Vraag / Antwoord: Mijn zoon is bang om te slapen

Mijn zoon is 9 en is bang om alleen te gaan slapen. Hij denkt dat er zich dieven verschuilen in ons huis en controleert in alle kamers de kasten en kijkt onder de bedden om te zien of er niets zit. We kunnen hem niet geruststellen. Als we tegelijkertijd met hem gaan slapen, heeft hij dat niet. Bovendien zal hij ook niet alleen naar beneden gaan 's morgens en als hij naar het toilet moet 's avonds, moeten de deuren open blijven staan. Bij het kleinste geluid dat hij hoort, kruipt hij achter de zetel. Gaan we mee in zijn zoektocht 's avonds of net niet?

Antwoord kinderpsycholoog Klaar Hammenecker

Eerst en vooral moet je weten dat heel wat kinderen rond deze leeftijd bang zijn om te gaan slapen. Ze zijn bang in het donker, vrezen spoken en monsters, en liggen klaarwakker te rillen omdat ze enge geluiden horen en verdachte schaduwen zien. Hun hoofdje draait op hol en in volle paniek staan ze terug beneden of gillen ze de rest van je kroost terug wakker. Sommigen raken zelfs niet eens in hun (eigen) bed.

Bovendien is angst een sluipend gif en besmet het inderdaad heel wat andere momenten. Ook alleen naar toilet gaan, boven iets gaan halen of de brievenbus leegmaken worden voor hen al snel levensgevaarlijke ondernemingen.

Psychologen verklaren dit als volgt. In de kleutertijd zitten kinderen nog in een soort ‘fantasie-denken’: ze vrezen ‘slechteriken’ maar geloven eveneens in superhelden die hen komen verslaan. Met het ouder worden belanden tieners in wat men ‘realiteits-denken’ noemt. Ze weten dat deze superhelden jammer genoeg niet echt bestaan maar beseffen ook dat de kans dat dieven en inbrekers elke nacht in alle Vlaamse huizen ronddwalen behoorlijk klein is.

Jouw zoon zit in een soort ‘tussenfase’: geen reddende helden meer maar ook nog onvoldoende realiteitsbesef. En net die combinatie lokt erg makkelijk angsten uit.

GA ZEKER NIET STRAFFEN OF DREIGEN

Neem deze angst ernstig. Niks zo vervelend als rampscenario's die je gedachten beheersen. Ga met je kind in gesprek en toon begrip voor dit vreselijk gevoel.  Doe vervolgens een fameuze reality-check : zijn deze angsten realistisch? Hoe zouden vreemden in jullie huis, zijn kamer of de toilet kunnen komen? Vampieren en monsters bestaan niet en inbrekers glippen alleen bij Suske en Wiske via een ladder door het raam het huis binnen. Voor wat onecht of zeer onwaarschijnlijk is, hoeven we niet bang te zijn, toch?

EN GA OOK NIET MEE IN ZIJN ZOEKTOCHT

Je voelt dat je kind geruststelling nodig heeft en wil alles doen om hem dit te geven. Door met hem mee op zoektocht te gaan of bij hem op de kamer te blijven tot hij slaapt, bekom je echter het omgekeerde effect. Goed bedoeld, maar op die manier geef je echter eerder de boodschap dat er inderdaad iets is om bang voor te zijn én dat superheld mama dit even voor hem komt fixen! Net het omgekeerde van wat je beoogt dus. Leg uit waarom je niet in zijn mechanismen meegaat, vertel hem dat je hem daarmee niet helpt want dat jij zeker weet dat er in jullie huis geen enkele reden is om bang te zijn.

WAT WERKT WEL?

  1. Op de eerste plaats gaan we hem niet forceren maar dit stapsgewijs aanpakken. Maak een lijstje van al zijn controle-acties en spreek met hem af om stapsgewijs telkens ééntje minder te doen.
  2. Je kan pas leren alleen in je kamer te zijn en in te slapen als je in bed blijft liggen. Slaapangstige kinderen komen echter vaak uit bed. We draaien de rollen om: je kind blijft in bed en jij gaat elke 10 minuten even langs met een zoen, een knuffel en een aanmoediging. Na verloop van tijd kan je dit opdrijven tot een kwartiertje.
  3. Ondertussen probeert je kind rustig de tijd (10 minuten dus) door te komen door aan andere en leuke dingen te denken, of erover te fantaseren. Wist je dat telspelletjes hierbij helpen? Zo kan je kind -uit zijn hoofd- even optellen hoeveel broers en zusjes alle klasgenoten samen hebben, of hoeveel dagen die nog moet wachten voor die verjaart of er een andere leuke dag op het programma staat.
  4. Ook al duurt het even en moet je meerdere keren langsgaan, een kind dat alleen en zonder de hele zoektocht in bed probeert in te slapen, wordt beloond. Bepaal samen wat die beloning is en hoeveel dagen die daarvoor moedig moet zijn. Want dat is wat die doet: op de tanden bijten en afleiding zoeken. Er is immers niks echt om bang voor te zijn, weet je nog?

De ervaring leert dat een doorgedreven toepassing van dit systeem al na enkele dagen tot aanzienlijk vlotter inslapen leidt.

Bovendien werkt ook ‘lef’ als een ‘vergif’: wat je ‘s avonds in bed durft, ga je met de nodige aanmoediging ook op andere momenten proberen. Voor je het goed en wel beseft, mag de deur toe terwijl hij naar bed gaat en neemt hij zonder verder nadenken alleen de trap naar boven of beneden.

Succes!