Soms is vriendjes maken geen evidentie: 5 tips om die angst te overwinnen

Heeft jouw kind ook last van ‘speelplaats-angst’? Gaat je kind wel graag naar school zolang hij dicht bij de juf kan leren en oefenen maar krimpt hij tot een minuscule versie van zichzelf zodra ze de jungle van het speelterrein op moeten? Dan kampt je schoolkind vermoedelijk met wat socialisatie-issues.

Socialisatie-wat?

Socialisatie is één van de belangrijkste ontwikkelingstaken van de lagere schooltijd en een succesvolle socialisatie kan uitmonden in een echte vriendschap.

Waar een kleuter zijn vriendjes uitkiest omdat die ook in de poppenhoek of met de auto’s spelen, staat een schoolkind écht voor de taak om een plekje tussen zijn of haar leeftijdsgenoten te verwerven. Dit plekje situeert zich op 2 dimensies.

vriendjes

Op de eerste plaats veronderstelt vriendschap een zekere mate van openheid: je toont iets van jezelf aan een ander kind én je toont ook interesse in de ander. Je stelt je open voor verbinding, zonder natuurlijk met de ander te versmelten. Sommige kinderen houden zich echter afzijdig en wachten tot een ander kind op hen afstapt. Ze voelen zich ‘gepest’ wanneer dat niet gebeurt. Andere leerlingen gaan daarentegen recht op de ander af en vertellen hun hele leven of wijden uren uit over hun nieuwste online game zonder dat ze zelfs de naam van deze klasgenoot kennen of vragen. In beide gevallen zal socialisatie moeilijker lopen.

De tweede as gaat over bepalen of toegeven. Heb je graag dat steeds jouw favoriete spel gespeeld wordt, of zal je even graag meespelen als de ander beslist heeft? Ren je boos weg zodra het niet meer jouw zinnetje is? Of omgekeerd: je houdt je tijdens deze keuze volledig afzijdig en bent een kameleon in het samenspel: je doet wat de ander doet, kiest wat de ander kiest en speelt zoals de ander speelt. Sommigen vinden dit prima, terwijl anderen vooral frustratie voelen. Ze willen wel kiezen maar verwachten dat de ander dit aanbiedt.

Socialisatie is dus: voor elk kind een plekje dat goed voelt. Voor de ene is dat op de voorgrond en in de aandacht, terwijl de ander liefst van al wat op de achtergrond verdwijnt. Allebei prima. De ene heeft leiderschapsambities, de ander voelt zich in zijn sas als diens trouwe soldaat. Nog anderen hebben voldoende aan één vriendje, maar dan liefst wel een BFF met wie ze hand in hand en in een roze bubbel over de speelplaats kunnen huppelen. Opnieuw: allemaal prima: Zolang het voor je kind zelf goed voelt.

Deze socialisatie zal vlotter verlopen naarmate je kind tijdens de voorgaande fasen (baby-, peuter- en kleutertijd) (zelf)vertrouwen en autonomie verwierf. Een kind dat voor zichzelf kan opkomen, zal dat ook makkelijker kunnen tussen vriendjes terwijl die eeuwige twijfelaar zich vermoedelijk wat onzichtbaar zal maken. Een kind dat van kleinsaf veel contact heeft met mensen, zich ook bij anderen dan de ouders of naaste verzorgers in zijn sas kan voelen, zal dat ook vlotter doen wanneer het op school tussen andere onbekende kleintjes terechtkomt.

Hoe doe je dat dan?

1. Jij kent je kind het best. Is je kind een vredebewaker die conflicten schuwt en graag in alle rust met anderen omgaat? Of zit er in dat pittig ding van je een kleine uitdager die met genoegen anderen port en kijkt hoe ver die kan gaan? Wees gerust: de kans is groot dat hij op school hetzelfde gedrag zal tonen.

2. En ken jezelf. Hoe sociaal ben jij, mama? Ziet je kind een moeder die zelf ook plezier maakt met vriendinnen? Dan leert hij dat vriendschap blij maakt. Zo leer je hem dat de andere kinderen betrouwbaar zijn en motiveer je hem om ook vriendjes te maken.

3. Vertel je kind hoe jij vroeger vriendjes maakte. Kinderen horen graag hoe jij dat deed. Je bent immers op deze leeftijd nog hun grote voorbeeld. Vertel over je successen maar ook over wat moeilijk liep. Ook bij mama liep het niet altijd vanzelf.

4. Geef je kind ‘datingtips’. Stimuleer het tot écht contact. Zeg hem dat het het beste werkt als je zelf op de ander afstapt, iets over jezelf vertelt én interesse toont in het verhaal van dat ander kind.

5. Leer je kind wat 'rekening houden met de ander' is.  Zeg dat vriendschap zowel kiezen als toegeven is, meestal fijn maar soms ook stress of spanning. Leer hem dat de ander onze behoeften nooit perfect vervult maar dat een goede vriend aardig in de buurt kan komen. Leer hem bemiddelen: afspreken dat ze eerst het spel van de ene en daarna dat van de andere zullen spelen.