Waarom spreekwoorden & kleuters soms een moeilijke combinatie zijn: 4 voorbeeldjes

Ik sta er niet altijd bij stil dat als ik één of ander spreekwoord gebruik mijn dochters me soms als aapjes zitten aan te gapen. Oeps, natuurlijk kunnen ze nog geen onderscheid maken tussen letterlijk en figuurlijk… Maar het levert wel soms hilarische momenten op. Een selectie vind je hieronder.

1. Mama is tegen de lamp gelopen

Ik: ‘Mama is tegen de lamp gelopen.’

Je ziet ze dan kijken in de lucht op zoek naar die lamp. Hoe kan mama nu tegen een ingebouwde spot zijn gelopen?

2. Van een mug een olifant maken

Ik: ‘Meisjes, maak nu toch van een mug geen olifant!’

Zij: ‘Nee mama, dat kunnen we niet. We kunnen niet toveren!’

3. Met het verkeerde been uit bed

Ik: ‘Ola, er is er hier eentje met het verkeerde been uit bed gestapt.’

Zij: ‘Ik ben met mijn beide benen uit bed gestapt!’

4. Je moet niet zo knorrig zijn

Ik: ‘Liefje, je moet nu toch niet zo knorrig zijn omdat je geen televisie meer mag kijken.’

Zij: ‘Ik ben niet knorrig, ik ben toch geen varken zeker!’