Voetbalmoeder

  • door Gastmama

Voetbalmoeders. De echte. We kennen ze allemaal. Geloven rotsvast in het ongeziene talent van hun voetballende kampioen. Rijden met de grootste glimlach het halve land door om hun oogappel in de verste uithoeken de winning goal te zien maken tegen één of ander minderwaardig ploegje. Offeren menige weekavond op aan alweer een rondje 'carpool-naar-de-voetbaltraining'.

Ze wassen om de paar weken met een (misschien iets kleinere) glimlach de bemodderde wedstrijdoutfits van het hele team en maken er een erezaak van om ze 'witter-dan-wit' terug mee te sleuren, en ze dan triomfantelijk (applaus) in één of andere stinkende kleedkamer uit de delen aan de ploegmakkers van hun topschutter.

Elke wedstrijd staan ze te cheerleaden aan de rand van het plein, in weer en wind, dikke duimen omhoog, juichen bij een half (of volledig) mislukte doelpoging alsof Messi himself zonet zijn coolste kunstje heeft laten zien.

*Zucht*

Mijn oudste kind speelt voetbal. U6. Iets met projectie van verloren vaderdromen en overoptimistische talentovertuigingen. Enkel mijn oudste kind speelt voetbal, omdat mijn twee jongste kinderen nog te klein zijn om voetbal te spelen. Ja. Je leest het goed. Tussen de lijntjes. Zonder enige zeggenschap in deze hele kwestie weet ik nu al dat mijn drie jongens allemaal als eerste hobby 'voetbal' zullen kiezen. Vol enthousiasme. "Het zit er gewoon in", zegt de papa. "Pure indoctrinatie", dat zeg ik.

Ik hou niet van voetbal. En dan zeg ik het beleefd. Ik kan niet begrijpen wat er leuk is aan voetbal.

Ik ben een (min-of-meer-volwassen) meisje. En ja, ik bevestig de clichés: de buitenspel-regel is voor mij een compleet mysterie. Hoe hard vriendlief (grootste voetbalgek en zelfs jeugdtrainer van onze oudste, om er maar zeker van te zijn dat hij een goede start maakt in zijn voetbalcarrière) ook geprobeerd heeft om deze compleet absurde en onlogische regel duidelijk uit te leggen, ik.snap.het.niet. En een spel waarvan je de regels niet snapt, is geen leuk spel, toch? Ik hou dus niet van voetbal.

*Zucht*

Al een geluk dat ik zelf niet moet voetballen, en dat de papa als voetbaltrainer de ritten van en naar de voetbaltraining en de uit-wedstrijden voor zijn rekening neemt. Maar aangezien het mijn kind is dat voetbalt, zijn er nu eenmaal enkele 'voetbalmoeder'-achtige verantwoordelijkheden op mijn schouders terecht gekomen.

Enkele weken voor de coronagekte, kwam Karel (onze oudste), enthousiast binnengestormd na een uitmatch, gevolgd door een lief lachende papa . "Ik heb goed nieuws, en slecht nieuws", zei diezelfde papa. "Het slechte nieuws is, dat jij aan de beurt bent om de wedstrijdoutfits te wassen. Het goede nieuws is, dat het niet geregend heeft dus het is nog te doen." Te.doen. Te.doen!

Bij het omkeren van de plastic zak in mijn waskot, bleek er bijzonder weinig wit van de wit-met-een-zwart-randje-outfits overgebleven. Wie verzint dat trouwens, witte tenuekes voor een buitensport? Het zal geen vrouw geweest zijn. Twee keer heb ik ze gewassen. En na de tweede keer was het wit dan al wat meer wit dan het was, maar witter-dan-wit was toch nog ver te zoeken. Ik mocht de triomfantelijk meewarige blikken van de echte voetbalmoeders in ontvangst nemen toen ik ze een week later tevoorschijn toverde in een of andere vuile, stinkende kleedkamer. Nee, ik hou niet van voetbal.

*Zucht*

Ok, de trainingen en uit-wedstrijden neemt vriendlief voor zijn rekening. Maar als mama van een voetballend kind (en nee, noem me geen voetbalmoeder) moet ook ik mijn steentje bijdragen in het motiveren en bewieroken van de sportieve activiteiten van mijn oogappel. Dus, compromis, de thuiswedstrijden sta ik aan de zijlijn, samen met de twee kleine (halverwege hun indoctrinatieprogramma) broers. Een eenjarige en een driejarige. Een eenjarige die geen fluit geeft om de sport en dus continu entertainment vraagt. Een driejarige die voetbal alleen maar leuk vindt als hij zelf op het plein mag rondrennen tussen 'al die andere kindjes', en dus continu in houdgreep moet worden gehouden. Zie je het voor je? Ik hou echt niet van voetbal.

