te zwaar geladen is op de fiets. Bagage belemmert zijn bewegingsvrijheid en zorgt voor instabiliteit.
     
  • Vertrek tijdig zo kan je in geval van opstopping toch nog op tijd op je bestemming komen.

 

Oefening baart kunst! Vaak fietsen en oefenen zorgt ervoor dat je kind het verkeer leert kennen, gevaren leert kennen en vaardiger wordt in het fietsen.

 

Veel fietsplezier!

 

Mobiel 21 vzw

Goed nieuws! Met de kortingscode MBBIKE2019 (geldig t.e.m. 05/06/2019) krijg je nu 15 euro korting op al onze fietsen!
Neem zeker eens een kijkje op onze webshop