Opvoeden in coronatijden: 3 manieren om de ‘gevoelstemperatuur’ te meten bij je kind

Ken je dat? Je kind zit er maar sipjes bij, zegt niet veel en reageert schouderophalend op elke vraag. Of je merkt op dat het uren na slapenstijd nog steeds ligt te piekeren in bed. Nog andere zijn nu nog veel prikkelbaarder dan voorheen en veranderen met hun korte lontjes elke dag in een mijnenveld waar jij balancerend een weg tussen zoekt.

De concrete aanleiding voor al deze lastige emoties hoef je niet ver te zoeken: de banaalste dagdagelijkse kwesties leiden tot implosies en explosies. Maar als ouder wil je graag verbinden met wat onder die feitelijke laag zit, op zoek naar de vuurhaard. En vervolgens wil je nog het liefst van al hun lijden wegnemen.

Bij kinderen is het de kunst om te luisteren naar wat ze tussen de regels vertellen: daar zit een vraag naar contact, daar stellen ze de vraag waar ze werkelijk een antwoord op willen. Het komt er dus op aan om tijd te maken om te luisteren, wat in deze verwarrende en drukke tijden niet altijd zo evident is. Hoe doe je dat dan wel?

1. Toppie en floppie

Plan een vast moment op de dag waar je even bewust tijd maakt om naar mekaar te luisteren, bv. vlak voor slapenstijd. Vertel aan mekaar wat je toppie (het fijnste moment) en wat je floppie (het moeilijkste moment) van de dag was. Hoed je om te beginnen weerleggen of om te argumenteren waarom dat toch niet hoefde. Als je kind dat voelt, dan voelt het dat. Punt. We discussiëren niet over gevoelens. Wat er verteld wordt, kan de basis vormen voor een gesprekje waarin je wel kan polsen wat je kind nodig heeft om die floppie niet meer te voelen. Wees voorzichtig daarmee, want floppies mogen er zijn: die horen erbij.

2. Dankjewel

Negatieve gevoelens verslinden energie. Zoveel is zeker. Negatieve gevoelens moeten echter ook aandacht krijgen: ze zijn met een onzichtbare draad verbonden met wat we belangrijk vinden en sturen ons dus signalen. Probeer als ouder die signalen op te vangen: wat zit er onder dit verdriet? Mist je kind de grootouders, vriendjes, juf? Dan kan dit verwijzen naar een behoefte aan contact. Of is je kind boos omdat het zich beknot voelt, wat dan weer een link heeft met een behoefte aan vrijheid en autonomie?

Eens je de behoeften hebt achterhaald, kan je proberen om dat negatief gevoel te gaan herformuleren naar een dankbaarheid: Wat en geluk dat ik zo'n fijne juf heb, anders zou ik haar niet zo missen. En wat fijn dat we elke dag als kind mee mogen beslissen over de dagplanning, het eten, enz... want dan voel ik me erkend.

3. Dagscore

Het is niet voor elk kind even evident om te vertellen hoe het zich voelt. Heel wat kinderen ervaren allerlei emoties maar hebben ons nodig om er taal aan te geven: ouders zijn als het ware een 'tolk' voor de gevoelens van hun kind. Is je kind nog niet zo vaardig hierin, dan kan je werken met een 'dagscore': geef punten van 1 tot 10 op deze dag. Deze score vertelt je al heel wat, en nog meer als je dit dagelijks doet. En al is het niet makkelijk om er vervolgens dieper op in te gaan dan zullen de verschillende scores je ongetwijfeld leren dat niet elke dag hetzelfde is, en dat er na een mindere toch ook weer een betere dag volgt.

 

Meer lezen? Op Mamagement en op de Facebook-pagina vind je meer tips.