*Zucht*

En dat is op een mooie dag. Want soms regent het. En dan wordt de match niet afgelast. Nope. "Het miezert maar, daar kunnen ze tegen, die klein mannen!". Ja, zij wel. Ik.niet. Ik sta daar met die eenjarige en driejarige, probeer kappen op te zetten en te houden, modderspatten op mijn outfit te vermijden en liefst van al de buggy niet vast te rijden in het traktorspoor naast het voetbalplein.

Dan maar naar de kantine. Een voetbalkantine. Het enige dat ik leuk vind aan een voetbalkantine is de gele limonade. De lekkerste gele limonade drink je in een voetbalkantine. Of een parochiezaal, daar hebben ze die ook. Verder hangt er vaak een geur van verschraalde voetbalschoenen, is de vloer vies en glad van diezelfde voetbalschoenen, en is ze ingericht naar het voorbeeld van de eetzaal van een internaat uit de jaren vijftig. Als mijn kind zou tennissen, dan dronk ik gegarandeerd bubbels op het prachtig, moderne, elegante terras van de tennisclub. Of aan de stijlvolle, hippe bar als het regent. Met mijn pinkje omhoog. Ik hou helemaal niet van voetbal.

*Zucht*

Maar goed, mijn kind voetbalt, dus ik toon me enthousiast. Alleen, voetbal is een ploegsport. Dus er lopen (afhankelijk van de leeftijd) nog verschillende andere kinderen op dat veld. Waar je, voor het goede fatsoen, ook enthousiast over hoort te doen. En let's face it, net zoals mijn kind, hebben al die andere kinderen ook nog niet de technieken onder de knie om bewust een bal te raken, laat staan te kunnen voetballen.

"Yes! Pietje heeft bijna de bal geraakt! Komaaaaaaaan Pietje!" "Oeh, Rozemieke schopte langs doel! Goed gedaan!". Hmmm. Ik doe dat. Maar niet van harte.  Ik offer mijn vrije tijd op om naar mijn kind te komen kijken, omdat ik van mijn kind hou. En een goede mama wil zijn. Ik hou niet van al die andere kinderen op dat veld. En ik ben gelukkig ook niet hun mama. Dus nee, ik haal geen plezier uit het aanmoedigen van hun bijna-prestaties. En nee, ik hou echt niet van voetbal.

*Zucht*

En dan, dan krijgt Karel de bal per ongeluk voor de voeten, haalt uit met zijn schoen (en ook een beetje een arm) en valt. De bal ketst weg en komt op onverklaarbare wijze terecht op het scheenbeen van Dirkske, waarna hij met een boogje in het doel ploft. De verdediging is te druk bezig zijn schoentip in een modderpoel op het veldje te dippen om oog te hebben voor deze onverwachte aanval (niet in het minst onverwacht voor de aanvallers zelf).

*GOOOOOOOAAAAAAAAAAALLLLLLLLLLL!!!!*

"Goed gedaan Dirkske!" Maar mijn Karel, ja, MIJN KIND, heeft de voorzet gegeven! Hij heeft de bal perfect in de voeten van Dirkske gespeeld, waardoor de goal bijna zichzelf maakte. Die lichaamszwaai toen hij de bal raakte, getuigt van aangeboren balgevoel. Hoe hij zich op het juiste moment op de juiste plaats wist te positioneren, betekent dat hij het spel 'ziet', hij heeft 'overzicht' op het plein! Hoe hij die bal recht op het been van Dirkske gelegd kreeg, dat is pure techniek! Hij heeft talent, de papa heeft gelijk. Mijn kleine Messi is in de dop. Kevin De Bruyne was er niks tegen op zijn leeftijd.

Dit moet gevierd worden, "Komaan, naar de kantine, tournée générale!" Wat heb ik in mijn agenda staan volgend weekend? Ik zal die kappersafspraak verschuiven zodat ik toch ook eens kan gaan kijken hoe hij het doet op het terrein van een rivaliserende club. En wie is er aan de beurt voor het wassen van de outfitjes? Kom, zal ik dat wel doen, dan ben ik zeker dat ze echt wit zijn, witter-dan-wit (daar zorg ik wel voor), zodat mijn Karel meteen stralend als een ster het veld opkomt. De voetbalster die hij is! En worden er niet ergens selecties georganiseerd bij de jeugdafdelingen van de grote clubs binnenkort?

Ik hou helemaal niet van voetbal. Maar ik ben een voetbalmoeder. Een echte.

 

Rozijn

Deze blog verscheen eerder hier.